Ministeriële regeling · BWBR0034144
Subsidieregeling praktijkleren
Gelet op artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 4 en 10 van de Wet overige OCW-subsidies;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.BussemakerIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
beroepsopleiding: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid, van de WEB;
- b.
gerealiseerde praktijkleerplaats: het aantal weken dat tijdens de praktijkleerplaats daadwerkelijk onderricht in de praktijk van het beroep plaats vindt tot ten hoogste 40 weken per studiejaar gedeeld door 40 voor zover het een beroepsopleiding, het voortgezet speciaal onderwijs of het voortgezet onderwijs betreft, onderscheidenlijk tot ten hoogste 42 weken gedeeld door 42 voor zover het een opleiding in het hoger beroepsonderwijs betreft;
- c.
gerealiseerde werkleerplaats: het aantal maanden in een studiejaar dat een promovendus zijn onderzoek verricht of een technologisch ontwerper in opleiding staat ingeschreven bij een universiteit voor zijn opleiding, gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met de totale arbeidsduur van de promovendus of technologisch ontwerper in opleiding in uren per week tot ten hoogste 36 uur gedeeld door 36;
- d.
hbo-student: natuurlijke persoon die een opleiding volgt in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in de WHW;
- e.
KNAW: Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen, bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de WHW;
- f.
leerling: leerling als bedoeld in de WEC of de WVO;
- g.
mbo-student: student als bedoeld in de WEB;
- h.
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- i.
NWO: Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
- j.
praktijkleerovereenkomst: overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8 van de WEB, artikel 7.7, vijfde lid, van de WHW of artikel 10b3 van de WVO dan wel stage-overeenkomst als bedoeld in artikel 9 van het Onderwijskundig besluit WEC, respectievelijk artikel 35 van het Inrichtingsbesluit WVO;
- k.
praktijkleerplaats: tijdsduur gedurende welk een bedrijf of organisatie onderricht in de praktijk van het beroep voor een leerling, mbo-student of hbo-student verzorgt op grond van een praktijkleerovereenkomst;
- l.
promovendus: natuurlijke persoon die een onderzoek verricht gericht op promotie als bedoeld in artikel 7.18 WHW;
- m.
studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van een kalenderjaar en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende kalenderjaar voor zover het een beroepsopleiding, het voortgezet speciaal onderwijs of het voortgezet onderwijs betreft of tijdvak dat aanvangt op 1 september van een kalenderjaar en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar voor zover het een opleiding in het hoger beroepsonderwijs of een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding betreft;
- n.
technologisch ontwerper in opleiding: natuurlijk persoon die staat ingeschreven bij een universiteit voor de opleiding gericht op de titel PDEng;
- o.
universiteit: bekostigde universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b, van de bijlage bij de WHW;
- p.
- q.
- r.
werkgever: bedrijf of organisatie die de praktijkleerplaats of werkleerplaats verzorgt en omschreven als bedoeld in artikel 4, tweede lid, 6, tweede lid, 8, tweede lid, onderscheidenlijk 10, tweede lid;
- s.
werkleerplaats: tijdsduur gedurende welke een promovendus aan een universiteit of instituut van de KNAW of NWO zijn onderzoek verricht of welke een technologisch ontwerper in opleiding zijn opleiding volgt;
- t.
WHW:Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- u.
Vervallen
Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van werkgevers tot het bieden van praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen door middel van de verstrekking van subsidie.
De subsidie is een tegemoetkoming in de kosten van een werkgever voor de begeleiding van een leerling, mbo-student of hbo-student of een tegemoetkoming in de loonkosten of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding.
De minister kan subsidie verstrekken aan een werkgever voor een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een mbo-student in het kader van een beroepsopleiding voor zover het betreft de beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB.
Onder werkgever wordt in dit artikel verstaan het bedrijf dat of de organisatie die het onderricht in de praktijk van het beroep voor de mbo-student verzorgt.
Voor de toepassing van het Besluit experiment beroepsopleiding gecombineerde leerwegen bol-bbl wordt onder beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in het eerste lid, verstaan studiejaar bbl.
Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een mbo-student in het kader van een beroepsopleiding, bedoeld in het eerste lid, indien de beroepspraktijkvormingsovereenkomst uitsluitend betrekking heeft op één of meer keuzedelen.
