U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-04-2021.

Ministeriële regeling · BWBR0032462

Regeling dierlijke producten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 7 december 2012, nr. WJZ/12346914, houdende regels met betrekking tot dierlijke producten (Regeling dierlijke producten)Regeling dierlijke productenDe Minister van Economische Zaken;

Gelet op richtlijn nr. 92/52/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 inzake volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding die voor de uitvoer naar derde landen is bestemd (PbEG 1992 L 179), verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad (PbEG 2000 L 204), verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG 2001 L 147), verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsvoorschriften (PbEG 2002 L 31), verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEU 2004 L 139), verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU 2004 L 139), verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEU 2004 L 139), verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (PbEU 2005 L 338), verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen voor bepaalde producten die onder Verordening (EG) nr. 853/2004 vallen en voor de organisatie van officiële controles overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004, tot afwijking van Verordening (EG) nr. 852/2004 en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 (PbEG 2005 L 338), verordening (EG) nr. 2075/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de officiële controles op Trichinella in vlees (PbEU 2005 L 338), verordening (EG) nr. 509/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake gegarandeerde traditionele specialiteiten voor landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU 2006 L 93), verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU 2006 L 93), verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEU 2007 L 189), verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (PbEU 2007 L 299), verordening (EG) nr. 1523/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 houdende een verbod op het in de handel brengen, de invoer naar en de uitvoer uit de Gemeenschap van katten- en hondenbont en van producten die dergelijk bont bevatten (PbEG 2007 L 343), verordening (EG) nr. 543/2008 van de Commissie van 16 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de handelsnormen voor vlees van pluimvee (PbEU 2008 L 157), verordening (EG) nr. 566/2008 van de Commissie van 18 juni 2008 tot vaststelling van de uitvoeringsbesluiten voor Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de afzet van vlees van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden (PbEU 2008 L 160), verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie van 23 juni 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft de handelsnormen voor eieren (PbEU 2008 L 163), verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PbEU 2008 L 250), verordening (EG) nr. 1235/2008 van de Commissie van 8 december 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft (PbEU 2008 L 334), verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PbEU 2009 L 300), verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PbEU 2011 L 54), de artikelen 3.3, eerste lid, 3.4, derde lid, 6.2, eerste lid, 6.4, eerste lid, en 7.6 van de Wet dieren, artikel 4b, tweede lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994, de artikelen 2.1, 2.6, 2.7, 2.8, 2.10 en 3.1 van het Besluit dierlijke producten en artikel 4.4 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage7 december 2012De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Deze paragraaf is van toepassing op exploitanten van levensmiddelenbedrijven als bedoeld in sectie I tot en met IV van bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004.

Vervallen

Vervallen

Het is toegestaan, met toepassing van:

Vervallen

Vervallen

In hoofdstuk 2, paragraaf 2, wordt verstaan onder:

De onderwerpen, bedoeld in artikel 2.10 van het besluit, zijn:

De Stichting Skal is de controlerende autoriteit, bedoeld in artikel 27, vierde lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 834/2007.

Het is verboden bij het in de handel brengen of etiketteren van of reclame maken voor producten te verwijzen naar de biologische productiemethode, bedoeld in verordening (EG) nr. 834/2007 en het logo, bedoeld in artikel 25 van die verordening, tenzij is voldaan aan de voorschriften van die verordening, van verordening (EG) nr. 889/2008, verordening (EG) nr. 1235/2008 en deze paragraaf.

Vervallen

Het aantal vee-eenheden, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van verordening (EG) nr. 889/2008, bedraagt 170 gedeeld door de hoeveelheid stikstof zoals die voor de desbetreffende diercategorie is opgenomen in bijlage D, tabel IB, deel 2, of indien de desbetreffende diercategorie daarin ontbreekt, in bijlage D, tabel IA, kolom B, bij de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.

De duur van de periode waarin de uitlopen van pluimveestallen leeg moeten blijven, bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 889/2008 bedraagt telkens na het houden van een koppel:

De Stichting COKZ is ten aanzien van nationale productdossiers voor zuivelproducten, eieren en vlees van pluimvee verantwoordelijk voor de controles met betrekking tot de in verordening (EU) nr. 1151/2012 gestelde verplichtingen en voor de verificatie inzake de inachtneming van productdossiers voordat een product op de markt wordt gebracht.

Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn de bij of krachtens de artikelen 12, 13, 14, 15, 23, 24 en 33 van verordening (EU) nr. 1151/2012 gestelde voorschriften.

