Wijzigingen Officiële bron
Richtlijn voor strafvordering en feitomschrijvingen luchtvaartwetgevingRichtlijn voor strafvordering en feitomschrijvingen luchtvaartwetgeving

In de onderhavige richtlijn voor strafvordering wordt gebruik gemaakt van het Polaris-puntensysteem, zoals beschreven in de Aanwijzing Kader voor strafvordering. Voor de waarde van één sanctiepunt wordt verwezen naar genoemde aanwijzing.

Deze richtlijn heeft uitsluitend betrekking op feiten, die niet voor een bestuursrechtelijke afdoening in aanmerking komen, dan wel waarbij verwacht mag worden dat het bestuursrechtelijke optreden niet het gewenste resultaat zal opleveren.

De feitgecodeerde strafbare feiten in deze richtlijn kunnen in principe door middel van een OM-transactie worden afgedaan. In de praktijk geeft de Dienst Infrastructuur van de Landelijke Eenheid uitvoering aan de opsporing van de in deze richtlijn genoemde feitgecodeerde strafbare feiten. De landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie van het parket Haarlem, nevenvestiging Schiphol, is verantwoordelijk voor de coördinatie van de vervolging van luchtvaartzaken.

Met het toezicht op de naleving van de Luchtvaartwetgeving zijn de Divisie Luchtvaart van de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Dienst Infrastructuur van de Landelijke Eenheid belast.

Bestuursrechtelijke sancties worden namens de Minister van Infrastructuur en Milieu opgelegd door de Divisie Luchtvaart van de Inspectie Leefomgeving en Transport. De Koninklijke Marechaussee kan namens de Minister van Veiligheid en Justitie bestuursdwang toepassen op basis van art. 37t Luchtvaartwet (handhaving beveiliging burgerluchtvaart).

De luchtvaartwetgeving biedt in principe voldoende ruimte om door middel van bestuursrechtelijke handhaving tegen de exploitant van een luchtvaartterrein en/of tegen de eigenaar van een luchtvaartuig op te treden.

Deze richtlijn heeft uitsluitend betrekking op feiten die niet voor een bestuursrechtelijke sanctie in aanmerking komen, dan wel waarbij verwacht mag worden dat bestuurlijke handhaving niet het gewenste resultaat zal opleveren. Tussen de diverse handhavende instanties en het OM worden afspraken gemaakt wie in welke gevallen handhaaft.

Met de opsporing van strafbare feiten zijn in principe alle bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren belast. In de praktijk echter geeft de Dienst Infrastructuur van de Landelijke Eenheid uitvoering aan de opsporing van overtredingen uit de luchtvaartwetgeving.

Alle strafbare feiten in de bijlage van deze richtlijn betreffen zogenaamde OM-feiten. Dit houdt in dat de politie voor deze feiten geen politiestrafbeschikking mag opleggen; alléén het OM mag transacties aanbieden. De transactiebedragen zijn weergeven in Bos-Polaris punten en afgestemd op de doorsnee, voor transactie vatbare, overtredingen en misdrijven. Het gehanteerde puntensysteem sluit aan bij de systematiek uit de Aanwijzing Kader voor Strafvordering. Voor de waarde van één sanctiepunt wordt verwezen naar genoemde aanwijzing. Als sprake is van meer strafbare feiten in één strafdossier, dan moeten de punten uit deze tarieflijst per feit bij elkaar opgeteld worden.

Na constatering van een overtreding van de in de bijlage bij deze richtlijn genoemde feiten kan door de politie een (verkort) proces-verbaal worden opgemaakt dat elektronisch wordt aangeboden aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). Het CJIB zendt, bij feiten waar een tarief is ingevuld, een transactievoorstel aan de verdachte. Indien de verdachte aan het transactievoorstel voldoet, is de zaak daarmee afgedaan. Bij niet-betaling zal het CJIB de zaak elektronisch overdragen aan de landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie.

Als op de plaats van het tarief een * (asterisk) is vermeld is geen tarief vastgesteld omdat de overtreding aan de hand van het proces-verbaal individueel moet worden beoordeeld. In die gevallen draagt het CJIB de zaak ook over aan de landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie.

Indien zich specifieke omstandigheden voordoen en een verkort proces-verbaal niet passend is, bijvoorbeeld bij recidive of bij ernstig gevaar, dan kan de Dienst Infrastructuur van de Landelijke Eenheid in overleg met de landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie besluiten hiervan af te zien. In dergelijke gevallen kan de verdachte worden gedagvaard en kan ter terechtzitting een ontzegging worden geëist van de bevoegdheid tot het verrichten van werkzaamheden als boordpersoneel aan boord van een luchtvaartuig of het geven van luchtverkeersdienstverlening.

Indien sprake is van een luchtvaartongeval of ernstig incident kan nooit worden volstaan met een verkort proces-verbaal omdat de verdachte in die gevallen in principe wordt gedagvaard.

Landelijk gezien is het aantal luchtvaartzaken gering en is de afdoening hiervan, gelet op de specifieke kennis, niet eenvoudig van aard.

De landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie is verantwoordelijk voor de coördinatie van de vervolging van luchtvaartzaken.

Bij feiten waarvoor geen tarief is vastgesteld of wanneer niet wordt ingegaan op het transactievoorstel wordt de zaak door het CJIB aan de landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie aangeleverd.

De landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie beoordeelt alle luchtvaartzaken en voorziet deze van een afdoeningsadvies – een transactievoorstel en/of een dagvaarding – ten behoeve van het plaatselijke arrondissementsparket.

De eis ter terechtzitting wordt vastgesteld aan de hand van het bij de feitcode behorende tarief + 20%.

Door tussenkomst van de landelijk coördinerend luchtvaartofficier van justitie wordt beoogd eenheid te brengen in het opsporings- en vervolgingsbeleid van het OM bij overtredingen van de luchtvaartwetgeving.

Deze richtlijn voor strafvordering is uitsluitend geldig ten aanzien van strafbare feiten gepleegd vanaf de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Nummers L 200 – L 232: Wet luchtvaart (Wlv)

Nummers L 250 – L 257: Luchtvaartwet (LVW)

Nummers L 300 – L 330: Luchtverkeersreglement (LVR)

Nummers L 350 – L 362: Regeling Standaard Luchtverkeerscircuits

Nummers L 400 – L 402: Beperkte of verboden gebieden

Nummers L 450 – L 454: Regeling reclamesleepvliegen

Nummers L 500 – L 503: Algemeen Luchthavenreglement

Nummer L 550: Regeling luchtverkeersdienstverlening

Nummers L 600 – 602: Regeling navigatie en telecominstallaties

Nummers L 750 – 682: Regeling luchtvaartvertoningen

Categorie 1: straalvliegtuigen met een toegelaten totaalmassa van 6000 kg of meer;

Categorie 2: propellervliegtuigen met een toegelaten totaalmassa van 6000 kg of meer;

Categorie 3: luchtvaartuigen met een maximaal toegelaten totaalmassa van minder dan 6000 kg (bedrijfsmatig en hefschroefvliegtuigen)

Categorie 4: luchtvaartuigen met een maximaal toegelaten totaalmassa van minder dan 6000 kg (particulier en ballonnen)

Categorie 5: overige