U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2024.

Wet · BWBR0032249

Wet normering topinkomens

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 15 november 2012, houdende regels inzake de normering van bezoldigingen van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector)Wet normering topinkomensWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de regels betreffende de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector worden uitgebreid met regels betreffende de hoogte van deze inkomens;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage15 november 2012BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R. H. A.Plasterkde drieëntwintigste november 2012De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Deze wet is niet van toepassing op het deel van de werkzaamheden als arts, tandarts of apotheker als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, de werkzaamheden in een specialisme van die beroepen als bedoeld bij of krachtens artikel 14 van die wet alsmede de werkzaamheden als klinisch chemicus of als klinisch fysicus van degene die bij of krachtens artikel 34 van die wet gerechtigd is die titel te voeren.

Voor zover zulks niet reeds uit een ander wettelijk voorschrift voortvloeit, worden de bij of krachtens deze wet in het financieel verslaggevingsdocument op te nemen gegevens onderworpen aan het oordeel van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij bij regeling van Onze Minister anders is bepaald.

Ten aanzien van personen over wie Onze Minister zulks besluit, wordt tot de bezoldiging in de zin van deze wet niet gerekend de loonbestanddelen die betrekking hebben op getroffen veiligheidsmaatregelen.

Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen over:

Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat, beleidsregels vaststellen met betrekking tot de uitoefening van een op grond van deze wet of de daarop berustende bepalingen aan Onze Minister wie het aangaat toekomende bevoegdheid.

Onze Minister wie het aangaat en Onze Minister kunnen gezamenlijk bij ministeriële regeling, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, voor een of meer functies van topfunctionarissen bij een rechtspersoon of instelling een maximum vaststellen dat hoger is dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, indien de bijzondere arbeidsmarktomstandigheden een hoger bedrag rechtvaardigen, doch niet hoger dan 130 procent van de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid.

Onze Minister wie het aangaat kan bij ministeriële regeling voor rechtspersonen en instellingen als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, voor de toepassing van artikel 2.1, tweede lid, een getal vaststellen dat geldt als de omvang van het dienstverband van de leden van toezichthoudende organen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, onder 4° en 5°. Het getal kan voor voorzitters van toezichthoudende organen hoger worden vastgesteld. Het getal is niet hoger dan de in artikel 2.2 genoemde percentages, tenzij de rechtspersoon of instelling krachtens artikel 2.2 is uitgezonderd.

Vervallen

Onze Minister wie het aangaat stelt, in overeenstemming met Onze Minister, een bedrag als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, jaarlijks vast uiterlijk in de maand november voorafgaand aan het jaar waarop het bedrag betrekking heeft.

Onze Minister wie het aangaat kan bij ministeriële regeling voor rechtspersonen en instellingen als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, voor de toepassing van artikel 3.1, derde lid, een getal vaststellen dat geldt als de omvang van het dienstverband van de leden van toezichthoudende organen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, onder 4° en 5°. Het getal kan voor voorzitters van toezichthoudende organen hoger worden vastgesteld. Het getal is niet hoger dan de in artikel 3.2 genoemde percentages, tenzij de rechtspersoon of instelling krachtens artikel 3.2 is uitgezonderd.

Vervallen

Rechtspersonen en instellingen die de op grond van artikel 4.1, eerste en tweede lid, vastgestelde gegevens inzake bezoldiging of uitkering wegens beëindiging van het dienstverband in het financieel verslaggevingsdocument opnemen, kunnen afzien van het opnemen in dat document van de verantwoording van bezoldigingsinformatie op grond van de artikel 383, eerste lid, en artikel 383c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor zover op hen van toepassing. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld.

De Belastingdienst, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, pensioenfondsen, alsmede verzekeraars aan wie betalingen zijn verricht ten behoeve van een beloning betaalbaar op termijn of een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband, zijn verplicht desgevraagd aan Onze Minister wie het aangaat kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.

Vervallen

Vervallen

Onze Minister zendt in 2020, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Een verzoek tot het nemen van een besluit als bedoeld in de artikelen 2.4, eerste lid, 2.6, tweede lid, 2.7, derde en vierde lid, en 3.4, derde en vierde lid, wordt genomen binnen zestien weken na ontvangst van het verzoek.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met uitzondering van artikel 2.3, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst. Bij dat besluit kunnen de in artikel 2.3, eerste lid, genoemde bedragen overeenkomstig artikel 2.3, derde lid, worden gewijzigd.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet normering topinkomens.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Ministerie van Justitie en Veiligheid

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Ministerie van Financiën

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

De krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisatie.