U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2013.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 20 december 2012, houdende regels inzake het aanhouden van voorraden aardolieproducten (Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012)Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001 integraal te herzien ter implementatie van Richtlijn 2009/119/EG van de Raad van 14 september 2009, houdende verplichting voor de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden (PbEU 2009, L 265);

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage20 december 2012BeatrixDe Minister van Economische Zaken,H. G. J.Kampde zeventiende januari 2013De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden aardolieproducten, zoals die nader worden omschreven in bijlage B, punt 4.1, van Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken (PbEG 2008, L 304), verdeeld in de volgende categorieën:

De wettelijke voorraad is ten minste gelijk aan de grootste van de twee volgende hoeveelheden: 90 maal het daggemiddelde van de netto invoer van aardolieproducten of 61 maal het daggemiddelde van het binnenlands verbruik, berekend overeenkomstig artikel 3 van richtlijn 2009/119/EG.

Onze Minister kan met het oog op een dreigende oliecrisis bepalen dat het voor COVA vastgestelde gedeelte van de wettelijke voorraad met een door hem te bepalen hoeveelheid wordt verhoogd.

Biobrandstoffen en toevoegingen worden slechts tot de wettelijke voorraad gerekend indien deze:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften en beperkingen worden gesteld aan het buiten Nederland aanhouden van een voorraad aardolieproducten als onderdeel van de wettelijke voorraad.

De voorraadplichtige bewaart gegevens, overzichten en bescheiden met betrekking tot een wettelijke voorraad gedurende ten minste vijf jaar.

De staat is aansprakelijk voor schulden van COVA, die mochten overblijven na haar liquidatie als rechtspersoon.

De artikelen 16 en 18 zijn van overeenkomstige toepassing op degene die in Nederland een voorraad aardolieproducten aanhoudt ter naleving van internationale verplichtingen van een andere staat dan Nederland dan wel van een onderdaan van die staat.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften en beperkingen worden gesteld aan het in Nederland aanhouden van een voorraad aardolieproducten ter naleving van internationale verplichtingen van een andere staat dan Nederland dan wel van een onderdaan van die staat.

Vervallen

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk en over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van COVA.

Wijzigt deze wet en de Algemene wet bestuursrecht.

De artikelen van deze wet treden in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012.