Wet · BWBR0031633
Wijzigingswet Drank- en Horecawet (terugdringing alcoholgebruik)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Drank- en Horecawet te wijzigen teneinde het alcoholgebruik onder met name jongeren terug te dringen, alcoholgerelateerde verstoring van de openbare orde zoveel mogelijk te voorkomen en de uit de wet voortvloeiende administratieve lasten te reduceren;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage24 mei 2012BeatrixDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. I.SchippersDe Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opsteltende twaalfde juni 2012De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.OpsteltenWijzigt de Drank- en Horecawet.
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
De in artikel 4 van de Drank- en Horecawet bedoelde verordening wordt voor de eerste maal tot stand gebracht binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van deze wet.
Op het tijdstip van inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde verordening vervallen de voorschriften en beperkingen, gesteld op grond van artikel 4, tweede lid, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van deze wet.
Aan de totstandbrenging bedoeld in het eerste lid en de rechtsgevolgen bedoeld in het tweede lid, wordt door de burgemeester ruime bekendheid gegeven.
De burgemeester verstrekt de paracommerciële rechtspersoon zo nodig een gewijzigde vergunning, waarin de voorschriften en beperkingen die voor hem voortvloeien uit de in het eerste lid bedoelde verordening zijn opgenomen.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Tot twaalf maanden na inwerkintreding van artikel I, onderdeel FF, van deze wet, kan een burgemeester voor het toezicht op de naleving van artikel 20 en 45 van de Drank- en Horecawet in zijn gemeente naast de door hem aangewezen ambtenaren ook ambtenaren van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit inzetten.