Wijzigingen Officiële bron
Verordening van het Productschap Akkerbouw van 8 november 2012 houdende regels ter zake van het gebruik van apparatuur bestemd voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen (Verordening PA keuring van apparatuur voor gewasbeschermingsmiddelen 2012)Verordening PA keuring van apparatuur voor gewasbeschermingsmiddelen 2012Het bestuur van het Productschap Akkerbouw;

Gelet op artikel 8 van Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden (PbEG 2009 L 309), artikel 80, tweede en derde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, artikel 32b van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de artikelen 96, 98, 102, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

Gehoord de Commissie Teeltaangelegenheden,

Besluit:

Zoetermeer8 november 2012R.M.BergkampvoorzitterM.Elemasecretaris

Deze verordening verstaat onder:

Het verbod, bedoeld in artikel 32b, eerste lid, van het Besluit, om bij de toediening van gewasbeschermingsmiddelen op een gewas of op de grond gebruik te maken van apparatuur, geldt niet voor:

Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de verordening bepaalde wordt namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor bij besluit van het productschap zijn aangewezen.

Het bepaalde bij of krachtens deze verordening, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, is mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze professioneel apparatuur voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen gebruiken.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PA keuring van apparatuur voor gewasbeschermingsmiddelen 2012.

Deze regeling zal met de toelichting in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie worden geplaatst.

De volveldspuit wordt afgekeurd als één of meer van de in de groepen a t/m q vermelde onderdelen zich voordoet. Afwezigheid van onderdelen waarvan kan worden aangetoond dat ze al niet aanwezig waren toen de machine nieuw was, is geen reden tot afkeuring. Uitzonderingen hierop zijn de aanwezigheid van een zeef in de tankopening en de uitvoering van de manometer.