Ministeriële regeling · BWBR0032505
Regeling toedeling opsporingstaken persoonsgebonden budgetten
Handelende in overeenstemming met de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 3, aanhef en onder b, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.J. vanRijn.De bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, heeft mede tot taak;
- a.
het opsporen van strafbare feiten die verband houden met de verstrekking van persoonsgebonden budgetten als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Regeling subsidies AWBZ, en
- b.
het opsporen van strafbare feiten die verband houden met de verstrekking van aanspraken op zorg krachtens artikel 6, tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor zover gepleegd in samenhang met de strafbare feiten, bedoeld onder a, en voor zover eerstbedoelde strafbare feiten niet zijn te beschouwen als hoofdbestanddeel van het complex van geconstateerde strafbare feiten.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toedeling opsporingstaken persoonsgebonden budgetten.