Ministeriële regeling · BWBR0032771
Regeling toezichthoudende ambtenaren Drank- en Horecawet
Handelende in overeenstemming met de Minister van Veiligheid en Justitie;
Gelet op artikel 41, tweede lid, van de Drank- en Horecawet;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.J. vanRijnIn deze regeling wordt verstaan onder de wet: de Drank- en Horecawet.
De ambtenaren, aangewezen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van artikel 41, eerste lid, onder a, van de wet, zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de bepalingen, genoemd in artikel 44aa van de wet, en met het toezicht op de naleving van artikel 45 van de wet.
De ambtenaren, aangewezen door de burgemeester op grond van artikel 41, eerste lid, onder b, van de wet, zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de bepalingen, genoemd in artikel 44a van de wet, en met het toezicht op de naleving van artikel 45 van de wet.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 2, tweede lid:
- a.
hebben met goed gevolg het examen toezichthouder Drank- en Horecawet afgelegd dat voldoet aan de eisen zoals vastgesteld door de examencommissie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
- b.
beschikken over een aanwijzing door de Minister van Veiligheid en Justitie als buitengewoon opsporingsambtenaar op grond van artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering.
Artikel 3, aanhef en onder a, is niet van toepassing op een ambtenaar die voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling als toezichthouder voor de wet was aangewezen, sindsdien onafgebroken deze bevoegdheid heeft uitgeoefend en een opleiding heeft gevolgd die gelijkwaardig is aan een opleiding ter voorbereiding op het examen, bedoeld in artikel 3, onder a.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toezichthoudende ambtenaren Drank- en Horecawet.