De Stichting COKZ is bevoegd uitvoering te geven aan een voorschrift van verordening (EG) nr. 543/2008 of verordening (EG) nr. 589/2008 dat een tot de overheid behorend orgaan of een door de overheid aangesteld persoon de opdracht geeft, de keuze laat of als ontvanger van informatie aanwijst.

Indien nodig voor het snijden en behandelen van vers vlees van pluimvee mag, in afwijking van de in bijlage VII, deel V, onderdeel II, subonderdeel 2, bij verordening (EU) nr. 1308/2013 vastgestelde temperatuurvoorschriften, de temperatuur van dat vlees gedurende een periode van ten hoogste 24 uur omlaag worden gebracht tot een temperatuur die niet lager is dan -8°C in de kern, in:

Bij de uitvoer van volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding uit Nederland naar een staat die geen lid is van de Europese Unie en geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, wordt, voor zover van toepassing, voldaan aan:

In deze paragraaf wordt onder bereiden mede verstaan: het ter rijping in opslag hebben van kaas en het elders dan op de plaats van verkoop aan de verbruiker vermalen, versnijden of raspen en het onmiddellijk verpakken van kaas.

De kippen worden gehouden in stallen:

Gedurende de mestperiode wordt voeder verstrekt waarin het minimumgehalte aan graan en graanbijproducten 70% bedraagt en waaraan geen dierlijke producten, met uitzondering van melkproducten, zijn toegevoegd.

Bij verkoop van geslachte kippen aan particulieren:

Een ontvanger van boerderijmelk meldt zich ter registratie aan bij Stichting COKZ onder vermelding van naam, adres, vestigingsplaats, contactpersoon, telefoonnummer, e-mailadres en de hoeveelheid op jaarbasis ontvangen boerderijmelk naar soort boerderijmelk in het afgelopen kalenderjaar.

Een ontvanger van boerderijmelk ontvangt uitsluitend boerderijmelk die is bewaard in een deugdelijke melkkoeltank die is voorzien van een intermitterend roerwerk dat telkens, met een onderbreking van ten hoogste een half uur, de inhoud van de tank tenminste twee minuten roert en waarvan het op adequate wijze functioneren wordt geborgd door middel van een tankwacht voorzien van een visueel waarneembare alarmfunctie.

Een ontvanger van boerderijmelk stelt van iedere leverantie van boerderijmelk de hoeveelheid boerderijmelk vast met een vloeistofmeetinstallatie voor melk.

Monsters boerderijmelk bestemd voor de onderzoeken, bedoeld in de artikelen 2.44 tot en met 2.50, worden in afwijking van het bepaalde in artikel 2.39, onderdelen h en j:

Degene die door de ontvanger van boerderijmelk wordt belast met het ontvangen en vervoeren van boerderijmelk door middel van een rijdende melkontvangst, is terzake kundig en voert de te verrichten handelingen uit overeenkomstig een door de ontvanger van boerderijmelk opgestelde en door Stichting COKZ goedgekeurde instructie.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De verplichting tot kennisgeving, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 1069/2009, is niet van toepassing op exploitanten die:

Met toepassing van artikel 16, onderdeel f, van verordening (EG) nr. 1069/2009 is het toegestaan om voor het maken van biodynamische preparaten als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van verordening (EG) nr. 834/2007 gebruik te maken van:

Met toepassing van artikel 19, eerste lid, onderdelen a en f, van verordening (EG) nr. 1069/2009 is het toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, bedoeld in artikel 15, onderdeel a, en bijlage VI, hoofdstuk III, van verordening (EU) nr. 142/2011:

Met toepassing van bijlage V, hoofdstuk I, afdeling 1, punt 2, onderdeel f, van verordening (EU) nr. 142/2011 is een pasteurisatie- of ontsmettingstoestel niet verplicht voor biogasinstallaties die alleen worden gebruikt voor de omzetting van de dierlijke bijproducten, bedoeld in de subonderdelen ii en iii van dat onderdeel.

Met toepassing van bijlage VIII, hoofdstuk I, afdeling 1, punt 3, van verordening (EU nr. 142/2011, is het gebruik van recipiënten die opnieuw kunnen worden gebruikt toegestaan voor het vervoer, bedoeld in de onderdelen a en b, van dat punt.

Met toepassing van bijlage X, hoofdstuk II, afdeling 4, deel II, punt 4, van verordening (EU) nr. 142/2011 is het toegestaan dat biest als bedoeld in dat punt aan een andere landbouwer binnen Nederland wordt geleverd voor vervoederingsdoeleinden, indien is voldaan aan de daarin opgenomen voorwaarde.

