U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 30-05-2020.

Ministeriële regeling · BWBR0034144

Subsidieregeling praktijkleren

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 31 oktober 2013, nr. WJZ/560472 (10352), houdende regels voor subsidieverstrekking ter stimulering van praktijkleren en het verrichten van onderzoek (Subsidieregeling praktijkleren)Subsidieregeling praktijklerenDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 4 en 10 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.Bussemaker

In deze regeling wordt verstaan onder:

Vervallen

Subsidie op grond van artikel 4 wordt slechts verstrekt voor zover:

Subsidie op grond van artikel 6 wordt slechts verstrekt voor zover:

Subsidie op grond van artikel 9a, eerste en derde lid, wordt slechts verstrekt voor zover:

Subsidie op grond van artikel 9c, eerste lid, wordt slechts verstrekt voor zover:

Subsidie wordt verstrekt per studiejaar.

Het subsidiebedrag per gerealiseerde praktijkleerplaats of gerealiseerde werkleerplaats wordt berekend aan de hand van het beschikbare bedrag voor de desbetreffende categorie gedeeld door het aantal gerealiseerde praktijkleerplaatsen of werkleerplaatsen dat in aanmerking komt voor subsidie voor die categorie, met een maximum van € 2.700 per gerealiseerde praktijkleerplaats of gerealiseerde werkleerplaats.

Een werkgever als bedoeld in artikel 4, 6, 8, 9a, 9c of 10 kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in het desbetreffende artikel indienen.

Een subsidieaanvraag wordt elektronisch ingediend via de website www.agentschapnl.nl/praktijkleren.

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidieverstrekking geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie:

De minister beslist met toepassing van artikel 15 gelijktijdig op de voor het desbetreffende studiejaar ontvangen aanvragen.

De minister beslist binnen dertien weken na 16 september van enig kalenderjaar op de voor het daaraan voorafgaande studiejaar ontvangen aanvragen.

Aan de verstrekking van subsidie is de verplichting verbonden dat de subsidieontvanger de documenten, bedoeld in artikel 5, 7, 9, 9b, 9d of 11 gedurende vijf jaren bewaart na het studiejaar waarvoor subsidie is verstrekt.

Een aanvraag voor een verklaring wordt in ieder geval geweigerd indien de buitenlandse opleiding niet in dat land is erkend of het opleidingsniveau lager is dan een vergelijkbare Nederlandse opleiding.

Aan de Algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken wordt mandaat verleend tot:

De directeur generaal Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 27, ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende medewerkers.

Onverminderd het toezicht door de Inspectie van het onderwijs worden de ambtenaren die een arbeidsovereenkomst hebben bij het Ministerie van Economische Zaken, voor zover zij werkzaamheden verrichten ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij deze regeling.

Vervallen

Vervallen

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling praktijkleren.