Subsidie op grond van artikel 4 wordt slechts verstrekt voor zover:
- a.
de mbo-student gedurende het desbetreffende studiejaar of een deel daarvan een beroepsopleiding heeft gevolgd die gericht is op het behalen van een kwalificatie die is opgenomen in het Centraal register beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 6.4.1 van de WEB;
- b.
het onderwijsprogramma van de beroepsopleiding, bedoeld onder a, aan de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming voldoet als bedoeld in artikel 7.2.7, vierde lid, van de WEB;
- c.
de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de mbo-student door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een praktijkleerovereenkomst;
- d.
de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de mbo-student bij de beroepspraktijkvorming; en
- e.
de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de mbo-student blijkt en de wijze waarop de mbo-student het deel van de beroepsopleiding met betrekking tot de beroepspraktijkvorming heeft gerealiseerd.
De minister kan subsidie verstrekken aan een werkgever voor een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een hbo-student in het kader van een duale opleiding in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van de WHW of een deeltijdse opleiding in het hoger beroepsonderwijs waarbij de beroepsuitoefening een verplicht onderdeel vormt van de opleiding.
Onder werkgever wordt in dit artikel verstaan een in Nederland gevestigd bedrijf dat of organisatie die het onderricht in de beroepsuitoefening voor de hbo-student verzorgt.
Subsidie op grond van artikel 6 wordt slechts verstrekt voor zover:
- a.
de hbo-student gedurende het desbetreffende studiejaar een opleiding in het hoger beroepsonderwijs heeft gevolgd waarvoor op grond van artikel 5a.9 van de WHW accreditatie is verleend en de opleiding is opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van die wet, en de code van de opleiding is opgenomen in de onderdelen 1°. techniek, 2°. gezondheidszorg, gedrag en maatschappij, of 3°. landbouw en natuurlijke omgeving;
- b.
de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de hbo-student door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een praktijkleerovereenkomst;
- c.
de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de hbo-student bij de beroepsuitoefening; en
- d.
de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de hbo-student blijkt en de wijze waarop de hbo-student het deel van de kwaliteiten met betrekking tot de beroepsuitoefening heeft gerealiseerd.
De minister kan subsidie verstrekken aan een werkgever voor een gerealiseerde werkleerplaats voor een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding.
Onder werkgever wordt in dit artikel verstaan een privaatrechtelijke rechtspersoon, met uitzondering van de bijzondere universiteiten of de daaraan verbonden academische ziekenhuizen genoemd in de bijlage bij de WHW en de privaatrechtelijke onderzoeksorganisaties.
Subsidie op grond van artikel 8 wordt slechts verstrekt voor zover:
- a.
de promovendus:
- 1°
voor zijn onderzoek een arbeidsovereenkomst met een universiteit of een instituut van de NWO of de KNAW heeft, op basis van een overeenkomst tussen één van die instellingen en de werkgever over de financiering van de loonkosten van de promovendus door de werkgever; of
- 2°
met de werkgever een arbeidsovereenkomst heeft en de werkgever een overeenkomst heeft met een universiteit of een instituut van de NWO of de KNAW over de begeleiding door die instelling van de promovendus bij diens onderzoek; of
- 1°
- b.
de technologisch ontwerper in opleiding:
- 1°
voor zijn opleiding een arbeidsovereenkomst met een universiteit heeft en in dat kader een ontwerpopdracht bij de werkgever vervult op basis van een overeenkomst tussen de universiteit en de werkgever; of
- 2°
een arbeidsovereenkomst heeft met de werkgever en de werkgever een overeenkomst heeft met een universiteit over de begeleiding door de universiteit van de technologisch ontwerper in opleiding bij diens opleiding.
- 1°
De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, bevat in ieder geval:
- a.
een bepaling dat de werkgever de loonkosten van de promovendus financiert;
- b.
de periode van de arbeidsovereenkomst met de instelling, bedoeld in dat onderdeel, en de totale arbeidsduur in uren per week van de promovendus; en
- c.
de naam en het adres van de werkgever, de instelling en de promovendus.
