U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-2018.

Ministeriële regeling · BWBR0031616

Regeling modeldiploma mbo

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 maart 2012, nr. BVE/Stelsel/294391, houdende vaststelling van modellen en technische veiligheidseisen voor diploma’s en resultatenlijsten mbo (Regeling modeldiploma mbo)Regeling modeldiploma mboDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

Gelet op artikel 7.4.6, tweede lid van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M. vanBijsterveldt-Vliegenthart

In deze regeling wordt verstaan onder:

Regels voor het invullen van het diploma en de resultatenlijsten zoals in deze regeling genoemd, zijn vastgelegd in de bijlagen 4 en 5 bij deze regeling.

Deze regeling treedt in werking op 1 augustus 2013 en is voor het eerst van toepassing op:

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling modeldiploma mbo.

De te hanteren benaming voor een kwalificatie is de benaming zoals vermeld in het Centraal register beroepsonderwijs (hierna: Crebo), conform artikel 7.1.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (hierna: de WEB). Als Crebocode dient te worden vermeld de in Crebo opgenomen code van de betreffende kwalificatie.

Voor iedere kwalificatie die een examenkandidaat (deelnemer of examendeelnemer) behaalt, wordt een apart diploma uitgegeven.

De te hanteren benaming voor een kwalificatiedossier is de benaming zoals vermeld in het Crebo, conform artikel 7.1.2, eerste lid, van de WEB. Als Crebocode dient te worden vermeld de in Crebo opgenomen code van het betreffende kwalificatiedossier.

Het niveau dat moet worden ingevuld, is het niveau van de kwalificatie, bijvoorbeeld mbo-3.

De te vermelden naam van een keuzedeel is de naam zoals vermeld in het Crebo.

Als code dient te worden vermeld de in het Crebo opgenomen (identificatie)code van het betreffende keuzedeel.

Op het diploma wordt achter de zinsnede ‘De ondergetekenden verklaren dat’ de officiële voornaam en de officiële achternaam van de examenkandidaat opgenomen, zoals deze staan vermeld in de basisregistratie personen. De officiële namen worden volledig uitgeschreven.

Achter ‘geboren’ wordt de geboortedatum vermeld en achter ‘te’ de geboorteplaats, zoals deze staan vermeld in de basisregistratie personen. Indien de geboorteplaats buiten Nederland ligt, wordt achter de geboorteplaats het geboorteland vermeld. Indien de geboorteplaats niet bekend is, wordt alleen het geboorteland vermeld.

Achter het woord ‘aan’ wordt steeds de naam van de instelling vermeld. De naam van de instelling is de naam zoals geregistreerd in de Basisregistratie Instellingen (BRIN). Ook wanneer het examen is uitbesteed aan een andere instelling of exameninstelling dient de naam van de onderwijsinstelling waaraan de examenkandidaat is ingeschreven te worden vermeld.

Indien op grond van een andere (wettelijke) regeling dan de WEB een tekstpassage over wettelijke beroepsvereisten vermeld dient te worden op het diploma (en/of op de resultatenlijst), dan is de instelling verplicht om de desbetreffende informatie op het diploma te vermelden.

De waardedocumenten worden ondertekend door één of meer leden van de examencommissie en door de examenkandidaat. De handtekeningen moeten feitelijk (met pen) geschreven worden. Een gescande of gekopieerde handtekening is niet toegestaan. In het geval van de examencommissie dienen de functie en de naam van de ondertekenaar(s) te worden vermeld. De termen ‘(handtekening)’, ‘(naam)’ en ‘(functie)’ mogen worden weggelaten.

Boven de ondertekening dienen de plaats en datum waarop de ondertekening van het diploma door de examencommissie plaatsvindt te worden ingevuld.

Indien de onderwijsinstelling aan een andere instelling of aan een exameninstelling de examinering heeft uitbesteed overeenkomstig artikel 7.4.4a van de WEB, dan dient de examencommissie van de instelling waaraan is uitbesteed het diploma te ondertekenen.

Instellingen hebben de mogelijkheid om extra informatie op het diploma te plaatsen. Hierbij kan worden gedacht aan de vermelding van bijvoorbeeld de leerweg en de naam van het leerbedrijf. Omwille van de herkenbaarheid van diploma’s is het van belang terughoudend te zijn bij het opnemen van extra informatie. Extra informatie kan ook altijd in een bijlage worden opgenomen.

De kwalificatie, het kwalificatiedossier, de Crebo-code voor zowel de kwalificatie als het kwalificatiedossier, het niveau van de kwalificatie, de naam en code van een keuzedeel of keuzedelen, de naam van de examenkandidaat, de geboortedatum en -plaats, de naam van de instelling, eventuele wettelijke beroepsvereisten en de ondertekening moeten worden ingevuld conform de regels voor het invullen van modeldiploma’s mbo, zoals opgenomen in bijlage 4.

