U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 11-03-2015.

Ministeriële regeling · BWBR0031613

Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 mei 2012, nr. KO/2012/7794 , tot uitvoering van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 2, derde lid, 3, derde lid, 4, derde lid, 5, vierde lid, 6, tweede lid, 12, derde lid, 13, tweede en derde lid, 14, tweede lid, 15, tweede lid, 17, derde lid, 18, vierde lid, 19, vierde lid, 20, vierde lid van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag29 mei 2012De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,H.G.J.Kamp

In deze regeling wordt verstaan onder:

Vervallen

De houder van een kindercentrum organiseert de dagopvang op zodanige wijze, dat de beroepskracht of de beroepskracht in opleiding de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.

Een kindercentrum beschikt voor kinderen tot de leeftijd van 1,5 jaar over een op het aantal kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte.

Een adequate vervanging bij calamiteiten, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het besluit, houdt in dat in ieder geval bij de opvang van meer dan drie aanwezige kinderen een achterwachtregeling wordt getroffen waarin een achterwacht beschikbaar is die bij calamiteiten binnen 15 minuten bij het opvangadres aanwezig is. Deze persoon is tijdens opvangtijden altijd telefonisch bereikbaar.

Vervallen

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Een adequate vervanging bij calamiteiten, bedoeld in artikel 19, derde lid, van het besluit, houdt in ieder geval in dat zodra er slechts één beroepskracht in een peuterspeelzaal aanwezig is op het moment dat er kinderen aanwezig zijn in de peuterspeelzaal, er een volwassen achterwacht beschikbaar is, die in geval van calamiteiten binnen 15 minuten in de peuterspeelzaal aanwezig kan zijn. De houder van een peuterspeelzaal informeert de bij de peuterspeelzaal werkzame personen over de naam en het telefoonnummer van deze persoon.

Een pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 20 van het besluit, bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van:

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen in werking treedt.

Deze Regeling wordt aangehaald als: Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012

In deze bijlage zijn de rekenregels van de rekentool opgenomen.

1 Waarvan maximaal acht kinderen van 0 jaar.

2 Bij een groep met acht kinderen van 0 jaar.

3 Bij een groep met zeven of minder kinderen van 0 jaar.

4 Bij een groep met vier kinderen van 0 jaar.

5 Bij een groep met drie of minder kinderen van 0 jaar.

6 Bij een groep met acht kinderen van 0 jaar.

7 Bij een groep met zeven kinderen van 0 jaar.

8 Bij een groep met zes kinderen van 0 jaar.

9 Bij een groep met vijf of minder kinderen van 0 jaar.

1 In plaats van een derde beroepskracht kan een andere volwassene worden ingezet.

1 Waarvan maximaal vier kinderen van 0 jaar tot 4 jaar, waarvan maximaal drie kinderen van 0 tot 2 jaar, waarvan maximaal twee kinderen van 0 jaar.

2 Waarvan maximaal acht kinderen van 0 jaar tot 4 jaar, waarvan maximaal zes kinderen van 0 tot 2 jaar, waarvan maximaal vier kinderen van 0 jaar.

3 Waarvan maximaal twaalf kinderen van 0 jaar tot 4 jaar, waarvan maximaal acht kinderen van 0 tot 2 jaar, waarvan maximaal zes 0-jarigen.

4 Waarvan maximaal vier kinderen van 1 jaar tot 4 jaar, waarvan maximaal drie kinderen van 1 jaar.

5 Waarvan maximaal acht kinderen van 1 jaar tot 4 jaar, waarvan maximaal zes kinderen van 1 jaar.

6 Waarvan maximaal twaalf kinderen van 1 jaar tot 4 jaar, waarvan maximaal acht kinderen van 1 jaar.

7 Waarvan maximaal vijf kinderen van 2 jaar tot 4 jaar.

8 Waarvan maximaal tien kinderen van 2 jaar tot 4 jaar.

9 Waarvan maximaal twaalf kinderen 2 jaar tot 4 jaar.

10 Waarvan maximaal zes kinderen van 3 jaar.