ZBO-regeling · BWBR0032509

Regeling Beroepservaringperiode

Wijzigingen Officiële bron
Regeling BeroepservaringperiodeRegeling BeroepservaringperiodeHet bestuur van het bureau architectenregister,

Gelet op de artikelen 8, onderdeel a, en 12e, tweede lid, van de Wet op de architectentitel;

Gezien de goedkeuring van de Minister voor Wonen en Rijksdienst d.d. 5 december 2012, de Minister van Economische Zaken d.d. 10 december 2012 en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 5 december 2012;

Besluit:

Den Haag10 december 2012De voorzitter van het bestuur van het bureau architectenregister,A.Rijckenberg.

In deze regeling wordt verstaan onder:

De kandidaat werkt gedurende de beroepservaringperiode op het bureau waar de mentor werkzaam is of met een mentor die elders werkzaam is.

Bij de in artikel 7 bedoelde aanmelding dient de kandidaat een door hem opgesteld persoonlijk ontwikkelingsplan in, waarin staat beschreven hoe hij zijn beroepservaringperiode zal inrichten om te bewerkstelligen dat hij aan het einde van de beroepservaringperiode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur en interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling.

Voor de aanvang van de beroepservaringperiode vindt een startgesprek plaats tussen de kandidaat en de commissie beroepservaringperiode waarin het in artikel 8 bedoelde persoonlijk ontwikkelingsplan van de kandidaat wordt besproken en, indien dit naar het oordeel van de commissie noodzakelijk is, wordt aangepast.

De kandidaat houdt tijdens de beroepservaringperiode een logboek bij, waarin hij zijn ontwikkelingen van de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen voor de disciplines architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur of interieurarchitectuur in de bijlage bij deze regeling, beschrijft.

Het bureau architectenregister, althans een door hem aan te wijzen persoon of in te stellen geschillencommissie, bemiddelt of adviseert op verzoek daartoe van de meest gerede partij in geschillen tussen de mentor en de kandidaat.

De kandidaat dient de door hem te volgen beroepservaringmodules te hebben afgerond vóór het in artikel 24, tweede lid, bedoelde eindgesprek.

Certificaten van deelname aan beroepservaringmodules zijn tot zes jaar na afgifte geldig.

Een verzoek om vrijstelling wordt slechts gehonoreerd, indien de kandidaat naar het oordeel van het bureau architectenregister heeft aangetoond op grond van opleiding of opgedane beroepservaring voor aanvang van de beroepservaringperiode reeds te beschikken over (een deel van) de kennis, het inzicht en de vaardigheden die staan beschreven in de eindtermen, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Het eindgesprek, bedoeld in artikel 24, tweede lid, vindt in beginsel plaats binnen twee jaar, doch uiterlijk binnen zes jaar na aanvang van de beroepservaringperiode.

De erkenning van een aanbieder van beroepservaringmodules of van een geïntegreerd beroepservaringprogramma en de erkenning van beroepservaringmodules of van een geïntegreerd beroepservaringprogramma door het bureau architectenregister vindt plaats op verzoek van de aanbieder van de desbetreffende beroepservaringmodules of het desbetreffende beroepservaringprogramma.

Het bureau architectenregister stelt regels vast met betrekking tot de erkenning, die in elk geval betrekking hebben op

Het bureau architectenregister is bevoegd de bijlage bij deze regeling te wijzigen en doet van een wijziging mededeling aan de ministers, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet.

Het bureau architectenregister stelt de tarieven vast voor een vergoeding van de kosten ter zake van de uitvoering van de hoofdstukken II en IV tot en met VI van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling Beroepservaringperiode.

De eindtermen vormen het samenhangende geheel van kennis, inzicht en vaardigheden waarover de kandidaat aan het einde van de beroepservaringperiode moet beschikken om als architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect aan het vereiste niveau van beroepsuitoefening te voldoen. Daarbij zij opgemerkt dat deze competenties niet alleen gelden vanuit het perspectief van de ontwerper als opdrachtnemer maar ook, zoals bij stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten in ambtelijke dienst, van de ontwerper als opdrachtgever. De eindtermen en ervaringsaspecten dienen steeds in de context van de betreffende discipline te worden geïnterpreteerd. Voor een goede duiding van de eindtermen zijn bij de eindtermen bij wijze van voorbeeld ervaringsaspecten aangegeven. Deze ervaringsaspecten vormen niet limitatieve voorbeelden ter verduidelijking, voor zowel de kandidaat, de mentor, de commissie beroepservaringperiode als de aanbieder, van de wijze waarop aan de eindtermen kan worden voldaan.