Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 5 december 2012, nr. IENM/BSK-2012/241275, houdende vaststelling beleidsregels voor de sturing van en het toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster (Beleidsregels sturing van en toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster)Beleidsregels sturing van en toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet KadasterDe Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.

In deze regels wordt verstaan onder:

Bij de goedkeuring van het bestuursreglement op grond van artikel 11 Kaderwet juncto artikel 9 van de wet bekijkt de minister in ieder geval of ten aanzien van de hierna volgende onderwerpen bepalingen zijn opgenomen:

Voorafgaand aan schorsing of ontslag van de leden van het bestuur informeert de minister de raad van toezicht over zijn voornemen.

Ten behoeve van het vaststellen van de bezoldiging van het bestuur conform artikel 14, tweede lid, van de Kaderwet, verzoekt de minister de raad van toezicht om een voorstel voor de bezoldiging van het bestuur op te stellen, rekening houdend met de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. De raad van toezicht kan binnen een door de minister vastgestelde marge jaarlijks een variabele component toekennen aan de directie, afhankelijk van de prestaties en de realisatie van vooraf tussen de raad van toezicht en het bestuur overeengekomen doelen. Die marge blijft binnen de grenzen die de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector stelt.

Bij de goedkeuring van het reglement van de raad van toezicht op grond van artikel 14, tweede lid, van de wet bekijkt de minister in ieder geval of ten aanzien van de hierna volgende onderwerpen bepalingen zijn opgenomen:

De minister vormt zich een oordeel over de kwaliteit van de taakuitoefening van de Dienst. Daarbij baseert hij zich onder meer op:

Deze regels worden aangehaald als: Beleidsregels sturing van en toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster.

Deze regels treden in werking op 1 januari 2013.