Ministeriële regeling · BWBR0032085

Regeling agentschappen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Financiën van 28 september 2012 over instelling, opzet en werking van agentschappen (Regeling agentschappen)Regeling agentschappenDe Minister van Financiën,

Gelet op de artikelen 18, eerste en derde lid, 38, eerste lid en 65, eerste lid van de Comptabiliteitswet 2001 en op artikel 8 van de Wet van 18 september 2012 tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2013;

Na overleg met de Algemene Rekenkamer (brief van 17 juli 2012, kenmerk 12003412 R);

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,J.C. deJager

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het betrokken ministerie doet van zijn voornemen om een in de uitvoering werkzaam dienstonderdeel te verzelfstandigen of om diensten te laten fuseren tot één agentschap mededeling aan de directeur-generaal der Rijksbegroting van het Ministerie van Financiën.

De betrokken minister dient op een zelfgekozen tijdstip een aanvraag in bij de Minister van Financiën voor de toekenning van de status van agentschap aan een te verzelfstandigen dienstonderdeel, mits de betrokken minister en de Minister van Financiën op grond van de jaarlijkse rapportages van de auditdienst in gezamenlijkheid constateren dat er in het gevoerde financieel beheer over het voorafgaande jaar bij het toekomstig agentschap en bij de bestaande agentschappen waarvoor de betrokken minister verantwoordelijk is, geen relevante onvolkomenheden zijn geconstateerd. Tussen de aankondiging als bedoeld in artikel 2 en de aanvraag liggen tenminste zes weken.

Voor de instelling van een baten-lastenagentschap geldt de aanvullende voorwaarde dat de voorziene gemiddelde afschrijvingskosten per jaar meer dan 5% van de totale lasten bedragen, berekend over een periode van drie jaar.

De betrokken minister en de Minister van Financiën beoordelen gezamenlijk tenminste eens in de vijf jaar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van een agentschap. De betrokken minister maakt het hieruit volgend rapport openbaar.

De eigenaar, die verantwoordelijk is voor het toezicht op het beleid van de opdrachtnemer en op de algemene gang van zaken in het agentschap, draagt zorg voor:

De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor:

De opdrachtnemer draagt de verantwoordelijkheid voor:

In het jaarplan van het agentschap of een daarmee vergelijkbaar document neemt de opdrachtnemer voor het komende jaar tenminste een overzicht op van:

Agentschappen ontvangen bijdragen voor de door hen geleverde producten en diensten. Deze bijdragen worden bepaald op basis van de met de opdrachtgever(s) van het agentschap gemaakte hoeveelheids-, kwaliteits- en prijsafspraken. Hiermee zijn de te ontvangen bijdragen gekoppeld aan prestaties.

Bij het bevoorschotten van een agentschap wordt een zodanige frequentie en hoogte aangehouden dat aangesloten wordt bij de noodzakelijke liquiditeitsbehoefte van het agentschap, analoog aan de bepalingen in de Regeling verlening voorschotten 2007.

Indien een agentschap een publicitair jaarverslag uitbrengt, maakt het agentschap in dit jaarverslag melding van de bijzondere status van dit verslag.

Indien de kostprijs van een product of een dienst van een baten-lastenagentschap stijgt als gevolg van de rente die een baten-lastenagentschap verschuldigd is over de initiële lening en indien die gestegen kostprijs aantoonbaar in rekening wordt gebracht aan een ander dienstonderdeel van het Rijk, staat de Minister van Financiën aan die andere dienst toe ten laste van de algemene middelen een aanvullend budget ter grootte van de kostenstijging in de departementale begroting op te nemen totdat de initiële lening is afgelost.

Onverminderd artikel 27 zijn bij het opstellen van de jaarrekening van baten-lastenagentschappen en de daarop gebaseerde agentschapsparagraaf in het departementaal jaarverslag de artikelen 361 tot en met 390, uitgezonderd artikel 365, tweede lid, artikel 383 en de artikelen 383a t/m artikel 383e van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving van overeenkomstige toepassing.

De directie Financieel-Economische Zaken van het betrokken ministerie oefent toezicht uit op een agentschap overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, artikel 10 en artikel 12, eerste lid van het Besluit Taak FEZ.

De Minister van Financiën oefent toezicht uit op de inrichting van de agentschappen en de uitvoering van de begrotingen.

Wanneer een agentschap dat vóór de inwerkingtreding van deze regeling reeds is ingesteld overgaat van baten-lastenagentschap naar verplichtingen-kasagentschap geldt dat – in afwijking van artikel 22, eerste lid – de kasreserve een maximumomvang krijgt van 5% van de gemiddelde jaarontvangsten berekend over de laatste drie jaar.

In bijzondere gevallen kan met voorafgaande schriftelijke instemming van de Minister van Financiën worden afgeweken van deze regeling, door middel van een gemotiveerd verzoek van de betrokken minister.

Deze regeling wordt in 2017 geëvalueerd.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling agentschappen.

Bovenbeschreven tijdpad is slechts indicatief. Het daadwerkelijk te doorlopen tijdpad is onder meer afhankelijk van het besluitvormingsproces (inclusief agendaprocedure) dat voor ieder individueel gremium van toepassing is, de data waarop de verschillende gremia bijeenkomen, en de termijnen zoals die van toepassing zijn op het begrotingsproces in een bepaald jaar.