Regeling · BWBR0032312

Verplaatsingskostenbesluit defensie

Wijzigingen Officiële bron
Verplaatsingskostenbesluit defensieVerplaatsingskostenbesluit defensie

Aan de nagelaten gezinsleden van de defensieambtenaar wordt een tegemoetkoming in de kosten van verhuizing naar of in Nederland toegekend, indien de defensieambtenaar komt te overlijden, nadat hij met de gezinsleden met toekenning van een tegemoetkoming in de verhuiskosten is verhuisd naar een buiten Nederland gelegen land of naar een ambts- of dienstwoning.

De militair die met toekenning van een tegemoetkoming in de verhuiskosten is verhuisd naar een buiten Nederland gelegen land of naar een ambts- of dienstwoning en wordt ontslagen heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing naar of in Nederland indien het een ontslag betreft:

Indien verhuizing in het belang van de defensieambtenaar of zijn gezinsleden naar het oordeel van de bedrijfsgeneeskundige dienst sociaal en of medisch noodzakelijk is, kan het bevoegd gezag aanspraak verlenen op een tegemoetkoming in de verhuiskosten.

De aanspraak op een tegemoetkoming in de verhuiskosten ingevolge de artikelen 5 tot en met 10 vervalt indien de verhuizing niet plaatsvindt binnen een jaar na de datum van het ontslag, het overlijden of de datum waarop het bevoegde gezag wegens sociale en of medische noodzaak aanspraak heeft verleend op een tegemoetkoming in de verhuiskosten.

Ten aanzien van verhuizingen als bedoeld in dit hoofdstuk die in eigen beheer worden uitgevoerd, wordt het bedrag van de tegemoetkoming vastgesteld bij ministeriële regeling.

De tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten, bedoeld in de artikelen 2 en 12, wordt bepaald aan de hand van het gestelde bij of krachtens het Besluit dienstreizen defensie.

De defensieambtenaar heeft bij plaatsing in een land buiten Europa aanspraak op een tegemoetkoming in de aanschaf ter plaatse van een personenauto of motorrijwiel, indien bij de verplaatsing naar dat land geen kosten als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder g, in rekening worden gebracht. De tegemoetkoming wordt vastgesteld bij ministeriële regeling.

De defensieambtenaar die niet dagelijks reist tussen de woning en de plaats van tewerkstelling heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten:

De militair bedoeld in artikel 20, onder d of e, die in het land van plaatsing buiten Europa zelfstandige woonruimte bewoont en dagelijks reist van die woonruimte naar de plaats van tewerkstelling, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen als bedoeld in artikel 19 en daarnaast de aanspraak als bedoeld in artikel 20, onder d of e.

De defensieambtenaar die aanspraak heeft op een tegemoetkoming, bedoeld in artikel 20 onderdeel a en b en 21, onderdeel a, heeft eveneens aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen voor de tussen de plaats van legering of het pension en de plaats van tewerkstelling af te leggen afstand indien de te reizen afstand meer dan 10 kilometer bedraagt.

De tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 19 tot en met 26, worden vastgesteld bij ministeriële regeling.

De aanvraag voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten dient binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn zijn ingediend.

Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in dit besluit kan mandaat worden verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie.

De Minister kan van de artikelen 2 tot en met 29 afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van dat deze regelgeving beoogd te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 maart 2012

Dit besluit wordt aangehaald als «Verplaatsingskostenbesluit defensie».