Ministeriële regeling · BWBR0033556

Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 juni 2013, nr. 2013-0000329551, houdende regels voor de subsidiëring van de Oorlogsgravenstichting (Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013)Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, onderdeel f, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 11, tweede lid, 18, eerste lid, en 22, vierde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage10 juni 2013De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.Plasterk

In deze regeling wordt verstaan onder:

De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt.

De stichting dient de aanvraag tot subsidievaststelling in uiterlijk op 1 juli na afloop van het boekjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft.

Een subsidie die is verleend krachtens de Regeling Subsidiëring Oorlogsgravenstichting 2011 wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en vervalt met ingang van 1 januari 2025.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013.