Ministeriële regeling · BWBR0033556
Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, onderdeel f, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 11, tweede lid, 18, eerste lid, en 22, vierde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage10 juni 2013De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.PlasterkIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- b.
stichting: Oorlogsgravenstichting.
De minister verstrekt aan de stichting een subsidie met het oog op:
- a.
het aanleggen en in stand houden van de in de statuten van de stichting bedoelde graven en erevelden;
- b.
het bezoeken van nabestaanden aan graven en erevelden die zich buiten Nederland bevinden;
- c.
het verstrekken van informatie en geven van voorlichting over de graven en de verhalen van de aldaar begraven oorlogsslachtoffers;
- d.
het doen van necrologisch onderzoek;
- e.
het verzorgen van bloemleggingen op Nederlandse oorlogsgraven en bij de door de stichting in stand gehouden gedenkstenen van Nederlandse oorlogsslachtoffers.
De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt.
De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk in op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.
In aanvulling op artikel 11, derde lid, onderdeel c, van het Kaderbesluit BZK-subsidies gaat de aanvraag vergezeld van een gespecificeerde begroting, waarin de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de overige activiteiten worden gescheiden.
De minister verstrekt voorschotten per boekjaar.
Het voorschot voor een boekjaar is gelijk aan de voor dat jaar verleende subsidie.
Het voorschot van de voor een boekjaar verleende subsidie wordt in januari van dat boekjaar verstrekt.
De minister kan het voorschot een maand later verstrekken, nadat de stichting hiervan in kennis is gesteld.
De stichting dient de aanvraag tot subsidievaststelling in uiterlijk op 1 juli na afloop van het boekjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft.
Een subsidie die is verleend krachtens de Regeling Subsidiëring Oorlogsgravenstichting 2011 wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en vervalt met ingang van 1 januari 2025.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013.