U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2025.

Ministeriële regeling · BWBR0032413

Regeling handel in emissierechten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 5 december 2012 nr. IenM/BSK-2012/239553, ter implementatie en uitvoering van het Europese systeem van handel in broeikasgasemissierechten (Regeling handel in emissierechten)Regeling handel in emissierechtenDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op EU-richtlijn nr. 2003/87/EG (handel in broeikasgasemissierechten), de EU-verordeningen nr. 920/2010 (register handel in broeikasgasemissierechten), nr. 1031/2012 (veiling broeikasgasemissierechten), nr. 600/2012 (verificatie en accreditatie emissiehandel) en nr. 601/2012 (monitoring en rapportage emissiehandel), de EU-beschikkingen nr. 280/2004 (register handel in broeikasgasemissierechten) en nr. 2009/450 (nadere interpretatie van bijlage I bij richtlijn 2003/87/EG) en de artikelen 16.6, 16.12, 16.13a, 16.14, 16.21, 16.23, tweede lid, 16.29, 16.32, zesde lid, 16.34b, 16.39b, 16.39h in verbinding met de artikelen 16.12 en 16.14, 16.39j, zevende lid, en 16.45 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,W.J.Mansveld.

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling berust mede op richtlijn nr. 2004/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 2004 houdende wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap, met betrekking tot de projectgebonden mechanismen van het Protocol van Kyoto (PbEU L 338), op het op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110) en op de artikelen 16.46b, vierde en achtste lid, van de wet.

Een netbeheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Gaswet verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit per gereglementeerde entiteit de allocatie- en reconciliatiegegevens, die het bestuur van de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen of het gasverbruik door gereglementeerde entiteiten juist en volledig is gerapporteerd.

Voor de toepassing van artikel 2 en de op dat artikel berustende bijlage wordt verstaan onder:

commerciële luchtvervoersonderneming: een commerciële luchtvervoersonderneming als bedoeld in artikel 3, onder p, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;

CRCO-vrijstellingscode: code voor vluchten aangewezen door het Centraal Bureau voor routeheffingen van de Eurocontrol-organisatie, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart, voor de vrijstelling van vluchten van routeheffingen;

periode van vier maanden: periode van vier maanden, beslaande de maanden januari tot en met april, mei tot en met augustus of september tot en met december;

vlucht: één vluchtsector, zijnde één vlucht of één van een reeks van vluchten die begint op een parkeerplaats van het luchtvaartuig en eindigt op een parkeerplaats van het luchtvaartuig.

Deze afdeling heeft het toepassingsbereik van afdeling 16.2.1 van de wet.

Een monitoringsplan wordt opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Voor het vereenvoudigd monitoringsplan, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Voor het verzoek als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van het besluit, wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Goedkeuring van het bemonsteringsplan, bedoeld in artikel 33 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, wordt door het bestuur van de emissieautoriteit onthouden, indien dit plan niet voldoet aan de daaraan in die verordening gestelde eisen.

Indien degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert geen gebruik maakt van de resultaten van een parallelle meting als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, meldt hij dit binnen twee weken nadat de resultaten van die meting bekend zijn geworden aan het bestuur van de emissieautoriteit onder opgave van redenen. Bij deze melding worden bedoelde meetresultaten bijgevoegd.

Tijdelijke wijzigingen van het monitoringsplan, bedoeld in artikel 23 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, worden binnen vijf dagen na het ontstaan van de tijdelijke wijziging gemeld aan het bestuur van de emissieautoriteit.

Een situatie als bedoeld in artikel 16.20c, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet, wordt binnen zes weken na het ontstaan ervan gemeld aan het bestuur van de emissieautoriteit.

Voor de meldingen wordt gebruikgemaakt van door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gestelde standaardformulieren.

Voor het emissieverslag wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Voor het verificatierapport, bedoeld in artikel 27 van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, wordt gebruikgemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Het verzoek om goedkeuring om geen bezoek af te leggen als bedoeld in artikel 31 van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel wordt uiterlijk op 31 december van het jaar waarover verslag wordt uitgebracht ingediend bij het bestuur van de emissieautoriteit.

