U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 26-11-2015.

Ministeriële regeling · BWBR0034320

Regeling uitvoering GMO groenten en fruit

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 2 december 2013, nr. WJZ/13150516, houdende regels ten aanzien van de uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening groenten en fruit (Regeling uitvoering GMO groenten en fruit)Regeling uitvoering GMO groenten en fruitDe Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op artikelen 1 tot en met 3, 103 ter tot en met 103 octies, 122 tot en met 124, 125 bis, 125 ter, 125 quinquies en 193 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (PBEU L 299);

Gelet op artikelen 19 tot en met 35, 50 tot en met 90, 96 tot en met 110, 113 tot en met 115, 117 tot en met 127 en 143 tot en met 148 Verordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (PBEU L 157);

Gelet op artikelen 13, eerste lid, onderdeel b, 15 en 19, eerste lid, onderdeel a, van de Landbouwwet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage2 december 2013De Staatssecretaris van Economische Zaken,S.A.M.Dijksma

In deze regeling wordt verstaan onder:

De rechtspersoonlijkheid van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 blijkt uit:

Van een producentenorganisatie kunnen lid zijn:

Een producentenorganisatie kan niet-producerende leden hebben, indien in de statuten van de producentenorganisatie wordt bepaald dat deze leden:

Een afnemer van producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend is ingevolge artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 geen lid van het bestuur of de Raad van Commissarissen van de producentenorganisatie.

Producentenorganisaties verbieden hun leden op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 om activiteiten te ontplooien die het vermoeden doen ontstaan dat de verkoop van het product waarvoor zij bij de producentenorganisatie zijn aangesloten niet uitsluitend via de producentenorganisatie verloopt.

Producentenorganisaties bepalen op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 op welke moment leden hun product aan de producentenorganisatie ter verkoop aanbieden.

Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 23, onderdeel a, van verordening 543/2011 tenminste over een deugdelijk en accuraat systeem van areaalenquêtes en aanvoerprognoses.

Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 154, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 tenminste over een volledige beschrijving van de interne organisatie en van de administratieve en interne beheersing van:

Producentenorganisaties nemen in hun statuten op dat zij alle in artikel 152, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 genoemde doelstellingen nastreven en tonen aan dat zij uitvoering geven aan deze doelstellingen.

Een erkenning als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 wordt verleend indien de aanvrager kan aantonen dat hij voldoet aan de op grond van de artikelen 152, 153, 154 en 155 van verordening 1308/2013 en afdeling 1 van deze paragraaf gestelde eisen.

Indien de minister op grond van artikel 26, tweede lid, aanvullende bewijsstukken opvraagt wordt de in artikel 154, vierde lid, van verordening 1308/2013 bedoelde termijn opgeschort tot de op grond van artikel 26, tweede lid, verzochte aanvullende bewijsstukken door de producentenorganisatie aan de minister zijn overlegd.

De producentenorganisatie informeert de minister onverwijld over:

De artikelen 6, 16, 17 en 24 zijn van overeenkomstige toepassing op unies van producentenorganisaties.

Een erkenning als bedoeld in artikel 156 van verordening 1308/2013 wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de op grond van artikel 156 van verordening 1308/2013, titel III, sectie 3, van verordening 543/2011 en de in artikelen 30 en 31 gestelde eisen.

De referentieperiode voor het bepalen van de waarde van de afgezette productie, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van verordening 543/2011, is het kalenderjaar twee jaar vóór het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde afgezette productie wordt vastgesteld.

De waarde van de afgezette productie van leden die zijn toegetreden tot de producentenorganisatie gedurende de referentieperiode, bedoeld in in artikel 33, eerste lid, wordt in aanmerking genomen voor de bepaling van de waarde afgezette productie van de producentenorganisatie vanaf de datum die door het bestuur van de producentenorganisatie in haar schriftelijke bevestiging als bedoeld in artikel 6, vierde lid, is aangewezen als de datum waarop het lidmaatschap in werking treedt.

