Ministeriële regeling · BWBR0031529
Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport op het gebied van de vervoerswetgeving
Handelende in overeenstemming met de Minister van Veiligheid en Justitie;
Gelet op de artikelen 43, onderdeel c, van de Wet goederenvervoer over de weg, artikel 3, eerste lid, van het Besluit van 7 april 1995 houdende aanwijzingen van ambtenaren belast met opsporing als bedoeld in artikel 159, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 60, eerste lid, onderdeel c, van de Wet vervoer binnenvaart, artikel 7, onderdeel c, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot en artikel 87, eerste en vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000;
Besluit:
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H.Schultz van Haegen-Maas GeesteranusDe ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport belast met toezicht worden aangewezen als de ambtenaren van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu bedoeld in:
- a.
artikel 43, onderdeel c, van de Wet goederenvervoer over de weg;
- b.
- c.
artikel 60, eerste lid, onderdeel c, van de Wet vervoer binnenvaart;
- d.
artikel 7, onderdeel c, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot;
- e.
artikel 11, eerste lid, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart;
- f.
artikel 87, eerste en vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000, met uitzondering van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 12 tot en met 14 en hoofdstuk II van de Wet personenvervoer 2000 voorzover dit betrekking heeft op concessies door de Minister van Infrastructuur en Milieu verleend voor openbaar vervoer per trein.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport op het gebied van de vervoerswetgeving.