Vervallen

Deze afdeling heeft het toepassingsbereik van afdeling 16.2.2 van de wet.

De monitoringsplannen, bedoeld in artikel 52, eerste en tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, worden opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Vervallen

Het bestuur van de emissieautoriteit beslist omtrent goedkeuring van een monitoringsplan als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage, en de artikelen 16.39d, eerste lid, 16.39j, vierde lid, en 16.39n, tweede lid, tweede volzin, in verbinding met artikel 16.39j, vierde lid, van de wet binnen vier maanden na de dag waarop dit bestuur het ontwerp van het monitoringsplan heeft ontvangen.

Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op luchtvaartactiviteiten.

Deze afdeling heeft het toepassingsbereik van afdeling 16.2.2a van de wet.

Voor de gereglementeerde entiteit zijn de artikelen 75a, 75b, 75e, tot en met 75t van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van toepassing.

Voor het vereenvoudigd monitoringsplan, bedoeld in artikel 75b, eerste lid, in verbinding met artikel 13, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Een vergunning bevat ten minste:

Voor de meldingen, bedoeld in 30h en 30i, wordt gebruikgemaakt van door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gestelde standaardformulieren.

Voor het emissieverslag wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Het verslag, bedoeld in artikel 16.39af van de wet, wordt ingediend overeenkomstig de vereisten en modellen vastgesteld bij de uitvoeringshandelingen conform artikel 30septies, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.

Voor het verificatierapport, bedoeld in artikel 43i van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, wordt gebruikgemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Vervallen

Als veiler als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van Verordening inzake tijdstippen, beheer en andere aspecten van veiling van broeikasgasemissierechten, verantwoordelijk voor het veilen van broeikasgasemissierechten voor Nederland, wordt aangewezen het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze paragraaf is van toepassing op broeikasgasinstallaties waarin een of meer activiteiten worden verricht, die behoren tot een categorie die is aangewezen in bijlage 1 bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en die in aanmerking komen voor kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten op grond van artikel 11 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.

Het op grond van artikel 27 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2018, L334) opgestelde verificatierapport wordt opgesteld en overgelegd op een door het bestuur van de emissieautoriteit aangegeven wijze en met gebruikmaking van een standaardformulier dat door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

De hoeveelheid kosteloze emissierechten voor de producten in Annex I van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens, bedoeld in artikel 16.28, vijfde lid, van de wet, worden verlaagd overeenkomstig de volgende percentages:

Vervallen

De gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht, bedoeld in artikel 16.35c, vijfde lid, van de wet, wordt bepaald door de hoeveelheid terug te vorderen broeikasgasemissierechten te vermenigvuldigen met het gemiddelde van de veilingprijs van de tien veilingen waarin de vraag naar broeikasemissierechten in ieder geval leidt tot een veilingprijs boven de reserveprijs, onmiddellijk voorafgaand aan de dagtekening van het dwangbevel, bedoeld in artikel 16.35c, tweede lid, van de wet, waarin Nederland broeikasgasemissierechten heeft aangeboden.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien een opsporingsdienst een redelijk vermoeden heeft dat met een rekening fraude wordt gepleegd, geld wordt witgewassen, terrorisme wordt gefinancierd of andere ernstige strafbare feiten worden gepleegd, kan die opsporingsdienst de nationale administrateur verzoeken om schorsing van:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

De artikelen 1, 5, 6, 7, 10, 12, 18, 23, 24, 25, 43, 44, 45, 46, 47, 49, 52 en 57, de paragrafen 3.2, 3.2a en 3.3 en de opschriften van afdeling 2.1 en paragraaf 3.2b, zoals die luidden voor 1 juli 2020, en de artikelen 51, 55 en 56, zoals die luidden voor 1 januari 2021, blijven van toepassing op emissies van broeikasgassen in de periode tot 1 januari 2021 en op broeikasgasemissierechten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer die zijn toegewezen en verleend of geveild voor de periode tot 1 januari 2021.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling handel in emissierechten.

Vervallen