U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2012.

Regeling · BWBR0031477

Besluit geluid milieubeheer

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 4 april 2012, houdende regels inzake geluidproductieplafonds voor wegen en spoorwegen, geluidsbelastingkaarten en actieplannen (Besluit geluid milieubeheer)Besluit geluid milieubeheerWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 12 juli 2011, nr. IenM/BSK-2011/101159, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) en de artikelen 11.1, 11.3, 11.6, 11.7, 11.11, 11.12, 11.13, 11.16, 11.22, 11.24, 11.29, 11.31, 11.39, 11.45, 11.56 en 11.57 van de Wet milieubeheer, en artikel 8a.45, eerste en tweede lid, van de Wet luchtvaart voor zover het betreft artikel 4;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 23 februari 2012, nr. W14.11.0303/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 30 maart 2012, nr. IenM/BSK-2012/13195, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage4 april 2012BeatrixDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,J. J.Atsmade negentiende april 2012De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

Als geluidsgevoelige ruimten van een geluidsgevoelig object als bedoeld in artikel 11.1 van de wet worden aangewezen:

Als categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 8a.45, eerste lid, van de Wet luchtvaart worden aangewezen: gebouwen als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdelen b tot en met e.

Als inrichtingen als bedoeld in onderdeel b van de begripsomschrijving van verzameling van inrichtingen in artikel 11.1, eerste lid, van de wet worden aangewezen: inrichtingen gelegen in een concentratiegebied voor horeca-inrichtingen of een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven.

Als stille gebieden als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onderdeel b, van de wet worden aangewezen:

Deze paragraaf is van toepassing op de geluidsbelastingkaarten die krachtens artikel 11.6, eerste en tweede lid, van de wet worden vastgesteld.

Deze paragraaf is van toepassing op de geluidsbelastingkaarten die krachtens artikel 11.6, vierde lid, van de wet worden vastgesteld.

Op een geografische kaart die deel uitmaakt van een geluidsbelastingkaart worden aangegeven:

Bij ministeriële regeling kan voor de toepassing van dit hoofdstuk worden bepaald dat het aantal bewoners van woningen wordt bepaald op basis van een bij die regeling vastgesteld gemiddeld aantal bewoners per woning.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:

Het percentage bewoners van woningen per geluidsbelastingklasse dat door een of meer geluidsbronnen wordt gehinderd of ernstig gehinderd dan wel van wie daardoor de slaap wordt verstoord, wordt bepaald aan de hand van de in een ministeriële regeling opgenomen dosis-effectrelaties.

Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot actieplannen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van door de Europese Commissie opgestelde richtsnoeren als bedoeld in bijlage V, onderdeel 4, bij de richtlijn omgevingslawaai.

Een verzoek om een ontheffing als bedoeld in artikel 11.24 van de wet bevat ten minste:

Indien artikel 11.42, eerste lid, van de wet van toepassing is, bevat een verzoek tot wijziging of vaststelling van een geluidproductieplafond tevens de volgende gegevens:

Ten aanzien van de geluidsgevoelige objecten als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a tot en met g, die voor het aanbrengen van geluidwerende maatregelen aan de gevel in aanmerking worden genomen, is hoofdstuk 6 van het Besluit geluidhinder van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

Bij een verzoek tot vaststelling van een saneringsplan worden naast de in artikel 11.56, derde lid, van de wet genoemde gegevens, de volgende gegevens overgelegd:

De wegen en spoorwegen, bedoeld in artikel 11.57, onderdeel c, van de wet, zijn genoemd in bijlage 4 bij dit besluit.

De saneringsprojecten, bedoeld in artikel XI, eerste lid, onderdeel e, van de Invoeringswet geluidproductieplafonds, zijn genoemd in bijlage 5 bij dit besluit.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit geluid milieubeheer.

1 Bij de tracébesluiten zijn geen kilometreringen gegeven, aangezien deze eenduidig blijken uit de tracébesluiten zelf. Voor de projecten met een kleinere scope zijn deze wel expliciet overgenomen uit de akoestische onderzoeken.