De waarde van de afgezette productie die is gerealiseerd door verkoop van producten van leden die op 1 januari van het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde van de afgezette productie wordt berekend en niet meer bij de producentenorganisatie zijn aangesloten, wordt aantoonbaar uit de waarde van de afgezette productie van de producentenorganisatie verwijderd voor het betreffende jaar.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Onder personeelskosten als bedoeld in punt twee van bijlage IX van verordening 543/2011 wordt verstaan:

Personeelskosten voor uren besteed aan deelname aan cursussen, symposia, seminars, studiereizen en excursies zijn niet subsidiabel, tenzij het een opleidingsmaatregel als bedoeld in artikel 33, derde lid, onderdeel b, van verordening 1308/2013 betreft.

Indien een duurzaam productiemiddel slechts gedeeltelijk wordt gebruikt voor de uitvoering van het operationeel programma van de producentenorganisatie, zijn slechts de uitgaven die betrekking hebben op het operationeel programma subsidiabel.

Duurzame productiemiddelen die zijn gefinancierd met behulp van subsidie uit het actiefonds zijn toegankelijk voor alle leden.

Investeringen die voor 1 januari 2008 reeds in een operationeel programma waren opgenomen en ook na 1 januari 2008 nog in een operationeel programma zijn opgenomen, zijn voor het deel dat betrekking heeft op de periode voor 1 januari 2008 subsidiabel naar rato van het aandeel van de investering dat wordt gebruikt voor producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend.

De producentenorganisatie overlegt bij de indiening van het operationeel programma aan de minister een financiële onderbouwing van begrote investeringen voor duurzame productiemiddelen.

Kosten voor het recht van opstal zijn niet subsidiabel.

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen, inclusief duurzame productiemiddelen die worden verworven door middel van langlopende leasecontracten, kunnen over meerdere operationele programma’s worden gespreid, indien de producentenorganisatie daarvoor gegronde economische redenen aanvoert.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Producentenorganisaties houden voor alle duurzame productiemiddelen die zijn opgenomen in een lopend operationeel programma, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld model, een actueel register bij.

De minister beoordeelt bij de indiening van het operationeel programma aan de hand van het projectplan en de energiebalans, bedoeld in artikel 77, tweede lid, onderdelen b en c, de realiteit van de energiebesparing of reductie van het energiegebruik uit fossiele brandstoffen per energiesysteem.

Ter verantwoording van de gerealiseerde energiebesparing overlegt de producentenorganisatie bij de steunaanvraag die wordt ingediend nadat de installaties, bedoeld in artikel 77, één jaar in bedrijf zijn gesteld, het volgende:

De minister kan uitgaven voor investeringen in energiebesparingen niet subsidiabel oordelen indien de afwijking van de verwachte energiebesparing niet voldoende wordt gemotiveerd.

De minister beoordeelt bij de indiening van het operationeel programma aan de hand van een technische specificatie van de leverancier of deskundige per installatie de realiteit van de verwachte verbetering van de waterkwaliteit of de waterzuivering, of de verwachte waterbesparing of mineralenbesparing.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder i, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan:

De uitgaven, bedoeld in artikel 95, eerste lid, zijn slechts subsidiabel indien zij niet omvatten:

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van de bevordering van concentratie van het aanbod van de producten van de leden van de producentenorganisatie zijn subsidiabel, indien het gaat om:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Uitgaven van de producentenorganisatie voor koeling ten behoeve van lange bewaring zijn subsidiabel indien het gaat om uitgaven voor:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder ii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Uitgaven van de producentenorganisatie, inclusief grond, in sorteercentra, verpakcentra, distributiecentra, verwerkingscentra en dockboards zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie in droogsystemen voor aanzuiging van buitenlucht op basis van een zuigwand met centrifugaalventilator ten behoeve van het drogen van knoflook zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor sorteer- en verpakkingslijnen in het kader van behoud en optimalisering van producten, met uitzondering van het vervangen van onderdelen, zijn subsidiabel indien het onder meer gaat om investeringen in:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor benodigde hardware voor tracking & tracing systemen in het kader van voedselveiligheid bestemd voor de registratie van productherkomst, registratie van ziekten, plagen, middelen en meststoffen zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor benodigde hardware bestemd voor oogstkarren, weeginstallaties of kantelinstallaties in het kader van voedselveiligheid is, in afwijking van artikel 34, eerste lid, van verordening 1308/2013, voor maximaal 50% van de aanschafwaarde subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie in software met betrekking tot de investeringen, bedoeld in artikel 115, tweede lid, aanhef en onderdeel h en artikel 117, eerste lid, aanhef en onderdeel c, zijn subsidiabel.

