U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2015.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 september 2013, houdende tijdelijke regels voor experimenten met stembiljetten en een centrale stemopneming (Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming)Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 juli 2013;

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 31 juli 2013, nr. W04.13.0214/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 september 2013, nr. 2013-0000520984;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar23 september 2013Willem-AlexanderDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.Plasterkde zevende oktober 2013De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.Opstelten

In dit besluit wordt verstaan onder Experimentenwet: Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming.

Dit hoofdstuk is van toepassing op een experiment met een nieuw stembiljet voor kiezers buiten Nederland bij verkiezingen als bedoeld in de Kieswet.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Op het briefstembewijs wordt een nummer vermeld. Onze Minister verstrekt tijdig voor de verkiezing aan de gemeente ’s-Gravenhage de informatie nodig voor het produceren van het briefstembewijs.

De burgemeester van ’s-Gravenhage stelt uiterlijk de achtste dag voor de stemming uit het register een uittreksel van ongeldige briefstembewijzen vast dat hij aan alle briefstembureaus verstrekt.

Onverminderd artikel M 10, eerste lid, van de Kieswet, controleert het briefstembureau of het briefstembewijs echt is en of het nummer van het briefstembewijs voorkomt in het uittreksel van ongeldige briefstembewijzen.

Het gemeentelijk stembureau kan zich bij de stemopneming doen bijstaan door personen, daartoe door burgemeester en wethouders aan te wijzen.

Het gemeentelijk stembureau is belast met de handhaving van de orde tijdens de stemopneming. Het kan daartoe de burgemeester om bijstand verzoeken.

Het gemeentelijk stembureau verricht voor elk stembureau separaat de handelingen als bedoeld in de artikelen 32 tot en met 36.

Het gemeentelijk stembureau stelt vast het verschil tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld. Voor zover mogelijk geeft het gemeentelijk stembureau hiervoor een verklaring.

De aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren inbrengen. De bezwaren worden in het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau vermeld.

De aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren inbrengen. De bezwaren worden in het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau vermeld.

In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet kan het hoofdstembureau voor een verkiezing van de leden van een vertegenwoordigend orgaan met twee of meer kieskringen uiterlijk een week voor de stemming besluiten dat zijn zitting op de tweede dag na de stemming betreffende de vaststelling van de verkiezingsuitslag op een later tijdstip dan 10:00 uur plaatsvindt.

Nadat is beslist over de toelating van de gekozenen, zijn burgemeester en wethouders bevoegd de pakken, bedoeld in de artikelen N 2 van de Kieswet of de artikelen 34, derde lid, of 36, tweede lid, die niet naar het centraal stembureau of het vertegenwoordigend orgaan zijn overgebracht, te openen en deze pakken, alsmede de processen-verbaal van de stembureaus die niet naar het centraal stembureau of het vertegenwoordigend orgaan zijn overgebracht, over te dragen aan de officier van justitie ten dienste van een onderzoek naar enig strafbaar feit.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden over het vervoer van de stembescheiden en het proces-verbaal van het stembureau, de werkwijze van het gemeentelijk stembureau en de evaluatie van het experiment.

In afwijking van de artikelen Y 2, Y 22 tot en met Y 23, Y 24 en Y 39 van de Kieswet is dit besluit van overeenkomstige toepassing op een experiment dat wordt gehouden bij de verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees Parlement, met dien verstande dat:

Op een experiment met een nieuw stembiljet voor kiezers buiten Nederland bij een referendum als bedoeld in de Wet raadgevend referendum is hoofdstuk 2, met uitzondering van de artikelen 5, eerste lid, en 12 tot en met 16, van toepassing met dien verstande dat:

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van de dag dat de Tijdelijke Experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming (Stb. 2013, 240) vervalt.

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.