U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2023.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 7 maart 2013, houdende regels inzake de subsidiëring en het toezicht op de financiën van politieke partijen (Wet financiering politieke partijen)Wet financiering politieke partijen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen over de administratie en de openbaarmaking van bijdragen aan politieke partijen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage7 maart 2013BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R. H. A.Plasterk de vijftiende maart 2013De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Deze paragraaf is niet van toepassing op een politieke partij als bedoeld in de artikelen 16 en 17.

Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing indien een fractie van een politieke partij in de Eerste Kamer der Staten-Generaal wordt gesplitst.

Indien twee of meer politieke partijen die subsidie ontvangen worden samengevoegd tot een nieuwe vereniging, komt deze nieuwe vereniging als politieke partij met ingang van het volgende kalenderjaar voor subsidie in aanmerking, dit onder gelijktijdige intrekking van de subsidie die is toegekend aan de partijen die zijn samengevoegd.

Onze Minister zendt ieder jaar aan de Staten-Generaal een overzicht van de subsidies die aan de politieke partijen zijn verstrekt. Een verslag als bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht kan achterwege blijven.

De artikelen 20 tot en met 23 zijn niet van toepassing op afdelingen van een politieke partij.

Indien aan een politieke partij subsidie is verstrekt, geldt dat:

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de Algemene verordening gegevensbescherming kan Onze Minister in het kader van de uitvoering van de artikelen 21, 21a, 25, 25a, 28, 28a, 29, 30 en 32 van deze wet, bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 3.1 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verwerken.

Indien Onze Minister bij de uitoefening van zijn taken op grond van deze wet stuit op mogelijke strafbare feiten, stelt hij de officier van justitie hiervan in kennis.

Wijzigt de Mediawet 2008.

De bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, worden ten behoeve van de kalenderjaren 2011 tot en met 2015, na toepassing van artikel 8, vijfde lid, nader gewijzigd door het resultaat van de berekening:

De verplichting, bedoeld in de artikelen 25, 28 en 29, geldt niet voor bijdragen en schulden die zijn ontvangen onderscheidenlijk ontstaan voor de datum van inwerkingtreding van deze wet.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet financiering politieke partijen.