Ministeriële regeling · BWBR0033668
Besluit toepassing rijkscoördinatieregeling project Afsluitdijk
In overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad,
Gelet op artikel 3.35, eerste tot en met derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening;
Besluit:
De Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas GeesteranusVoor het versterken van het dijklichaam van de Afsluitdijk en bijbehorende civieltechnische werken en het vergroten van de afvoercapaciteit wordt een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.28 Wet ruimtelijke ordening vastgesteld.
De voorbereiding en bekendmaking van het in het eerste lid bedoelde inpassingsplan wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van de in bijlage 1 bij dit besluit aangeduide besluiten.
De voorbereiding en bekendmaking van de in bijlage 2 bij dit besluit aangeduide besluiten wordt gecoördineerd.
De Minister van Infrastructuur en Milieu wordt aangewezen als de Minister bedoeld in artikel 3.35, tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
De Minister van Infrastructuur en Milieu is, met uitsluiting van een in eerste aanleg bevoegd bestuursorgaan, bevoegd te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning die nodig is om de uitvoering van het in artikel 1, eerste lid, bedoelde inpassingsplan mogelijk te maken.
Dit besluit wordt met bijlagen en toelichting in de Staatscourant geplaatst.
- •
Omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
- •
Vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (al dan niet aangehaakt bij de omgevingsvergunning);
- •
Ontheffing op grond van de Flora- en faunawet (al dan niet aangehaakt bij de omgevingsvergunning);
- •
Besluit op grond van de Waterwet.
- •
Omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
- •
Vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998;
- •
Ontheffing op grond van de Flora- en faunawet;
- •
Vergunning op grond van de Ontgrondingenwet of de provinciale ontgrondingenverordening;
- •
Besluit op grond van de Wet bodembescherming;
- •
Vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken;
- •
Vergunning of projectplan op grond van de Waterwet;
- •
Ontheffing op grond van de Boswet;
- •
Ontheffing op grond van de provinciale verordening;
- •
Maatwerkvoorschrift op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
- •
Besluit op grond van de Wegenwet;
- •
Vergunning op grond van de keur van het Waterschap;
- •
Ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening;
- •
evenals overige toestemmingen of besluiten bij of krachtens deze wetten, algemene maatregelen van bestuur, verordeningen of keuren die nodig zijn om de uitvoering van het in het in artikel 1, eerste lid, bedoelde inpassingsplan mogelijk te maken.