U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2020.

Regeling · BWBR0033471

Dagloonbesluit werknemersverzekeringen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 22 mei 2013, houdende regels in verband met het vaststellen van het dagloon op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Dagloonbesluit werknemersverzekeringen)Dagloonbesluit werknemersverzekeringenWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 februari 2013, nr. IVV/2013/10006,

Gelet op de artikelen 15, tweede lid, van de Ziektewet, 17a, derde lid, en 45, tweede lid, van de Werkloosheidswet, 13, derde lid, en 58, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en 14, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 19 april 2013, nr W12.12.0048/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 mei 2013, nr. 2013-000055455;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar22 mei 2013Willem-AlexanderDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,L.F.Asscherde dertigste mei 2013De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.Opstelten

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder werknemer:

Onder loon wordt in dit hoofdstuk verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv met dien verstande dat niet onder loon wordt begrepen:

Indien een werknemer, die recht heeft op een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA, op of na de dag waarop hij de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt, met arbeid inkomen is gaan verwerven in verband waarmee zijn uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA is beëindigd, binnen vijf jaar na de datum waarop die uitkering is beëindigd recht heeft op een uitkering op grond van de Wet WIA, wordt het WIA-dagloon niet lager vastgesteld dan het WAO- of WIA-dagloon van de laatstelijk ontvangen uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA. Het dagloon van de laatstelijk ontvangen uitkering als bedoeld in de eerste zin, wordt in aanmerking genomen, zoals dat zou zijn herzien vanaf de datum van beëindiging tot aan de datum van het nieuwe recht op uitkering op grond van artikel 15, eerste lid, van de WAO, dan wel artikel 14, eerste lid, van de Wet WIA indien de uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA niet zou zijn beëindigd.

Het WIA-dagloon van de werknemer, die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de Wet WIA, zoals dat artikellid luidde op 31 december 2010, bedraagt ten hoogste het maatmaninkomen, dat op grond van dat artikellid, zoals dat luidde op 31 december 2010, wordt vastgesteld, vermenigvuldigd met het aantal uren van de urenomvang, bedoeld in artikel 9, onderdeel b, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, gedeeld door vijf.

In de gevallen waarin de artikelen 48, eerste lid, onderdelen b en c, en 55, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet WIA van toepassing zijn, wordt het WIA-dagloon niet lager vastgesteld dan het dagloon dat op grond van de Wet WIA in aanmerking zou zijn genomen als het recht op uitkering zou zijn ontstaan op de in artikel 47, tweede lid, en artikel 54, tweede lid van de Wet WIA bedoelde dag, zoals dat dagloon vanaf die dag tot aan de datum van het recht op uitkering op grond van artikel 14, eerste lid, van de Wet WIA zou zijn herzien, indien het recht op uitkering op grond van de Wet WIA op die dag zou zijn ontstaan.

Dit hoofdstuk vervalt met ingang van 1 januari 2025.

Indien het minimumloon is herzien tussen het einde van de referteperiode en de eerste dag waarop recht bestaat op een uitkering op grond van de ZW, de WW, de Wet WIA of de WAO wordt de hoogte van het dagloon zoals berekend op grond van dit besluit aangepast in de mate waarin het minimumloon is herzien.

Artikelen 3, 5 en 6 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de dag van de inwerkingtreding van artikel II, onderdelen A, C en D, maar met inachtneming van de wijzigingen in artikel II, onderdeel B, van het Besluit tot wijziging van het Besluit SUWI en enige andere besluiten in verband met gegevensverstrekking aan werkgevers en verzekeraars en enige andere technische wijzigingen, blijven van toepassing op een recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet of de Ziektewet, waarvan de eerste uitkeringsdag is gelegen voor de dag van die inwerkingtreding.

Artikel 5, eerste lid, zoals dat luidt na de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, onder 1, van het Besluit van 20 juni 2018 tot wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met een andere berekeningswijze van het WW-dagloon in het geval van een lager dagloon door ziekte in de referteperiode en enkele andere wijzigingen (Stb. 2018, 193) is niet van toepassing op de werknemer wiens WW-recht is ontstaan voor die dag van inwerkingtreding.

De artikelen 12c tot en met 12f, zoals deze luiden na de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen E tot en met H, van het Besluit van 20 juni 2018 tot wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met een andere berekeningswijze van het WW-dagloon in het geval van een lager dagloon door ziekte in de referteperiode en enkele andere wijzigingen (Stb. 2018, 193), zijn niet van toepassing op de werknemer wiens recht op ziekengeld is ontstaan voor die dag van inwerkingtreding.

Vervallen

Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Dagloonbesluit werknemersverzekeringen.