De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, bevat in ieder geval:
- a.
de zaken, bedoeld in het tweede lid, onder a en c; en
- b.
de periode van de begeleiding door de instelling, bedoeld in dat onderdeel, en de totale arbeidsduur in uren per week van de promovendus bij de werkgever.
De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, bevat in ieder geval:
- a.
de periode waarin de technologisch ontwerper in opleiding de ontwerpopdracht bij de werkgever vervult en de arbeidsduur in uren per week van de technologisch ontwerper in opleiding; en
- b.
de naam en het adres van de werkgever, de universiteit en de technologisch ontwerper in opleiding.
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°.
De minister kan subsidie verstrekken aan een werkgever voor een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een leerling in het kader van het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel in het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 14c van de WEC.
Onder werkgever genoemd in het eerste lid wordt verstaan de stagegever, bedoeld in artikel 6, van het Onderwijskundig besluit WEC, niet zijnde het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 9, derde lid, van het Onderwijskundig besluit WEC.
De minister kan subsidie verstrekken aan een werkgever voor een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een leerling in het kader van een leer-werktraject in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 14a van de WEC.
Onder werkgever, genoemd in het derde lid, wordt verstaan het bedrijf dat of de organisatie die de begeleiding van de leerling verzorgt als bedoeld in artikel 14a, tweede lid, van de WEC juncto artikel 10b4 van de WVO, niet zijnde het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 9, derde lid, van het Onderwijskundig besluit WEC.
Subsidie op grond van artikel 9a, eerste en derde lid, wordt slechts verstrekt voor zover:
- a.
de leerling als daadwerkelijk schoolgaand staat ingeschreven aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs en in het laatste schooljaar onderwijs volgt in het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel als bedoeld in artikel 14c van de WEC, respectievelijk een leer-werktraject in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs, bedoeld in artikel 14a van de WEC;
- b.
de stage van de uitstroomprofielen, bedoeld in het eerste lid, een omvang heeft van tenminste 640 klokuren en voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 17, van de WEC en Titel III van het Onderwijskundig besluit WEC;
- c.
de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de leerling door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een stage-overeenkomst;
- d.
de werkgever over een gunstige beoordeling beschikt door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 7.2.10, tweede lid, van de WEB;
- e.
de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de leerling bij het praktijkgedeelte; en
- f.
de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de leerling blijkt en de wijze waarop de leerling de leerdoelen van het praktijkgedeelte heeft behaald.
De minister kan subsidie verstrekken aan een werkgever voor een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een leerling in het kader van het praktijkonderwijs in het voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 10f van de WVO.
Onder werkgever, genoemd in het eerste lid, wordt verstaan de stagegever, bedoeld in artikel 34 van het Inrichtingsbesluit WVO.
Subsidie op grond van artikel 9c, eerste lid, wordt slechts verstrekt voor zover:
- a.
de leerling als daadwerkelijk schoolgaand staat ingeschreven aan een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f van de WVO en onderwijs volgt in het laatste schooljaar;
- b.
de stage een omvang heeft van tenminste 640 klokuren en voldoet aan de voorschriften, bedoeld in paragraaf 6 van hoofdstuk III van het Inrichtingsbesluit WVO;
- c.
de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de leerling door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een stageovereenkomst;
- d.
de werkgever over een gunstige beoordeling beschikt door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 7.2.10, tweede lid, van de WEB;
- e.
de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de leerling bij het praktijkgedeelte; en
- f.
de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de leerling blijkt en de wijze waarop de leerling de leerdoelen van het praktijkgedeelte heeft behaald.
De minister kan subsidie verstrekken aan een werkgever voor een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een leerling in het kader van een leer-werktraject in het voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 10b1 van de WVO.
Onder werkgever wordt in dit artikel verstaan het bedrijf dat of de organisatie die de begeleiding van de leerling verzorgt als bedoeld in artikel 10b4 van de WVO.
De minister kan subsidie verstrekken aan een werkgever voor een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een leerling in het kader van een entreeopleiding in het voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 10b8 van de WVO.
Onder werkgever wordt in dit artikel verstaan het bedrijf dat of de organisatie die de begeleiding van de leerling verzorgt als bedoeld in artikel 10b9, tweede lid onder d, van de WVO juncto artikel 7.2.9, derde lid, van de WEB.