Bij de indiening van de steunaanvraag overlegt de producentenorganisatie, met gebruikmaking van een model vastgesteld door de minister, voor de uitgaven, bedoeld in artikel 135, eerste lid, aan de minister een overzicht van:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeelskosten bestemd voor de kwaliteitszorgsystemen, genoemd in artikel 134, tweede lid, zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor het ontwikkelen van materialen bestemd voor de kwaliteitszorgsystemen, genoemd in artikel 134, tweede lid, zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor gekwalificeerde externe diensten bestemd voor productcontroles en begeleiding en audits van kwaliteitscontrolesystemen zijn subsidiabel.

Vervallen

Uitgaven van de producentenorganisatie voor Reglement Interne Kwaliteitscontrole certificering en audits zijn subsidiabel en omvatten mede de kosten van jaarlijks toezicht bij minimaal 30% van de bij een producentenorganisatie aangesloten leden.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor houdbaarheidscontroles en kwaliteitsanalyses zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor certificering van meet- en weegapparatuur voor zover het betreft kosten van inspecteren, testen, kalibreren en certificeren zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeel zijn subsidiabel als het gaat om monsternames.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder iii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van marktgerichte investeringen in de naoogstfase zijn subsidiabel, indien het gaat om:

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van marktgerichte investeringen in de naoogstfase zijn subsidiabel, indien het gaat om, onder meer:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor investeringen in aardwarmte in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn subsidiabel indien deze investeringen leiden tot een besparing op het energieverbruik uit fossiele brandstoffen van minimaal 15% en maximaal 25%.

Uitgaven van de producentenorganisatie met uitzondering van glastuinbouwbedrijven voor investeringen in warmtepompen, warmtewisselaars, warmte- en koudebuffering in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn subsidiabel indien deze investeringen leiden tot een besparing op het energieverbruik uit fossiele brandstoffen van minimaal 15% en maximaal 25%.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor investeringen in installaties en helofytenfilters in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen ten behoeve van waterzuivering zijn subsidiabel indien het de meerkosten van de bovenwettelijke zuivering ten opzichte van een standaardzuivering betreft.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeel en de inhuur van externe diensten ten behoeve van het ontwerpen, bouwen en implementeren van geautomatiseerde systemen voor warehouse management zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor software ten behoeve van het ontwerpen, bouwen en implementeren van geautomatiseerde systemen voor warehouse management zijn voor maximaal 50% subsidiabel, indien de producentenorganisatie aan de minister op basis van een offerte niet kan aantonen dat deze software uitsluitend bestemd is voor de functionaliteiten, genoemd in artikel 167, eerste lid, onderdelen a tot en met d.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor marketing en promotie als bedoeld in punt 15 van bijlage IX van verordening 543/2011 zijn subsidiabel indien:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeelskosten in het kader van promotie en communicatie zijn subsidiabel, indien het gaat om, onder meer:

Vervallen

Uitgaven van de producentenorganisatie voor het ontwikkelen van een communicatiestrategie en een merk voor de producentenorganisatie zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor collectieve acties door meerdere producentenorganisaties voor generieke promotie-uitingen zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeelskosten en externe diensten in het kader van subsidiabele ICT-activiteiten bestemd voor marketing en verkoopbevordering zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor de aankoop van paneldata of voor het testen van een product waarvoor de producentenorganisatie is erkend door een smaakpanel bestemd voor marktonderzoek groenten en fruit zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor personeelskosten en externe diensten in het kader van marktonderzoeken en productmarktanalyses voor groenten en fruit zijn subsidiabel indien het onder meer gaat om:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder iv, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor onderzoek en experimentele productie door investeringen in laboratoria zijn subsidiabel, indien de in het laboratorium uit te voeren onderzoeken betrekking hebben op activiteiten die op grond van titel 3 van dit hoofdstuk worden gesubsidieerd.