Met toepassing van bijlage XIII, hoofdstuk V, onderdeel A, van verordening (EU nr. 142/2011 is het bedrijven die huiden hanteren toegestaan om afgesneden en gesplitste stukken van die huiden te leveren voor de productie van gelatine voor diervoeders, organische meststoffen of bodemverbeteraars, indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in dat onderdeel.

Met toepassing van bijlage XIII, hoofdstuk VII, onderdeel A, punt 1, van verordening (EU nr. 142/2011, is het toegestaan onbehandelde veren en delen van veren die niet droog zijn en onbehandeld dons dat niet droog is rechtstreeks van een slachthuis naar een verwerkingsbedrijf te brengen, indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in dat punt.

Met toepassing van bijlage IV, onderdeel III, subonderdeel E, punt 2, bij verordening (EG) nr. 999/2001 is het toegestaan verwerkte dierlijke eiwitten die afkomstig zijn van niet-herkauwers en producten die dergelijke eiwitten bevatten die niet bestemd zijn voor dierlijke voeding buiten Nederland te brengen naar een derde land, indien is voldaan aan de daarin gestelde voorwaarden.

Vervallen

Het maximumniveau, bedoeld in artikel 8, onderdeel d, van verordening (EG) nr. 1069/2009, is, per kilogram pluimveemest:

Dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet zijn kadavers en delen daarvan als bedoeld in de artikelen 8 en 9 van verordening (EG) nr. 1069/2009, met uitzondering van:

Artikel 3 van verordening (EG) nr. 1523/2007 is een voorschrift als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet.

De inkennisstelling van en de verstrekking van de gegevens over een inrichting waar levende producten worden gewonnen, geproduceerd, verwerkt of opgeslagen, bedoeld in artikel 84, eerste lid, onderdelen a en b, van verordening (EU) nr. 2016/429, geschiedt met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld.

In aanvulling op artikel 84, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2016/429 verstrekt de exploitant van een inrichting waar sperma van runderen, varkens of paardachtigen wordt gewonnen, geproduceerd, verwerkt of opgeslagen met het oog op de registratie daarvan, de volgende gegevens:

(gereserveerd)

Een aanvraag tot erkenning van een inrichting als bedoeld in artikel 94, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2016/429 of van een broederij van waaruit broedeieren worden verplaatst als bedoeld in onderdeel c van dat artikellid, geschiedt met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld.

In aanvulling op artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2020/999 verstrekt de exploitant, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2020/686, indien beschikbaar, de URL van de website van de inrichting binnen de termijn, bedoeld in artikel 3A.6, eerste lid.

Het is toegestaan om de tests, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2020/686, uit te voeren op de in dat lid bedoelde monsters.

De onderzoeken die op grond van artikel 3A.10 plaatsvinden, worden verricht door een laboratorium dat daarvoor is erkend op grond van artikel 3 van de Regeling erkenning veterinaire laboratoria.

Sperma dat afkomstig is van een inrichting waar sperma van uit Nederland afkomstige runderen, varkens of paardachtigen wordt gewonnen, geproduceerd, verwerkt of opgeslagen en dat wordt verplaatst naar een andere inrichting in Nederland, gaat vergezeld van een geleidebiljet waarop de volgende gegevens zijn vermeld:

Ingeval er op grond van artikel 4.10, tweede lid, van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren, geen laboratorium is erkend voor een onderzoek naar de vereiste diergezondheidsstatus van een naar een derde land uit te voeren dierlijk product, verricht Wageningen Bioveterinary Research dat onderzoek.

Hoofdstuk 8 van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van tarieven door de Stichting COKZ en de Stichting Skal voor de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.11.

Vervallen

De op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel bij het Hoofdproductschap Akkerbouw aanhangige aanvragen en verzoeken, bedoeld in artikel 17, eerste lid, worden met ingang van 1 januari 2014 overeenkomstig deze regeling behandeld door de daartoe bevoegde autoriteit met inachtneming van de termijn die op dat tijdstip is verstreken sinds het tijdstip van indiening van de aanvraag of het verzoek.

Vrijstellingen en ontheffingen verleend door het Productschap Pluimvee en Eieren die golden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, worden met ingang van de inwerkingtreding van dit artikel geacht te zijn verleend door de minister op grond van artikel 10.1 van de wet, onder dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden.

Wijzigt de Landbouwkwaliteitsregeling 2007.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013, met uitzondering van de artikelen 2.11, onderdeel b, en 2.12 tot en met 2.18, 4.2 en 4.3, eerste en derde lid, die inwerking treden op het tijdstip dat artikel 2.6, onderdeel a, van het Besluit dierlijke producten in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling dierlijke producten.

Vervallen