Regeling · BWBR0032095
Wijzigingsbesluit Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 29 juni 2012, nr. IenM/BSK-2012/123200, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op artikel 8.40 en 8.42a van de Wet milieubeheer juncto artikel 2.22, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 17 augustus 2012, nr. W14.12.0227/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 19 september 2012, nr. IenM/BSK-2012/179011, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage26 september 2012De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,J. J.Atsmade vijftiende oktober 2012De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.OpsteltenWijzigt het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen.
Een voorschrift dat is verbonden aan een omgevingsvergunning voor een inrichting, en dat toepassing geeft aan artikel 4, eerste lid, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt en daarmee in strijd is, blijft van kracht tot drie maanden na dat tijdstip.
Indien in de periode, bedoeld in het eerste lid, een aanvraag is gedaan tot wijziging van het voorschrift overeenkomstig artikel 8 van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen, blijft dit voorschrift, in afwijking van het eerste lid, van kracht tot de beschikking op die aanvraag van kracht is geworden.
Wijzigt het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen.
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.