U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-10-2016.

Ministeriële regeling · BWBR0032494

Regeling certificaten groen beroepsonderwijs

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 13 december 2012, nr. WJZ/12374628, houdende het aanwijzen van onderdelen van een kwalificatie of kwalificaties waaraan een certificaat is verbonden (Regeling certificaten groen beroepsonderwijs)Regeling certificaten groen beroepsonderwijsDe Minister van Economische Zaken,

Handelende na overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op artikel 3 van het Besluit certificaten groen beroepsonderwijs, artikel 7, eerste lid, van het Honden- en kattenbesluit 1999 en artikel 17, eerste lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage13 december 2012De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp

Aan een onderdeel van een kwalificatie, zoals benoemd in artikel 1 van deze regeling op 31 augustus 2016, is een certificaat verbonden.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2013, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2013.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling certificaten groen beroepsonderwijs.

De te hanteren benaming voor een certificeerbare eenheid is de benaming zoals vermeld in artikel 1 van de Regeling certificaten groen beroepsonderwijs.

De te hanteren benaming voor een kwalificatie is de benaming zoals vermeld in het Centraal register beroepsonderwijs. Als Crebocode dient te worden vermeld de in Crebo opgenomen code van de betreffende kwalificatie.

Voor iedere certificeerbare eenheid van een kwalificatie die een examenkandidaat behaalt, wordt een apart certificaat uitgegeven, tenzij de certificeerbare eenheid onderdeel is van een afgeronde opleiding. In dat laatste geval worden de behaalde certificeerbare eenheden op het diploma en/of resultatenlijst vermeld conform de Regeling modeldiploma mbo.

De te hanteren benaming voor een kwalificatiedossier is de benaming zoals vermeld in het Crebo. Als Crebocode dient te worden vermeld de in Crebo opgenomen code van het betreffende kwalificatiedossier.

Het niveau dat moet worden ingevuld, is het niveau van de kwalificatie, bijvoorbeeld mbo-3.

Op het certificaat wordt achter de zinsnede ‘De ondergetekenden verklaren dat’ de officiële voornaam en de officiële achternaam van de examenkandidaat opgenomen, zoals deze staan vermeld in de gemeentelijke basisadministratie. De officiële namen worden volledig uitgeschreven.

Achter ‘geboren’ wordt de geboortedatum vermeld en achter ‘te’ de geboorteplaats, zoals deze staan vermeld in de gemeentelijke basisadministratie. Indien de geboorteplaats buiten Nederland ligt, wordt achter de geboorteplaats het geboorteland vermeld. Indien de geboorteplaats niet bekend is, wordt alleen het geboorteland vermeld.

Achter het woord ‘aan’ wordt steeds de naam van de instelling vermeld. De naam van de instelling is de naam zoals geregistreerd in de Basisregistratie Instellingen (BRIN). Ook wanneer het examen is uitbesteed aan een andere instelling of exameninstelling dient de naam van de onderwijsinstelling waaraan de examenkandidaat is ingeschreven te worden vermeld.

Indien op grond van een andere (wettelijke) regeling dan de WEB een tekstpassage over wettelijke beroepsvereisten vermeld dient te worden op het certificaat, dan is de instelling verplicht om de desbetreffende informatie op het certificaat te vermelden.

Het waardedocument wordt ondertekend door één of meer leden van de examencommissie en door de examenkandidaat. De handtekeningen moeten feitelijk (met pen) geschreven worden. Een gescande of gekopieerde handtekening is niet toegestaan. In het geval van de examencommissie dienen de functie en de naam van de ondertekenaar(s) te worden vermeld. De termen ‘(handtekening)’, ‘(naam)’ en ‘(functie)’ mogen worden weggelaten.

Boven de ondertekening dienen de plaats en datum waarop de ondertekening van het certificaat door de examencommissie plaatsvindt te worden ingevuld.

Indien de onderwijsinstelling aan een andere instelling de examinering heeft uitbesteed, dan dient de examencommissie van de instelling waaraan is uitbesteed het certificaat te ondertekenen.

Instellingen hebben de mogelijkheid om extra informatie op het certificaat te plaatsen. Hierbij kan worden gedacht aan de vermelding van bijvoorbeeld de leerweg en de naam van het leerbedrijf. Omwille van de herkenbaarheid van certificaten is het van belang terughoudend te zijn bij het opnemen van extra informatie.