Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het wenselijk is dat de Wet bodembescherming op korte termijn wordt aangepast met het oog op het terugbrengen van de administratieve en bestuurlijke lasten en enkele verbeteringen van de uitvoering;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage22 november 2012BeatrixDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,W. J.Mansveldde twaalfde december 2012De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.OpsteltenWijzigt de Wet bodembescherming.
Wijzigt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
Wijzigt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Op een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, blijft de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken van toepassing zoals die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II van deze wet luidde, voor zover de uit dat beperkingenbesluit voortvloeiende publiekrechtelijke beperking onmiddellijk voor dat tijdstip nog van kracht was.
Na de inwerkingtreding van deze wet berust het Besluit overige niet-meldingsplichtige gevallen bodemsanering op artikel 28, zesde lid, van de Wet bodembescherming.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.