Wijzigingen Officiële bron
Loonheffingen, pensioenen; aanwijzing van pensioenregelingen in verband met invoering van Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijdLoonheffingen, pensioenen; aanwijzing van pensioenregelingen in verband met invoering van Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd

De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

In dit besluit is een tijdelijke aanwijzing opgenomen van bepaalde pensioenregelingen. Het zijn pensioenregelingen die als gevolg van de invoering van de Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd, op bepaalde onderdelen niet meer dan in geringe mate afwijken van wat overigens is bepaald in of krachtens hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964. Het belang van deze afwijkingen gaat niet uit boven het belang van de marges op andere onderdelen.

Den Haag27 november 2012De staatssecretaris van Financiën,F.H.H.Weekers.

Tijdens de behandeling van de Wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd is een collectieve aanwijzing toegezegd van bepaalde pensioenregelingen die een hoger opbouwpercentage hanteren dan het wettelijk maximum. Het belang van de overschrijding van de wettelijke jaarlijkse opbouwpercentages mag niet uitgaan boven het belang van een hogere franchise dan de wettelijk minimaal vereiste franchise. Op deze wijze is het niet nodig dat een belanghebbende per individuele regeling een aanwijzing als pensioenregeling aanvraagt ingevolge artikel 19d van de Wet op de loonbelasting 1964. Deze collectieve aanwijzing geldt onder de hierna te stellen voorwaarden..

Ik wijs op grond van artikel 19d van de Wet op de loonbelasting 1964 en in overeenstemming met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid regelingen aan als pensioenregeling voor de hierna bedoelde gevallen en onder de daarbij genoemde alternatieve voorwaarden.

Deze aanwijzing geldt tot en met 31 december 2014.

Het gaat hier om regelingen die tot 31 december 2013 kwalificeren als pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964. Deze regelingen hanteren ook vanaf 1 januari 2014 ten hoogste de jaarlijkse opbouwpercentages dan wel de beschikbare premies die hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat luidt op 31 december 2013, toestaat.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2015.

Vanaf 2014 geldt voor de opbouw in een middelloonstelsel een maximaal opbouwpercentage van 2,15%. Pensioenregelingen die gebruik blijven maken van een opbouwpercentage van 2,25% kunnen de overschrijding van 0,1% compenseren met een hogere franchise. Naarmate het pensioengevende loon hoger is zal de franchise groter moeten zijn om de 0,1% te hoge opbouw te compenseren. Hierna is in een voorbeeld weergegeven hoe dit kan worden bereikt.

Een andere mogelijkheid is een vaste franchise overeen te komen. Die kan op een zodanig niveau worden vastgesteld dat alle overschrijdingen worden gecompenseerd. Dit is goed mogelijk in pensioenregelingen met een gemaximeerde pensioengrondslag. Er hoeft dan niet steeds te worden gerekend bij verschillende pensioengrondslagen.

Een andere mogelijkheid is het verlagen van de pensioengrondslag. Vanaf 2014 geldt voor de opbouw in een eindloonstelsel een maximaal opbouwpercentage van 1,9%. Door bijvoorbeeld de pensioengrondslag in een eindloonstelsel te vermenigvuldigen met de factor 1,9/2, is 2% van deze gecorrigeerde pensioengrondslag gelijk aan 1,9% van de niet gecorrigeerde pensioengrondslag. In cijfers: [(€ 20.000 – € 13.062) * 1,9/2] * 2% = € 131,82 deze uitkomst is gelijk aan (€ 20.000 – € 13.062) * 1,9% = € 131,82.

Bij toepassing van een opbouwpercentage van 2,25% in een middelloonstelsel zal de correctiefactor 2,15/2,25 moeten worden toegepast.