Op de voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 2 mei 2013, nr. 379877;
Gelet op artikel 2, tweede lid, onderdeel h, artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en artikel 17 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 juni 2013, nr. W03.13.0141/II);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 20 juni 2013, nr. 398877;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Wassenaar25 juni 2013Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,F.Teevende achtentwintigste juni 2013De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.OpsteltenDe in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten bedoelde indexering is het gemiddelde van de afgeleide consumentenprijsindex per 1 juni voorafgaand aan de vaststelling van de tariefstijging en de afgeleide consumentenprijsindex per 1 juni van het daaraan voorafgaande jaar.
De in het eerste lid bedoelde indexering kan bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2013. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 juni 2013, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 juli 2013.
Artikel 1 vervalt met ingang van 1 januari 2020.
Vervallen