Onder innovatieve investeringen in deze paragraaf wordt verstaan:

Uitgaven van de producentenorganisatie in innovatieve investeringen, als bedoeld in deze paragraaf, zijn subsidiabel, indien het gaat om:

Uitgaven van de producentenorganisatie in innovatieve meetapparatuur ten behoeve van onderzoek en geleidebestrijding zijn subsidiabel, indien zij betrekking hebben op activiteiten die op grond van titel 3 van dit hoofdstuk worden gesubsidieerd.

Uitgaven van de producentenorganisatie in ontwikkelingskosten van innovatieve machines en de aanschaf van het eerste prototype zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie in innovatieve investeringen op het gebied van aanbod en afzet in het kader van praktijkonderzoek zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie in kosten voor het uitvoeren van een experiment bestemd voor onderzoek en experimentele productie zijn subsidiabel, indien het gaat om:

Uitgaven van de producentenorganisatie in onderzoek gericht op productieplanning zijn subsidiabel, indien het onder meer gaat om onderzoek naar:

Uitgaven van de producentenorganisatie gericht op verbetering of behoud van de productkwaliteit zijn subsidiabel, indien het onder meer gaat om:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor rassenproeven op het gebied van smaak, functional foods en productinnovatie bestemd voor de verbetering van afzet zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor onderzoek naar het onderhouden van een winkelschap of retailpositionering zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder v, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld door:

Bij de indiening van de steunaanvraag verstrekt de producentenorganisatie in geval van de uitgaven voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt, bedoeld in de artikelen 208, 209, 211, 212, 213 en 222, per lid per gewas, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld model, aan de minister:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt bestemd voor biologische productie zijn subsidiabel indien:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt bestemd voor biologische productie zijn subsidiabel indien het gaat om:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor educatieve bijeenkomsten op het gebied van biologische productie zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt bestemd voor geïntegreerde plaagbestrijding zijn subsidiabel als het gaat om:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt bestemd voor geïntegreerde productie of geïntegreerde plaagbestrijding betreffende kwaliteit en milieu zijn subsidiabel indien het onder meer gaat om:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor educatieve bijeenkomsten op het gebied van geïntegreerde bestrijding, ziekten en plagen en cursussen scouting zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor educatieve bijeenkomsten op het gebied van kwaliteit en milieuzorgsystemen zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor algemeen educatieve bijeenkomsten op het gebied van kwaliteit en milieu zijn, in afwijking van artikel 34, eerste lid, van verordening 1308/2013, voor 50% subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor het uitvoeren van een energiescan in het kader van milieukwesties zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor educatieve bijeenkomsten in het kader van milieukwesties zijn subsidiabel indien het onder meer gaat om:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding bestemd voor het verbeteren van de productkwaliteit en kwaliteitscontrole met inbegrip van residuen van bestrijdingsmiddelen en traceerbaarheid zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor educatieve bijeenkomsten op het gebied van productkwaliteit met inbegrip van residuen van bestrijdingsmiddelen en opfriscursussen voor kwaliteitsmedewerkers en keurmeesters zijn subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt bestemd voor aanbodplanning zijn subsidiabel indien het onder meer gaat om:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor algemene op de voedingstuinbouw gerichte educatieve bijeenkomsten zijn, in afwijking van artikel 34, eerste lid, van verordening 1308/2013, voor 50% subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ter voorbereiding op en bij uitvoering van investeringen zijn subsidiabel.

In deze afdeling wordt verstaan onder:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder vi, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

De minister stelt de door de lidstaten vast te stellen maximale steunbedragen bedoeld in artikel 79, eerste lid, van verordening 543/2011 vast.

Uit de bewijsstukken bedoeld in artikel 81, tweede lid, van verordening 543/2011 blijkt:

De minister stelt de voor groen oogsten en niet oogsten te betalen vergoedingen, bedoeld in artikel 85, vierde lid, onderdeel b, van verordening 543/2011 vast.

