Ministeriële regeling · BWBR0033571
BZK Subsidieregeling Nationaal Comité 4 en 5 mei
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, onderdeel f, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 11, tweede lid, 18, eerste lid, 22, vierde lid, en 24, vijfde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage10 juni 2013De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.PlasterkIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- b.
stichting: Stichting Nationaal Comité 4 en 5 mei.
De minister verstrekt aan de stichting een subsidie met het oog op de organisatie van nationale herdenkingen en vieringen op 4 en 5 mei en de uitvoering van educatie- en erfgoedprojecten.
De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Op de subsidie, bedoeld in artikel 2, zijn de bepalingen van het Kaderbesluit BZK-subsidies inzake een subsidie lager dan € 25.000 van toepassing.
De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt.
De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk in op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.
In afwijking van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluit BZK-subsidies hoeft de aanvraag tot subsidievaststelling niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
Een subsidie die aan de stichting is verleend op grond van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en vervalt met ingang van 1 januari 2027.
Deze regeling wordt aangehaald als: BZK Subsidieregeling Nationaal Comité 4 en 5 mei.