Het examenresultaat van het keuzedeel in een cijfer en/of woorden. In het geval van het overnemen van het examenresultaat van een keuzedeel uit een eerdere opleiding (behaald of geëxamineerd maar niet behaald) dient eveneens het examenresultaat in een cijfer en/of woorden te worden opgenomen op de resultatenlijst.

De eindwaardering voor een generiek of een specifiek examenonderdeel wordt conform artikel 15 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB bepaald. Voor de eindwaardering voor een generiek of een specifiek examenonderdeel, uitgezonderd het onderdeel loopbaan en burgerschap, geldt dat als het resultaat wordt uitgedrukt in een cijfer, dit geschreven wordt zowel in cijfers als in letters. Zo wordt bijvoorbeeld het cijfer 7 ook uitgeschreven als ‘zeven’. Als het resultaat wordt uitgedrukt in een woord, dan wordt het betreffende woord vermeld.

In geval van een vrijstelling voor een specifiek examenonderdeel wordt het woord ‘vrijstelling’ vermeld op de resultatenlijst. Bij een vrijstelling voor het examenonderdeel Nederlandse taal, rekenen of Engels, op grond van artikel 3b van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB, wordt het resultaat zowel in cijfers als in letters op de resultatenlijst geschreven en het woord ‘vrijstelling’ vermeld.

Voorbeeld in geval van vrijstelling voor het examenonderdeel Nederlandse taal, rekenen of Engels:

Een examenkandidaat volgt een opleiding op mbo-niveau 4, maar heeft op grond van het behalen van een havodiploma vrijstelling gekregen voor het examenonderdeel ‘Rekenen’. In dat geval wordt de rij bij het examenonderdeel ‘Rekenen’ in de tabel ‘Examenonderdelen behorend bij de kwalificatie’ op onderstaande wijze ingevuld. Achter het generieke examenonderdeel ‘Rekenen’ in de eerste kolom is ‘havo (vrijstelling)’ ingevuld. De tabel ziet er in dat geval als volgt uit:

De kwalificatiestructuur kent geen deelkwalificaties, daarom zijn de kerntaken benoemd als specifieke examenonderdelen. Dat het beroepsgerichte examen in specifieke examenonderdelen is ingedeeld, betekent niet dat elke kerntaak afzonderlijk geëxamineerd moet worden. Zowel kerntaakoverstijgende als kerntaakdoorsnijdende toetsen zijn mogelijk. Afhankelijk van het aantal vereiste examenonderdelen op de resultatenlijst worden de in het model weergegeven regels voor de vermelding van de examenonderdelen ongeldig gemaakt voor zover ze niet worden gebruikt of hun aantal wordt aangepast aan het aantal vereiste examenonderdelen. De beoordeling moet wel zodanig zijn opgebouwd dat altijd een waardering per kerntaak wordt geleverd en geregistreerd.

De benaming van alle specifieke examenonderdelen, te weten de kerntaken, zoals opgenomen in het betreffende kwalificatiedossier, worden vermeld op de resultatenlijst, inclusief de bijhorende resultaten.

In artikel 17 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB is bepaald dat het examen van een beroepsopleiding met goed gevolg is afgelegd indien onder andere voor alle specifieke examenonderdelen van de betreffende beroepsopleiding een eindwaardering van ten minste het cijfer 6 of ten minste een voldoende is behaald, dan wel op grond van artikel 14a van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB vrijstelling is verleend.

Het verdient aanbeveling de bij de kerntaken behorende werkprocessen op de resultatenlijst te vermelden. De werkprocessen kunnen per kerntaak onder de betreffende kerntaak worden vermeld, eventueel met vermelding van bijbehorende resultaten. Daarnaast kan de instelling ervoor kiezen om in de tabel meer informatie over de specifieke examenonderdelen op te nemen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de beroepsgerichte moderne vreemde talen en kennistoetsen.

De te hanteren benamingen van de kerntaken en de bijbehorende werkprocessen staan vermeld in het kwalificatiedossier van de betreffende kwalificatie.

Voor Nederlandse taal dient, behalve de eindwaardering, ook het resultaat van het centraal examen en het instellingsexamen te worden vermeld. Het resultaat van het centraal examen en het instellingsexamen wordt uitgedrukt in een cijfer met één decimaal, conform artikel 14 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB. Deze cijfers hoeven niet in letters geschreven te worden. Daarnaast wordt voor Nederlandse taal en rekenen ook het referentieniveau waarin het examen is afgelegd op de resultatenlijst opgenomen.

