Wijzigingen Officiële bron
Loonheffingen, inkomstenbelasting, pensioenen; niet op het loon ingehouden pensioenbijdragen; voorwaarden voor vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw tot 10 jaar na ontslagLoonheffingen, inkomstenbelasting, pensioenen; niet op het loon ingehouden pensioenbijdragen; voorwaarden voor vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw tot 10 jaar na ontslag

De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit vervangt het besluit van 16 maart 2007, nr. CPP2007/482M over niet op het loon ingehouden pensioenpremies en over de voorwaarden voor vrijwillig voortgezette pensioenopbouw na ontslag. Het besluit is herzien in verband met het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2010, nr. 09/04697, en de wijziging van artikel 10a, eerste lid, onderdeel c, van het UBLB 1965.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag27 april 2012De staatssecretaris van Financiën,F.H.H.Weekers

In een aantal situaties betalen (voormalige) werknemers pensioenbijdragen aan de werkgever of de pensioenuitvoerder zonder dat die bijdragen op het loon in mindering komen. Dit besluit gaat in paragraaf 2 in op de behandeling van deze betalingen buiten de inhoudingssfeer. Dit naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2010, nr. 09/04697, LJN: BM9268. Verder geeft dit besluit in paragraaf 3 de voorwaarden voor voortgezette pensioenopbouw die gedurende 10 jaren na ontslag mogelijk is. Met het stellen van deze voorwaarden geef ik uitvoering aan artikel 10a, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het UBLB 1965. De hoogte van de pensioengrondslag voor de vrijwillige voortzetting is met ingang van het vierde kalenderjaar na ontslag anders dan in de periode daarvoor.

Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen

Bijdragen voor pensioenregelingenkunnen als negatief loon in mindering komen op het inkomen uit werk en woning, als de pensioenregeling blijft binnen de grenzen die zijn opgenomen in hoofdstuk IIB van de Wet LB, het overgangsrecht in het kader van de Wet VPL en daarop gebaseerde regelgeving. De behandeling als negatief loon heeft geen betrekking op situaties waarin de betaalde bijdragen op grond van de Wet IB 2001 als uitgaven voor inkomensvoorzieningen zijn aan te merken. In een dergelijk geval kan de belastingplichtige de betaalde premies als zodanig ten laste van het inkomen brengen, binnen de maxima die daarvoor gelden op grond van afdeling 3.7 van de Wet IB 2001.

Voormalige werknemers kunnen over perioden na ontslag van ten hoogste 10 jaar extra pensioen opbouwen (zie artikel 10a, eerste lid, onderdeel c, van het UBLB). Daarbij is niet relevant of de voormalige werknemers gedurende die perioden een loongerelateerde uitkering ontvangen. In die perioden kunnen deze voormalige werknemers bijvoorbeeld een eigen onderneming starten. Aan deze mogelijkheid van uitbreiding van de diensttijd verbind ik op grond van voornoemde bepaling de volgende voorwaarden.

Het besluit van 16 maart 2007, nr. CPP2007/482M, is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.