U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 19-09-2015.

Ministeriële regeling · BWBR0031837

Mandaatbesluit BZK 2012

Wijzigingen Officiële bron
Mandaatbesluit BZK 2012Mandaatbesluit BZK 2012De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel;

Gelet op de Algemene wet bestuursrecht;

Mede gelet op de Comptabiliteitswet 2011 en het Besluit privaatrechtelijke rechtshandelingen 1996;

Mede gelet op het Koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de Secretaris-generaal;

Besluiten vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.W.E.Spies

In dit besluit wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Mandaat wordt niet verleend met betrekking tot:

Aan de Secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die, gelet op het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de Secretaris-generaal, behoren tot het werkterrein van de Secretaris-generaal en die, onverminderd het bepaalde in dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan de Minister.

Onverminderd het bepaalde in dit besluit heeft het mandaat van de Secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

De Secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 3.4, derde lid, beschreven situatie, na advies van de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, de directeur Financieel-economische Zaken en de directeur Personeel en Organisatie.

Aan het diensthoofd wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het diensthoofd en die, onverminderd het bepaalde in dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een hoger bevoegd gezag.

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van het diensthoofd in ieder geval betrekking op:

Het mandaat van de directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties omvat tevens:

Het mandaat van de directeur-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk omvat tevens de leiding van het overleg met de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel, genoemd in het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Vervallen

Het mandaat van de directeur-generaal Wonen en Bouwen omvat tevens het beslissen op verzoeken om informatie, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken.

Het mandaat van de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf omvat tevens het beslissen op verzoeken om informatie, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken.

Het mandaat van het diensthoofd is niet van toepassing op het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot:

Het mandaat van de directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties is niet van toepassing op het nemen van besluiten en het afdoen en ondertekenen van stukken met betrekking tot personele beheersbeslissingen op grond van het Mandaatbesluit Colleges financieel toezicht.

Het diensthoofd verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, in overeenstemming met de Secretaris-generaal en na advies van de directeur Financieel-economische Zaken en de directeur Personeel en Organisatie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Aan de directeur wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur en die, onverminderd dit besluit, redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een hoger bevoegd gezag.

Onverminderd dit besluit, heeft het mandaat van de directeur in ieder geval betrekking op:

De directeur Financieel-economische Zaken is bevoegd:

De directeur Personeel en Organisatie is met inachtneming van dit besluit bevoegd:

De directeur Communicatie is met inachtneming van dit besluit bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen met betrekking tot het aangaan van raamovereenkomsten inzake de inzet van media ten behoeve van departementale voorlichting en communicatie.

De directeur Bestuur, Democratie en Financiën is met inachtneming van dit besluit bevoegd tot het afdoen en ondertekenen van stukken in verband met de uitvoering van de Wet raadgevend referendum.

De directeur Organisatie Personeelsbeleid Rijk is met inachtneming van dit besluit bevoegd om stukken af te doen en te ondertekenen die voortvloeien uit:

De rechtstreeks onder de directeur ressorterende leidinggevenden zijn, voor zover door de directeur met toepassing van artikel 6.8, eerste lid, niet anders is bepaald, ten aanzien van de onder hen ressorterende functionarissen bevoegd tot:

De uitoefening van een mandaat geschiedt met inachtneming van:

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de Minister, de Secretaris-generaal, het diensthoofd of de algemeen directeur over de doorverlening van zijn mandaat.

Wijziging van dit besluit geschiedt op initiatief van de directeur Personeel en Organisatie na advies van de directeur Financieel-economische Zaken en de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 14 oktober 2010.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit BZK 2012.

Maximumbedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven, als bedoeld in de artikelen 4.11, eerste lid, 6.7, eerste lid, en 6.8, vijfde lid, van het Mandaatbesluit BZK 2012.

Bedragen zijn per (meerjarige) verplichting, in euro’s en inclusief BTW.

Deze bijlage is niet van toepassing op agentschappen/baten-lasten diensten.