Het referentieniveau, dat op de resultatenlijst wordt vermeld, dient te zijn het referentieniveau waarop de examenkandidaat het examen heeft afgelegd. De referentieniveaus voor de onderdelen Nederlandse taal en rekenen zijn bepaald in de artikelen 2 en 3 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Indien het centraal examen ER voor het onderdeel rekenen is afgelegd, wordt dit vermeld op de resultatenlijst door bij ‘Referentieniveau’ in plaats van het referentieniveau 2F of 3F, ‘2ER’ of ‘3ER’ te vermelden.

Op grond van de artikelen 3a en 3b van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB kunnen examenkandidaten de examens van de examenonderdelen Nederlandse taal en/of rekenen afleggen die behoren bij een hoger mbo-niveau dan het mbo-niveau van de beroepsopleiding waarin hij examen doet. Op de resultatenlijst wordt achter de naam van het betreffende examenonderdeel vermeld op welk niveau het examen is afgelegd.

Op de resultatenlijst voor mbo-niveau 4 wordt onder generieke examenonderdelen ook het onderdeel Engels vermeld. Voor dit onderdeel dient behalve de eindwaardering ook het taalbeheersingsniveau volgens het Europees Referentiekader (ERK) te worden vermeld. Voorts dient ook het resultaat van het centraal examen en het instellingsexamen te worden vermeld. Het resultaat van het centraal examen en het instellingsexamen wordt uitgedrukt in een cijfer met één decimaal, conform artikel 14 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB. Deze cijfers hoeven niet in letters geschreven te worden.

De eindwaardering voor het onderdeel loopbaan en burgerschap wordt conform artikel 15, derde lid, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB, uitgedrukt met de term ‘niet voldaan’ of ‘voldaan’ op de resultatenlijst. Het examen van een beroepsopleiding is namelijk alleen met goed gevolg afgelegd als voor het onderdeel loopbaan en burgerschap een eindwaardering ‘voldaan’ is behaald, zoals bepaald in artikel 17 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB.

Instellingen hebben net als bij het diploma de mogelijkheid om extra informatie op de resultatenlijst te plaatsen.

Resultaten van examinering van onderdelen die in de vrije ruimte van een opleiding zijn gevolgd, maar die niet behoren bij de kwalificatie waarvan het betreffende diploma is behaald, mogen op de resultatenlijst worden vermeld. Deze keuze is aan de instelling. Indien de instelling kiest om deze informatie op de resultatenlijst te vermelden, wordt deze geplaatst in een aparte tabel met de titel ‘Examen van overige onderdelen’. Bovengenoemde resultaten worden niet in de tabel ‘Examenonderdelen behorend bij de kwalificatie’ vermeld, omdat deze overige onderdelen geen deel uitmaken van de betreffende kwalificatie en de resultaten hiervan niet van invloed zijn op de uitslagbepaling van de voornoemde kwalificatie en het daarbij bijbehorende diploma.

De tabel ‘Examen van overige onderdelen’ ziet er als volgt uit:

Indien bij een opleiding ook sprake is van wettelijke beroepsvereisten, zoals bedoeld in artikel 7.2.6 van de WEB, die door de student is behaald, dan dient dit te worden vermeld op het diploma en de resultatenlijst die aan hem of haar wordt uitgereikt.

De tekstpassage over de behaalde wettelijke beroepsvereisten wordt op het diploma vermeld direct voor de regel met de plaats en datum. Op de resultatenlijst worden deze vermeld direct na de tabel ‘Examenonderdelen behorend bij kwalificatie’ en (indien van toepassing) voor de tabel ‘Examen van extra onderdelen’. Tenzij anders is bepaald in een andere (wettelijke) regeling dan de WEB luidt de te vermelden tekstpassage als volgt: ‘De kandidaat heeft voldaan aan de wettelijke beroepsvereisten vermeld in…’. Achter ‘vermeld in’ moet worden vermeld de (wettelijke) regeling waarin de wettelijke beroepsvereisten is bepaald.

De kwalificatie, het kwalificatiedossier, het niveau, de Crebo-code, de naam van de examenkandidaat, de geboortedatum en -plaats, de naam van de instelling, de naam van het keuzedeel, eventuele wettelijke beroepsvereisten en de ondertekening moeten, indien van toepassing, worden ingevuld conform de regels voor het invullen van modeldiploma’s mbo, zoals opgenomen in bijlage 4.

De te vermelden naam van een onderdeel van een kwalificatie is de naam zoals vermeld in het Crebo.

Instellingen hebben de mogelijkheid om extra informatie op het certificaat te plaatsen. Hierbij kan worden gedacht aan het resultaat voor het onderdeel van de kwalificatie of het keuzedeel, de vermelding van bijvoorbeeld de leerweg en de naam van het leerbedrijf. Omwille van de herkenbaarheid van certificaten is het van belang terughoudend te zijn bij het opnemen van extra informatie.