U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2014.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2013, kenmerk MEVA-170829-113368, houdende vaststelling van de indeling van de zorgsector in klassen met daarbij behorende bezoldigingsmaxima (Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector)Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssectorDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gehoord de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op artikel 2.7 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E.I.Schippers

In deze regeling wordt verstaan onder:

De bezoldiging, exclusief de door de werkgever verschuldigde verplichte sociale premies, voor een topfunctionaris in de zorg- en welzijnssector bedraagt voor de klasse waarin de betreffende rechtspersoon of instelling in de zorg- en welzijnssector is ingedeeld, niet meer dan het in onderstaande tabel opgenomen bedrag.

Een rechtspersoon of instelling in de zorg- en welzijnssector dient een aanvraag als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, van de wet om in een andere klasse te worden ingedeeld schriftelijk in bij de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voorziet deze van:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector.

Bij de indeling in een klasse van een rechtspersoon of instelling in de zorg- of welzijnsector, zijn de volgende criteria van belang. Het betreft:

De mate waarin sprake is van complexiteit, impact en omvang van een rechtspersoon of instelling volgt uit de toepassing van de tabellen 1.1, 1.2. 2.1, 2.2, 2.3, paragraaf 2.5.2 en van paragraaf 3. Indien de mate waarin is voldaan aan de criteria van complexiteit en impact, overeenstemt met de in de tabellen opgenomen indicatoren, worden de bij de indicator aangegeven punten toegekend (de score). Per tabel is één indicator van toepassing. Indien zich een situatie voordoet als aangegeven in paragraaf 2.5.2, kan tijdelijk een extra punt aan het totaal van de scores worden toegevoegd. De omvang wordt vastgesteld aan de hand van gerealiseerde omzet van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bezoldiging plaatsvindt. Daarbij wordt de categorie-indeling van tabel 3 gevolgd.

De klasse wordt vastgesteld door de totaalscore van de tabellen 1.1, 1.2. 2.1, 2.2, 2.3 en van paragraaf 2.5 met inachtneming van tabel 4.2 af te zetten tegen omvang.

Verder zijn in de tabellen 1.3, 2.4 en 4.1 benchmarks opgenomen. Die benchmarks zijn indicatief en spelen geen rol bij de klassenbepaling van de rechtspersonen en instellingen.

Bij de moeilijkheidsgraad van de bedrijfsvoering dan wel de bestuurlijke complexiteit die daaruit voortvloeit zijn twee aspecten van belang:

Hoe kennisintensief is het primaire proces/zijn de primaire processen binnen de betreffende zorginstelling en hoe complex is de afstemming tussen primaire processen binnen die organisatie?

Er wordt onderscheid gemaakt in drie niveaus:

Hoe complex en/of heterogeen is het aantal private en (semi-)publieke partijen waarmee de rechtspersoon of instelling te maken heeft om de uiteindelijke dienstverlening aan de cliënt te kunnen realiseren en in hoeverre is er sprake van een extra verzwarend element door de tegenstrijdige interne en/of externe belangen die dominant in de bedrijfsvoering aanwezig zijn?

Bij de omvang van de gevolgen van het handelen van de rechtspersoon of instelling en de reacties die het handelen van de rechtspersoon of instelling oproept in de maatschappij zijn drie aspecten van belang:

Wat is de geografische werkingssfeer van de rechtspersoon of instelling?

Voor een juiste toepassing van tabel 2.1 is het van belang aan te sluiten bij het primaire proces van de rechtspersoon of instelling. Twee elementen zijn van belang:

Hoe groot is de kans op en is de omvang van verstoring van de bedrijfsvoering en wat is het effect ervan op de samenleving?

Wat is de mate van media-aandacht bij een normale dagelijkse bedrijfsvoering?

De indicator die leidt tot een score van twee punten, gaat niet over crisissituaties of een eenmalige mediahype. Er moet sprake zijn van structurele extra maatschappelijke aandacht voor de sector of een regio binnen de sector die zowel impact heeft op de lokale bedrijfsvoering en risicomanagement als proactief (lokaal) handelen vereist in relatie tot de landelijke media-aandacht. Dit kan het geval zijn als de sector onder structurele extra media-aandacht staat ten gevolge van het ontstaan van maatschappelijk riskante situaties (TBS klinieken, jeugdzorg).

In de economische theorie worden een vijftal markten onderscheiden, die gehanteerd worden als basis voor de vraag in hoeverre marktwerking in een sector aanwezig is:

Arbeidsmarkt: de arbeidsmarkt kent specifieke structurele problemen met het oog op het aantrekken en behouden van de gekwalificeerde bestuurders, staf en medewerkers.