Subsidie op grond van artikel 10, eerste lid, wordt slechts verstrekt voor zover:
- a.
de leerling een basisberoepsgerichte leerweg in het voortgezet onderwijs volgt die is ingericht als leer-werktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de WVO en dat specifiek is gericht op het behalen van een startkwalificatie op het niveau van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de WEB;
- b.
het praktijkgedeelte van het leer-werktraject voldoet aan het aantal klokuren, bedoeld in artikel 10b1, eerste lid, van de WVO;
- c.
de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de leerling door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een praktijkleerovereenkomst;
- d.
de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de leerling bij het praktijkgedeelte; en
- e.
de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de leerling blijkt en de wijze waarop de leerling de leerdoelen van het praktijkgedeelte heeft behaald.
Subsidie op grond van artikel 10, derde lid, wordt slechts verstrekt voor zover:
- a.
de leerling een basisberoepsgerichte leerweg in het voortgezet onderwijs volgt die is ingericht als entreeopleiding als bedoeld in artikel 10b8 van de WVO en dat wordt verzorgd als beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB;
- b.
de beroepspraktijkvorming van de entreeopleiding voldoet aan het aantal klokuren, bedoeld in artikel 7.2.7, vierde lid, van de WEB;
- c.
de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep voor de leerling door de werkgever plaats heeft gevonden op grond van en overeenkomstig een praktijkleerovereenkomst;
- d.
de werkgever beschikt over een gunstige beoordeling door de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 7.2.10, tweede lid, van de WEB;
- e.
de werkgever beschikt over een aanwezigheidsregistratie van de leerling bij het praktijkgedeelte; en
- f.
de werkgever beschikt over een administratie waaruit de begeleiding van de leerling blijkt en de wijze waarop de leerling de leerdoelen van het praktijkgedeelte heeft behaald.
Met een mbo-student of hbo-student aan een opleiding als bedoeld in artikel 4 of 6 wordt gelijkgesteld een natuurlijke persoon die gedurende het desbetreffende studiejaar een opleiding heeft gevolgd in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, indien de werkgever gevestigd is in Nederland en beschikt over een verklaring van de minister dat die opleiding wat betreft niveau en kwaliteit vergelijkbaar is met een opleiding als bedoeld in artikel 5, onder a, onderscheidenlijk artikel 7, onder a.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt in artikel 5 of 7 onder praktijkleerovereenkomst verstaan een onderwijsarbeidsovereenkomst of stage-overeenkomst gesloten tussen de werkgever, het opleidingsinstituut en de natuurlijke persoon, waarin de verzorging van het onderricht in de praktijk van het beroep is geregeld.
De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt verkregen overeenkomstig paragraaf vier van deze regeling.
Subsidie wordt verstrekt per studiejaar.
De minister maakt jaarlijks de hoogte van de subsidieplafonds voor de subsidies, bedoeld in de artikelen 4, 6, 8 en 9a, 9c en 10, bekend in de Staatscourant.
Indien in enig jaar een beschikbaar bedrag niet geheel wordt verstrekt, kan het resterende bedrag naar verhouding van de budgetten gelijkelijk worden verdeeld over de overige budgetten.
Het subsidiebedrag per gerealiseerde praktijkleerplaats of gerealiseerde werkleerplaats wordt berekend aan de hand van het beschikbare bedrag voor de desbetreffende categorie gedeeld door het aantal gerealiseerde praktijkleerplaatsen of werkleerplaatsen dat in aanmerking komt voor subsidie voor die categorie, met een maximum van € 2.700 per gerealiseerde praktijkleerplaats of gerealiseerde werkleerplaats.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
SBI-code: code van de Standaard Bedrijfsindeling zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische hoofdactiviteit van een bedrijf wordt weergegeven.
Voor de verstrekking van aanvullende subsidies op grond van deze paragraaf, is voor de studiejaren 2019–2020 tot en met 2021–2022 per studiejaar € 10.600.000,– beschikbaar.
In aanvulling op de subsidie die wordt verstrekt aan een werkgever op grond van artikel 4, kan de Minister subsidie verstrekken voor een gerealiseerde praktijkplaats voor een mbo-student in het kader van een beroepsopleiding voor zover het betreft de beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de WEB, in één van de sectoren landbouw, horeca of recreatie.
