Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 14 mei 2013, nr. 2013-0000282194, CZW;
Gelet op de artikelen 44, tweede lid, en 66, tweede lid, van de Gemeentewet, de artikelen 43, tweede lid, en 65, tweede lid, van de Provinciewet en de artikelen 32a, eerste lid, en 44, eerste lid, van de Waterschapswet en artikel 193, tweede lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 31 mei 2013, no. W04.13.0142/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 juni 2013, nr. 2013-0000331515;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Wassenaar12 juni 2013Willem-AlexanderDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.Plasterkde eenentwintigste juni 2013De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,F.TeevenWijzigt het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning.
Wijzigt het Rechtspositiebesluit burgemeesters.
Wijzigt het Rechtspositiebesluit gedeputeerden.
Wijzigt het Rechtspositiebesluit wethouders.
Wijzigt het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden.
Wijzigt het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Wijzigt het Waterschapsbesluit.
Wijzigt het Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES.
Voor de periode van 1 januari 2007 tot 1 januari 2013 compenseert de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de aan de Belastingsdienst verschuldigde nageheven loonbelasting en nagevorderde inkomstenbelasting in verband met de ambtswoning van de commissaris, de burgemeester en de Rijksvertegenwoordiger over deze periode.
Een uitkering op grond van een uitkeringsregeling op basis van artikel 9 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden aan raadsleden, die uiterlijk aanvangt op de datum van aftreden van de leden van de raad in de oude samenstelling na de raadsverkiezingen van 2014, of een herindelingsverkiezing na publicatie van dit besluit maar vóór de raadsverkiezingen in 2014, wordt verstrekt tegen de voorwaarden van de verordening, zoals die gold op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit.
Een uitkering op grond van een uitkeringsregeling op basis van artikel 8 van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden aan leden van provinciale staten, die uiterlijk aanvangt op de datum van aftreden van de leden van de provinciale staten in de oude samenstelling na de provincialestatenverkiezingen van 2015, wordt verstrekt tegen de voorwaarden van de verordening, zoals die gold op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2013, met dien verstande dat de artikelen I, II, III, onderdeel B, IV, onderdeel B, V, onderdeel B, VI, onderdeel B, VII en VIII terugwerken tot en met 1 januari 2013 en de artikelen III, onderdeel A en IV, onderdeel A, terugwerken tot en met 3 augustus 2011.