Kapitaalmarkt: de bestaande/toekomstige kapitaalbehoefte en de moeilijkheidsgraad voor instellingen in de zorgsector om eigen- en/of vreemd vermogen aan te trekken. Gelet op de veranderende wet- en regelgeving worden zorginstellingen dezelfde risico’s toebedacht als het overige bedrijfsleven. De zorgsector steekt hier ongunstig bij af vanwege de doorgaans slechte eigen vermogenspositie.

Inkoopmarkt: hoe belangrijk is inkoop voor het primair proces, hoe breed/complex is het primair proces en in welke mate is concurrentie aanwezig. Moet er worden ingeschreven op dienstverlening, deelname aan tenders etc.

Product/marktcombinaties: het op een markt werken met concurrentie ten aanzien van het leveren van producten en diensten; het leveren van meerdere producten en diensten door de, en het op meerdere markten actief zijn van de rechtspersoon of instelling.

Fusie- en overnamemarkt: of en de mate waarin het voor nieuwe partijen mogelijk is toe te treden tot de markt.

Rechtspersonen of instellingen moeten in onderscheidende mate functioneren met een veranderend en toenemend risico als gevolg van aspecten van marktwerking op de onderhavige markten.

In het algemeen kan gesteld worden dat alle rechtspersonen en instellingen te maken hebben met dit risico als gevolg van voortdurende veranderingen in wet- en regelgeving die uitwerking hebben op het risicoprofiel van de rechtspersoon of instelling.

Rechtspersonen of instellingen hebben te maken met een inkoopmarkt en een verkoopmarkt. Op de inkoopmarkt spelen de volgende risico-elementen:

Op de verkoopmarkt is voor het risicoprofiel van belang hoe het klantenperspectief zich manifesteert:

De verantwoordelijke vormt zich aan de hand van bovenstaande vijf markten een oordeel of en zo ja in welke mate er sprake is van een onderscheiden, dan wel groter risico (een scherper risicoprofiel) van de zorginstelling.

Indien de rechtspersoon of instelling is blootgesteld aan omgevings- of risicofactoren die uitgaan boven de omgevings- of risicofactoren die voor de sector zorg- en welzijn gebruikelijk zijn, kan de totale score tijdelijk met één punt worden verhoogd. Omstandigheden die voor alle rechtspersonen of instellingen in de sector gelden, worden als gebruikelijk aangemerkt. Wanneer een meer dan gebruikelijke blootstelling aan omgevings- of risicofactoren zich voordoet, wordt in het financieel verslaggevingsdocument onderbouwd:

De motivering, de tijdsduur en de gevolgen voor de bezoldiging moeten contractueel worden vastgelegd.

De omvang van de rechtspersoon of instelling waaraan leiding wordt gegeven geeft een indicatie van de mate van de verantwoordelijkheid. Voor de omvang van de rechtspersoon of instelling is de omzet bepalend. Onder omzet wordt verstaan de som der bedrijfsopbrengsten, zoals weergegeven in het jaardocument van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarover de bezoldiging plaatsvindt. In ziekenhuizen2 kan de werkelijke omzet zoals verantwoord in het jaardocument een onvolledig beeld geven op de werkelijke omzet omdat de omzet van de vrijgevestigde specialisten niet is meegerekend. Deze redenering gaat ook op voor huisartsenposten3. Voor deze twee genoemde sectoren kan derhalve de omzet van de vrijgevestigden worden opgeteld bij de omzet uit het jaardocument, voor zover die omzet in dat document niet is opgenomen.

In de zorg- en welzijnssector kunnen we stellen dat er een grote correlatie is tussen de omzet van de rechtspersoon of instelling en het aantal medewerkers dat daarin werkzaam is. Met omzet wordt de omvang van de rechtspersoon of instelling dus adequaat afgedekt. De omzet wordt onderverdeeld in zes categorieën. Door deze categorie-indeling ontstaat een gedifferentieerde indeling naar de omvang van de rechtspersonen of instellingen. De zes omzetcategorieën zijn weergegeven in tabel 3.

tabel 3 omzetcategorieën

In tabel 4.1 worden de mogelijke scores voor de klassenindeling voor de eigen zorginstelling op een rij gezet.

In tabel 4.2 is op het kruispunt van de score en de omvang aangegeven welke klasse (A t/m J) van kracht is voor de rechtspersoon of instelling.