In afwijking van artikel 16 kunnen slechts werkgevers in aanmerking komen voor de aanvullende subsidie waarvan op het moment van aanvragen en gedurende het studiejaar waarop de aanvraag betrekking heeft, de hoofdactiviteit bij de Kamer van Koophandel geregistreerd staat onder één van de SBI-codes die voorkomt in de bijlage bij deze regeling.
De subsidie wordt op aanvraag verstrekt. De subsidieaanvraag maakt onderdeel uit van de aanvraag, bedoeld in artikel 16, juncto artikel 4.
In afwijking van artikel 15 wordt het subsidiebedrag per gerealiseerde praktijkleerplaats berekend aan de hand van het beschikbare bedrag voor de desbetreffende categorie gedeeld door het aantal gerealiseerde praktijkleerplaatsen dat in aanmerking komt voor subsidie.
Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend uiterlijk om 17:00 uur op 16 september na het studiejaar waarvoor subsidie wordt gevraagd, met dien verstande dat de subsidie voor de laatste maal uiterlijk om 17:00 uur op 16 september 2022 kan worden aangevraagd. Aanvragen die later worden ontvangen worden afgewezen.
In geval het indienen van een aanvraag op of kort voor de sluitingsdatum van een aanvraagronde langere tijd niet mogelijk is door een calamiteit aan de kant van het elektronisch loket, bedoeld in artikel 18, kan de minister met inachtneming van een redelijke termijn een nieuw tijdstip voor uiterste indiening van een aanvraag bepalen.
Indien een aanvraag onvolledig is en de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvullende informatie is ontvangen.
Een subsidieaanvraag wordt elektronisch ingediend via de website www.agentschapnl.nl/praktijkleren.
Voor de indiening van een aanvraag wordt gebruik gemaakt van het hiervoor bestemde aanvraagformulier dat wordt bekendgemaakt op de website www.agentschapnl.nl/praktijkleren.
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidieverstrekking geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie:
- a.
aan de werkgever voor de mbo-student of hbo-student voor meer volledige gerealiseerde praktijkleerplaatsen subsidie zou worden verstrekt dan de duur van de opleiding van de mbo-student of hbo-student in studiejaren;
- b.
aan de werkgever voor de promovendus voor meer dan vier volledige gerealiseerde werkleerplaatsen subsidie zou worden verstrekt; of
- c.
aan de werkgever voor de technologisch ontwerper in opleiding voor meer dan twee volledige gerealiseerde werkleerplaatsen subsidie zou worden verstrekt.
De minister beslist met toepassing van artikel 15 gelijktijdig op de voor het desbetreffende studiejaar ontvangen aanvragen.
De minister beslist binnen dertien weken na 16 september van enig kalenderjaar op de voor het daaraan voorafgaande studiejaar ontvangen aanvragen.
Een verklaring als bedoeld in artikel 12, eerste lid, wordt verstrekt op aanvraag.
Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister bekend wordt gemaakt.
Een aanvraag voor de vergelijking van een buitenlandse opleiding met een opleiding als bedoeld in artikel 4 of 6 geeft in ieder geval inzicht in de vooropleiding die toegang geeft tot de opleiding.
In aanvulling op het derde lid geeft een aanvraag voor de vergelijking met een opleiding als bedoeld in artikel 4 in ieder geval inzicht in:
- a.
het vakkenpakket waaruit de opleiding bestaat;
- b.
de hoeveelheid onderwijsuren waaruit de opleiding bestaat; en
- c.
het aantal uren en aandeel van de beroepspraktijkvorming, als onderdeel van de opleiding.
De minister beslist binnen acht weken op een aanvraag voor een verklaring als bedoeld in artikel 12, eerste lid.
De verklaring vermeldt het tijdstip vanaf welk moment de opleiding waarop de verklaring betrekking heeft als een vergelijkbare opleiding wordt aangemerkt.
Een aanvraag voor een verklaring wordt in ieder geval geweigerd indien de buitenlandse opleiding niet in dat land is erkend of het opleidingsniveau lager is dan een vergelijkbare Nederlandse opleiding.
