U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 16-04-2013.
Wijzigingen Officiële bron
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2012–2013Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2012–2013

Het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs besluit, gelet op de Wet budgettering wachtgelden en instelling Participatiefonds ( Stb. 1995, 155 ), het Besluit Participatiefonds ( Stb. 1996, 384 ) en de statuten van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs, het volgende reglement voor het Primair Onderwijs vast te stellen

Het bevoegd gezag is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschriften, een door het Participatiefonds te bepalen bijdrage te voldoen in verband met de kosten voor werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet.

Er zijn geen toelichtingen.

Wat de inspanningsverplichting betreft, heeft het Participatiefonds aansluiting gezocht bij de instrumenten die het bevoegd gezag conform de CAO-PO ter beschikking staan. Het Participatiefonds heeft de inspanningsverplichting in de categorieën I, II, III en IV ondergebracht.

Middels een opgave van de soorten activiteiten welke zijn genoemd in de categorieën I en II maakt het bevoegd gezag inzichtelijk dat er personeelsbeleid is gevoerd.

Indien het bevoegd gezag ondanks het voeren van een op het voorkomen van ontslag gericht personeelsbeleid moet overgaan tot ontslag, geeft het aan op welke wijze getracht is betrokkene binnen het gezagsbereik te herplaatsen (categorie III). Indien herplaatsing binnen het bevoegd gezag niet aan de orde kan zijn of mogelijk is, geeft het bevoegd gezag tevens aan op welke wijze getracht is voor betrokkene een werkkring bij een ander bevoegd gezag of buiten het onderwijs te vinden (categorie IV). Ter invulling van de inspanningsverplichting worden de categorieën ook in deze volgorde doorlopen.

Bij categorie III kunnen onder andere de volgende voorbeelden van activiteiten worden genoemd:

Ter beoordeling of herplaatsing binnen het bevoegd gezag mogelijk is wordt bij een ontslag op grond van artikel 8 van het reglement een formatievergelijking gemaakt.

Indien geen invulling is gegeven aan de verplichting als genoemd in categorie III geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan wat de reden is waarom niet is voldaan aan ‘hulp bij behoud van werk’.

Ook van het betrokken personeelslid mag verwacht worden dat deze de nodige inspanning verricht tot het behoud van werk. In het kader van de instroomtoets staat echter de inspanning van de werkgever centraal.

In dit artikel is aangegeven wanneer en op welke wijze het bevoegd gezag het Participatiefonds dient te berichten over de personele bezetting op het niveau van het bevoegd gezag of samenwerkingsverband. Dit artikel is geen zelfstandige toetsingsgrond, maar geeft slechts een beschrijving van de wijze waarop een in dit artikel genoemd ontslag onderbouwd en getoetst wordt.

De personele bezetting is alleen van belang indien deze van invloed is op de reden van ontslag, en is dus niet noodzakelijk bij persoonsgebonden redenen (dus wel bij ontslag op grond van artikel 7, 7a, 7b, 8 of 11 en niet bij ontslag op grond van artikel 9).

Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Daling rijksbekostiging’ invult.

Alle instellingen voor primair onderwijs ontvangen een budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB-budget) In artikel 7 van het reglement wordt een deel van het PAB-budget bij de beoordeling van de vermijdbaarheid van het ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel buiten beschouwing gelaten. Voor het schooljaar 2012–2013 is het percentage van PAB-budget dat bij de vergelijking buiten beschouwing wordt gelaten, gesteld op 35%.

Onder financiële bijdragen van derden worden onder meer bijdragen van gemeenten verstaan, Europese subsidies en sponsorgelden.

Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Opgave persoonsgebonden redenen en anders’ invult.

Werkgelegenheidsbeleid

Werkgevers die werkgelegenheidsbeleid hanteren kunnen indien gewenst uitsluitend personeel met een tijdelijk dienstverband op dit artikel melden.

Overige gronden voor toewijzing van het vergoedingsverzoek kunnen zijn:

Artikel 10 is vervallen.

Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Opgave schoonmaakpersoneel/ personeel Centrale Dienst’ invult.

Dit artikel is ook van toepassing op het ontslag van personeel bij een Centrale Dienst.

Er zijn geen toelichtingen.

Vervallen

Er zijn geen toelichtingen.

De in artikel 15 bedoelde administratie dient het bevoegd gezag gedurende een periode van vijf jaar te bewaren.

Het bevoegd gezag is verplicht alle medewerking te verlenen aan een controle door of namens het Participatiefonds welke gericht is op de beoordeling van de rechtmatigheid van een melding. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een administratie welke op een centraal punt is in te zien en geeft hier desgevraagd inzage in voor zover relevant en betrekking hebbend op de melding.

Artikel 16 tot en met 25 zijn vervallen.

Voor de huidige deelnemers aan zelfstandig wachtgeldbeleid blijft artikel 2 van het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs 1998–1999 voor onbepaalde tijd van toepassing.

Er zijn geen toelichtingen.

Vervallen

In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bestuur van het Participatiefonds.

Wijzigt het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2011–2012.

Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2012–2013’.

Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2012 en heeft betrekking op niet voortgezette en beëindigde dienstverbanden die zijn of worden geëffectueerd in de periode van 1 augustus 2012 tot en met 31 juli 2013. Voor genoemde niet voortgezette en beëindigde dienstverbanden is dit reglement voor onbepaalde tijd van kracht.

Dit reglement wordt bekendgemaakt middels toezending aan de betrokken bevoegde gezagsorganen, vermelding in het publicatieblad Rentree van het Participatiefonds en plaatsing op de internetsite van het Participatiefonds. Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.