U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2014.

Regeling · BWBR0032346

Besluit diervoeders 2012

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 12 november 2012, houdende regels inzake diervoeders (Besluit diervoeders 2012)Besluit diervoeders 2012Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 12 juli 2012, nr. 283165, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en na overleg met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op

Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG 2001, L 147);

Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PbEG 2002, L 140);

Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG 2002, L 31);

Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PbEU 2003, L 268);

Verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levenmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG (PbEU 2003, L 268);

Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PbEU 2003, L 268);

Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU 2003, L 325);

Verordening (EG) nr. 882/2004 van Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU 2004, L 191);

Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (PbEU 2005, L 35);

Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorspong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EG van de Raad (PbEg 2005, L 70);

Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEU 2007, L 189);

Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 152/11);

Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (PbEU 2009, L 229);

Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PbEU 2009, L 300), en

de artikelen 2.17, eerste lid, 2.18, 6.2, eerste lid, 6.3, eerste lid, en 10.2 van de Wet dieren;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 7 september 2012, No. W15.12.0295/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 2 november 2012, nr. 12339397, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en na overleg met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage12 november 2012BeatrixDe Staatssecretaris van Economische Zaken,J. C.VerdaasDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E. I.Schippers de zesde december 2012De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Deze paragraaf is van toepassing op biologische diervoeders, onverminderd EU-verordeningen, EU-besluiten, of bij of krachtens de artikelen 2.17, 2.18 of 6.4 van de wet gestelde bepalingen betreffende diervoeders.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen met betrekking tot de productie van biologische diervoeders.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de productie van biologische diervoeders voor gezelschapsdieren voor de uitvoering van krachtens artikel 40 van Verordening (EG) nr. 834/2007 gestelde regels.

De Stichting Skal is:

Op de uitvoering van het toezicht en de keuring, bedoeld in artikel 2.4 door de Stichting Skal, zijn van overeenkomstige toepassing:

In dit hoofdstuk en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Een ieder die met een diervoeder een handeling als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, van de wet verricht, verricht die handeling slechts met een product dat bedoeld is voor het voederen van dieren dat het in bijlage I bij Richtlijn nr. 2002/32/EG vastgestelde gehalte aan ongewenste stoffen niet overschrijdt.

Onze Minister zendt jaarlijks informatie over de resultaten van het onderzoek, bedoeld in de artikelen 3.3 en 3.4, alsmede andere nuttige informatie en bevindingen, waaronder informatie over de bron en de maatregelen die zijn genomen om het gehalte aan ongewenste stoffen te beperken of weg te nemen, aan de Commissie van de Europese Unie en de andere lidstaten van de Europese Unie. De toezending is onverwijld, indien deze onmiddellijk van belang is voor de andere lidstaten van de Europese Unie.

Producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren, met een gehalte aan een ongewenste stof dat het in kolom 3 van de tabel in bijlage I van Richtlijn 2002/32/EG vastgestelde maximumgehalte overschrijdt, mogen niet met het oog op verdunning worden vermengd met hetzelfde product of met andere producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren.

In aanvullende diervoeders mag het gehalte aan de in bijlage I van Richtlijn 2002/32/EG genoemde ongewenste stoffen niet hoger zijn dan het voor volledige diervoeders vastgestelde gehalte, rekening houdend met het voor het gebruik ervan voorgeschreven aandeel in een dagrantsoen.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor het doen treffen van de nodige maatregelen om te garanderen dat door de Europese Commissie vastgestelde criteria voor de aanvaardbaarheid van zuiveringsprocedés correct worden toegepast en gezuiverde producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren voldoen aan de bepalingen van bijlage I bij Richtlijn 2002/32/EG.

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling diervoeders 2012 op de artikelen 2.1, 2.3 en 2.4 van dit besluit.

Een krachtens dit besluit vast te stellen ministeriële regeling wordt vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit diervoeders 2012.