Wijzigingen Officiële bron
Richtlijn voor strafvordering Wet personenvervoer 2000Richtlijn voor strafvordering Wet personenvervoer 2000

Deze richtlijn bevat het strafvorderingsbeleid van het OM inzake overtredingen bepaald bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000(Wp 2000), die in artikel 1 van de Wet op de economische delicten (WED) als economisch delict zijn aangemerkt.

Deze richtlijn richt zich op de strafrechtelijk gehandhaafde bepalingen voortkomende uit de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000 (Bp 2000). Deze richtlijn is aangepast vanwege de wijziging van de Wp 2000 en het Bp 2000 per 1 juli 2013. Deze wetgeving is vanwege de implementatie van de EG verordeningen 1071/20091 en 1073/20092 in de Nederlandse wetgeving gewijzigd.

Voor de eis ter terechtzitting wordt geen hoger tarief gehanteerd tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat verzet uitsluitend is gedaan ter uitstel van de executie of om de procesgang te vertragen. Een dergelijke situatie kan voorkomen wanneer de bestrafte in het verzetschrift geen inhoudelijke gronden heeft aangegeven en eveneens zonder geldige reden verstek laat gaan ter terechtzitting, dan wel verschijnt maar geen inhoudelijk verweer voert. In deze gevallen kan een tot maximaal 20% hogere straf worden gevorderd4.

NB Op de overtredingen die feitgecodeerd met een politiestrafbeschikking kunnen worden afgedaan is de recidiveregeling niet van toepassing.

Indien sprake is van meer te beoordelen feiten in één strafdossier, dan worden de geldboetes van de afzonderlijke feiten opgeteld. Gezien de aard van de delicten en het functioneel daderschap worden de geldboetes bij economische delicten bij elkaar worden opgeteld. Binnen de door de wet gestelde grenzen kan worden afgeweken van de aangegeven bedragen, hetzij naar beneden, hetzij naar boven, indien de omstandigheden waaronder het delict is gepleegd daartoe aanleiding geven. Bij grote bedrijven, ernstige overtredingen, onrechtmatig genoten voordeel dat uitgaat boven het tarief dat vastgesteld is voor de overtreding kan een hoger tarief geïndiceerd zijn. Bij economische delicten kan de draagkracht van de rechtspersoon of natuurlijke persoon mede bepalend zijn voor de hoogte van de strafbeschikking of eis ter terechtzitting. Bij het uitvaardigen van een strafbeschikking kan tevens rekening worden gehouden met de eventuele verbeurdverklaring van een last onder dwangsom. Hiertoe bestaat echter geen verplichting, immers een dwangsom dient om uitvoering van de last te bewerkstelligen, en het verbeuren daarvan – en dus ook de invordering – betreffen alleen het niet-nakomen van de last, en vormen geen (punitieve) sanctie op de nadien geconstateerde normschendingen5.

Deze richtlijn voor strafvordering geldt voor alle strafbare feiten die zijn gepleegd vanaf de datum van inwerkingtreding.

1 Regeling maximum tarief en bekendmaking tarieven taxivervoer (RMBTT)