U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2023.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 13 oktober 2012, houdende regels over de bewapening, de uitrusting en de kleding van de politie en de bijzondere bijstandseenheden alsmede regels over de taakuitvoering door de politie en de eisen aan de bekwaamheid van de ambtenaren van politie en van de bijzondere bijstandseenheden (Besluit bewapening en uitrusting politie)Besluit bewapening en uitrusting politieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Defensie van 17 oktober 2011;

Gelet op de artikelen 21, 22 en 59, vijfde lid, van de Politiewet 2012;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 13 januari 2012, nr. W03.11.0470/II);

Gezien het nader rapport van Onze Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie van 5 oktober 2012, nr. 286450;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage13 oktober 2012BeatrixDe Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.OpsteltenDe Minister van Defensie,J. S. J.Hillende zesentwintigste oktober 2012De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

Vervallen

De bewapening van de ambtenaar en de surveillant van politie, die dienst doen met een surveillancehond, bestaat mede uit:

De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een bereden onderdeel, kan mede bestaan uit:

De bewapening van de ambtenaar die is belast met de bewakings- en beveiligingstaak, kan mede bestaan uit het semi-automatisch schoudervuurwapen.

De bewapening van de ambtenaar die behoort tot de mobiele eenheid, bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:

De bewapening van de ambtenaar die is belast met persoonsbeveiliging kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:

Onverminderd de artikelen 2 tot en met 13 kan Onze Minister aan door hem aangewezen ambtenaren andere dan de in dit besluit genoemde wapens en munitie toekennen.

Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, kan toestemming geven tot beproeving van wapens en munitie door het personeel van een bijzondere bijstandseenheid. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in afwijking van de artikelen 2, 3, 4, 5, zesde lid, 8 tot en met 14, 17 en 24 niet bewapend zijn:

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent meetmiddelen waarvoor voor het gebruik ervan een verklaring van een in deze regeling aangewezen instantie vereist is, alsmede omtrent meetmiddelen die daarmee gelijkgesteld worden.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de goede taakuitvoering door de politie en de eisen die worden gesteld aan de bekwaamheid van de ambtenaren van politie en van het personeel van de bijzondere bijstandseenheden.

Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de volgende besluiten onderscheidenlijk regelingen op de volgende artikelen van dit besluit:

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bewapening en uitrusting politie.