Voor producten als bedoeld in artikel 85, derde lid, van verordening 543/2011 waarvan de normale oogst reeds begonnen is maar die een langere oogstperiode dan een maand hebben wordt de resterende oogstcapaciteit door de producentenorganisatie ten genoegen van de minister bepaald aan de hand van:

Indien de producentenorganisatie, met inachtneming van artikel 74 van verordening 543/2011, een lening overhevelt naar het volgende operationele programma, mag de lening in totaal niet zijn opgenomen in meer dan drie opeenvolgende operationele programma’s.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de doelstelling, bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel e, van verordening 1308/2013, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan:

De minister kan subsidie voor in het operationeel programma opgenomen milieuacties aanpassen wanneer het relevante referentieniveau wijzigt.

Duurzame productiemiddelen die op grond deze afdeling subsidiabel zijn kunnen gedurende de bedrijfseconomische levensduur vervangen worden, indien er significante milieuvoordelen zijn.

Uitgaven voor hygiënesluizen en hygiënestations ter voorkoming van insleep van ziekten in kassen door medewerkers en bezoekers zijn subsidiabel indien de sluis de enige toegang vormt tot de te betreden ruimte onder quarantaine.

Uitgaven voor investeringen in zelfpersende containers zijn subsidiabel.

In het operationeel programma kunnen, ter realisatie van de doelstelling, bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel e, van verordening 1308/2013, acties ten behoeve van biologische productie worden opgenomen, indien wordt voldaan aan de vereisten voor biologische productie zoals opgenomen in verordeningen 834/2007 en 889/2008.

Op grond van artikel 58, vierde lid, van verordening 543/2011 zijn in afwijking van dit lid de werkelijke kosten van milieuacties, andere dan de verwerving van vaste activa, subsidiabel indien de producentenorganisatie in haar operationeel programma onderbouwd dat dit, gezien de hoogte van de werkelijk uit de milieuactie voortvloeiende kosten, nodig is om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de milieuactie.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Voor de uitgaven, bedoeld in artikel 266 en 267, eerste lid, geldt een forfaitair tarief van 85%.

De producentenorganisatie onderbouwt bij de indiening van de steunaanvraag de uitgaven, bedoeld in artikel 266 en artikel 267, eerste lid, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld model.

Uitgaven voor materialen, monitoring en begeleiding van biologische grondontsmetting zijn, in afwijking van artikel 34, eerste lid, van verordening 1308/2013, voor 50% subsidiabel.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Uitgaven voor biologisch afbreekbaar folie bestemd voor onkruidbestrijding zijn subsidiabel.

Uitgaven voor personeelskosten voor milieuzorgsystemen zijn subsidiabel indien zij nodig zijn voor de deelname in milieuzorgsystemen als bedoeld in artikel 275, eerste lid.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten en subactiviteiten ter uitvoering van de maatregel, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel g, onder viii, van verordening 543/2011, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld door:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Uitgaven van de producentenorganisatie ten behoeve van sectorale activiteiten zijn subsidiabel voor zover de producentenorganisatie een gedetailleerd jaarplan met activiteiten voorzien van een begroting bij de indiening van het operationeel programma ter goedkeuring aan de minister zendt.

De producentenorganisatie dient het operationele programma als bedoeld in artikel 63, eerste lid, van verordening 543/2011 in voor 1 oktober.

Producentenorganisaties overleggen ter uitvoering van artikel 106, eerste lid, van verordening 543/2011 jaarlijks tegelijk met de indiening van de steunaanvraag:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Producentenorganisaties overleggen uiterlijk op 15 februari van het jaar dat volgt op het laatste jaar van uitvoering van het operationeel programma, het eindverslag, bedoeld in artikel 96, vierde lid, van verordening 543/2011, aan de minister.

Ter uitvoering van artikel 97, onderdeel b, van verordening 543/2011 overleggen producentenorganisaties jaarlijks, uiterlijk op 25 oktober, aan de minister de informatie, bedoeld in bijlage XIV van verordening 543/2011, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld formulier.

De producentenorganisatie overlegt in het laatste uitvoeringsjaar van het operationeel programma uiterlijk op 15 februari, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld formulier, een tussenevaluatie als bedoeld in artikel 126, derde lid, van verordening 543/2011 aan de minister.

Dit hoofdstuk strekt ter uitvoering van artikel 144 van verordening 543/2011.