Aan de Algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat verleend tot:
- a.
het nemen van besluiten namens de minister op grond van deze regeling, met uitzondering van paragraaf 4; en
- b.
het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in onderdeel a, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen.
De Algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 27, ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende medewerkers.
Onverminderd het toezicht door de Inspectie van het onderwijs worden de ambtenaren die een arbeidsovereenkomst hebben bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, voor zover zij werkzaamheden verrichten ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij deze regeling.
De minister kan aan een werkgever als bedoeld in artikel 4, eerste lid, vooruitlopend op een subsidieaanvraag in 2020 een voorschot verstrekken.
Werkgevers kunnen daartoe een aanvraag indienen van 2 juni 2020 tot en met 30 juni 2020 om 17:00 uur, met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe op de website www.rvo.nl/praktijkleren beschikbaar is gesteld. Aanvragen die later worden ontvangen, worden afgewezen.
De hoogte van het voorschotbedrag wordt berekend aan de hand van het aantal weken dat voor de desbetreffende praktijkleerplaats reeds onderricht in de praktijk heeft plaatsgevonden in de periode van 1 augustus 2019 tot en met 31 maart 2020, waarbij het aantal weken wordt vermenigvuldigd met € 42,50. Artikel 33, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Het voorschot wordt verstrekt onder de voorwaarde dat aan de werkgever in 2020 op grond van artikel 4, eerste lid, van deze regeling subsidie wordt toegekend. Indien de werkgever geen subsidieaanvraag doet of indien zijn subsidieaanvraag wordt afgewezen, wordt het verleende voorschot als zijnde onverschuldigd betaald geheel teruggevorderd.
Indien het toegekende subsidiebedrag lager is dan het voorschot dat op grond van het eerste lid aan een werkgever is verleend, wordt het teveel ontvangen bedrag als zijnde onverschuldigd betaald teruggevorderd.
Vervallen
Vervallen
Bij de subsidieverstrekking in 2020 worden voor de berekening van gerealiseerde praktijkleerplaatsen, in afwijking van artikel 1, onderdeel c, de weken waarin ten gevolge van de uitbraak van het coronavirus of de maatregelen ter bestrijding ervan geen onderricht in de praktijk heeft plaatsgevonden, gelijk gesteld met de weken waarin daadwerkelijk onderricht in de praktijk heeft plaatsgevonden.
Bij de subsidieverstrekking in 2020 worden voor de berekening van gerealiseerde werkleerplaatsen voor promovendi, in afwijking van artikel 1, onderdeel d, de maanden waarin de desbetreffende promovendus ten gevolge van de uitbraak van het coronavirus of de maatregelen ter bestrijding ervan geen onderzoek heeft verricht, gelijk gesteld met maanden waarin de promovendus daadwerkelijk onderzoek heeft verricht.
De werkgever die voor het schooljaar 2017/2018 een aanvraag als bedoeld in artikel 10, indient beschikt, in afwijking van de artikelen 9b, onder d, 9d, onder d, en artikel 11, tweede lid, onder d, uiterlijk 15 september 2018 over een gunstige beoordeling, bedoeld in artikel 7.2.10, van de WEB.
De werkgever, bedoeld in het vorige lid, dient het verzoek voor een gunstige beoordeling vóór de aanvang van de stage respectievelijk beroepspraktijkvorming door de leerling in bij de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 1.5.1 van de WEB.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling praktijkleren.