Indien een aanvraag op grond van de artikelen 65, eerste lid, 66, eerste lid, 69, eerste lid, 71, eerste lid, of 72, eerste lid, van verordening 543/2011 onvolledig is en niet binnen een redelijke termijn wordt aangevuld, wordt de aan de desbetreffende aanvraag gerelateerde subsidie, behoudens overmacht, met 5 procent verlaagd.

Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 115, tweede lid, van verordening 543/2011 blijkt dat sprake is van fraude, worden de kosten van dit onderzoek ten laste van de producentenorganisaties gebracht.

Bij samenloop van diverse subsidieverlagende factoren als bedoeld in de artikelen 302 tot en met 304 en 306 tot en met 308 bedraagt de totale subsidieverlaging, indien er geen sprake is van opzet of grove nalatigheid, niet meer dan 50 procent.

Archiefbescheiden van Productschap Tuinbouw betreffende zaken die op basis van deze regeling worden behartigd door de minister, worden overgedragen aan de minister, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering GMO groenten en fruit.

De lijst is samengesteld op basis van de door producentenorganisaties voorgelegde aanvragen voor beoordeling van tomatenrassen. De rassen zijn beoordeeld voor zover voldoende informatie beschikbaar was. Rassen waarvan geen of onvoldoende gegevens beschikbaar waren zijn niet vermeld op de lijst.

Alle op de lijst opgenomen rassen zijn ingeschreven in het Nederlandse rassenregister of komen voor op de Lijst Autorisaties voor het in het verkeer brengen van rassen die nog niet officieel zijn toegelaten.

De forfaits zijn bepaald op basis van de berekeningen door het LEI van de meeropbrengsten van de volgende typen tomaat: rond, vlees, tros, cocktail en cherry. Dit heeft geleid tot 3 forfaits: € 0,30 voor ronde en vleestomaten (losse tomaten), € 0,35 voor trostomaten en € 0,00 voor cocktailtomaten en cherrytomaten.

Voor een verdeling van de rassen over de 3 forfaits is dit nader gedefinieerd. Onder trostomaten vallen tros grof, tros middelgrof en tros fijn > 55 g (inclusief pruim tros). Onder cocktailtomaten vallen ook tros fijn < 55 g en minipruim al dan niet los geoogst. Losse pruimtomaten > 55 g vallen onder het forfait voor losse tomaten (€ 0,30).

Het forfait € 0,00 is van toepassing op hoogsalderende rassen (‘specialties’). In het algemeen zijn dit de typen cocktail, cherry, maar ook fijne tros, minitros, minipruim, Santatypen. Om hiervoor een duidelijk criterium te bepalen is uitgegaan van het vruchtgewicht. De grens is hierbij gelegd bij 55 g. Dit wordt o.a. ondersteund door omschrijvingen voor cocktailtomaten door enkele zaadbedrijven (RZ 25–55 g; Enza 30–50 g) en in artikelen van Groenten en Fruit en Proeftuinnieuws.

De lijst kan door de minister uitgebreid worden met nog niet beoordeelde rassen. Producentenorganisaties kunnen hiervoor per email een verzoek indienen bij de minister. Het verzoek dient onderbouwd te worden met een NAK rasbeschrijving of een rasbeschrijving van het zaadbedrijf, waaruit in ieder geval de naam van het ras (of de voorlopige aanduiding), het type tomaat en het vruchtgewicht blijken. Rassen die niet ingeschreven zijn in ‘het Nederlandse rassenregister of ‘de Lijst Autorisaties voor het in het verkeer brengen van rassen die nog niet officieel zijn toegelaten’ worden niet in aanmerking genomen.

* De expiratiedatum 09-09-9999 betreft een ‘van rechtswege toelating’ waarvan de duur wordt bepaald door besluitvorming in de EU (artikel 122, lid 1 Wgb).

Toegelaten toepassingen

Plaatsing op deze lijst is onder voorbehoud van toegelaten toepassingen en de gebruiksvoorschriften. In de toegevoegde kolom zijn de belangrijkste toepassingen (belangrijkste gewassen of gewasgroepen) vermeld. Check voor individuele gewassen altijd de actuele gebruiksvoorschriften in de ‘Bestrijdingsmiddelen databank’ op www.ctgb.nl/toelatingen/Bestrijdingsmiddelendatabank.