551 | Hotels e.d. |
5510 | Hotels e.d. |
55101 | Hotel-restaurants |
55102 | Hotels (geen hotel-restaurants), pensions en conferentieoorden |
552 | Verhuur van vakantiehuisjes en appartementen; jeugdherbergen en vakantiekampen |
5520 | Verhuur van vakantiehuisjes en appartementen; jeugdherbergen en vakantiekampen |
55201 | Verhuur van vakantiehuisjes en appartementen |
55202 | Jeugdherbergen en vakantiekampen |
553 | Kampeerterreinen |
5530 | Kampeerterreinen |
559 | Overige logiesverstrekking |
5590 | Overige logiesverstrekking |
561 | Restaurants, cafetaria’s e.d. |
5610 | Restaurants, cafetaria’s e.d. en ijssalons |
56101 | Restaurants |
56102 | Fastfoodrestaurants, cafetaria’s, ijssalons, eetkramen e.d. |
562 | Kantines en catering |
5621 | Eventcatering |
5629 | Kantines en contractcatering |
563 | Cafés |
5630 | Cafés |
932 | Overige recreatie |
9321 | Pret- en themaparken; kermisattracties |
93211 | Pret- en themaparken |
93212 | Kermisattracties |
9329 | Overige ontspanning en recreatie (rest) |
93291 | Jachthavens |
93299 | Overige recreatie (rest) (geen jachthavens) |
011 | Teelt van eenjarige gewassen |
0111 | Teelt van granen, peulvruchten en oliehoudende zaden |
0113 | Teelt van groenten en wortel- en knolgewassen |
01131 | Teelt van groenten in volle grond |
01132 | Teelt van groenten onder glas |
01133 | Teelt van paddenstoelen |
01134 | Teelt van aardappels en overige wortel- en knolgewassen |
0116 | Teelt van vezelgewassen |
0119 | Teelt van overige eenjarige gewassen |
01191 | Teelt van snijbloemen en snijheesters in de volle grond |
01192 | Teelt van snijbloemen en snijheesters onder glas |
01193 | Teelt van voedergewassen |
01199 | Teelt van overige eenjarige gewassen (rest) |
012 | Teelt van meerjarige gewassen |
0121 | Teelt van druiven |
0124 | Teelt van pit- en steenvruchten |
01241 | Teelt van appels en peren |
01242 | Teelt van steenvruchten |
0125 | Teelt van overige boomvruchten, kleinfruit en noten |
01251 | Teelt van aardbeien in de volle grond |
01252 | Teelt van aardbeien onder glas |
01253 | Teelt van houtig klein fruit in de volle grond (incl. overige boomvruchten en noten) |
01254 | Teelt van houtig klein fruit onder glas |
0127 | Teelt van gewassen bestemd voor de vervaardiging van dranken |
0128 | Teelt van specerijgewassen en van aromatische en medicinale gewassen |
0129 | Teelt van overige meerjarige gewassen |
013 | Teelt van sierplanten |
0130 | Teelt van sierplanten |
01301 | Teelt van bloembollen |
01302 | Teelt van perkplanten in de volle grond |
01303 | Teelt van perkplanten onder glas |
01304 | Teelt van potplanten onder glas |
01305 | Teelt van boomkwekerijgewassen in de volle grond |
01309 | Teelt van overige sierplanten in de volle grond |
014 | Fokken houden van dieren |
0141 | Fokken en houden van melkvee |
01411 | Houden van melkvee |
01412 | Opfokken van jongvee voor de melkveehouderij |
0142 | Fokken houden van runderen (geen melkvee) |
01421 | Houden van vleeskalveren |
01422 | Overige vleesveehouderij en zoogkoeienbedrijven |
0143 | Fokken en houden van paarden en ezels |
0145 | Fokken en houden van schapen en geiten |
01451 | Fokken en houden van schapen |
01452 | Fokken en houden van geiten |
0146 | Fokken en houden van varkens |
01461 | Fokvarkens- en vermeerderingsbedrijven |
01462 | Vleesvarkensbedrijven |
01463 | Gesloten en deels gesloten varkensbedrijven |
0147 | Fokken en houden van pluimvee |
01471 | Opfokken en/of houden van leghennen |
01472 | Opfokken en/of houden van vleeskuikens |
01473 | Opfokken en/of houden van ouderdieren van leghennen en vleeskuikens |
01479 | Opfokken en/of houden van overig pluimvee |
0149 | Fokken en houden van overige dieren |
01491 | Fokken en houden van edelpelsdieren |
01499 | Fokken en houden van overige dieren (rest) |
015 | Akker- en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren |
0150 | Akker- en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren |
016 | Dienstverlening voor de landbouw; behandeling van gewassen na de oogst |
0161 | Dienstverlening voor de akker- en/of tuinbouw |
0162 | Dienstverlening voor het fokken en houden van dieren |
0163 | Behandeling van gewassen na de oogst |
0164 | Behandeling van zaden voor vermeerdering |
017 | Jacht |
0170 | Jacht |