Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, van 12 december 2013, nr. 13211552 houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter voorkoming van ringrot in pootaardappelen (Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van pootaardappelen tegen ringrot 2013 III)Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van pootaardappelen tegen ringrot 2013 IIIDe Staatssecretaris van Economische Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van de Verordening (EG) 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,namens deze:J.P.Hoogeveen,Directeur-Generaal Agro.

Tijdelijke vrijstelling als bedoeld in artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van Verordening (EG) 1107/2009 wordt verleend voor het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel Menno Clean (toelatingsnummer 12784N) ter bescherming van pootaardappelen tegen ringrot (Clavibacter michiganensis subspecies sepedonicus).

De vrijstelling is slechts van toepassing indien de gebruiksvoorschriften in de bijlage bij dit besluit worden nageleefd.

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van pootaardappelen tegen ringrot 2013 III.

Deze vrijstelling staat het gebruik toe van het gewasbeschermingsmiddel Menno Clean met toelatingsnummer 12784N ter bescherming van pootaardappelen tegen ringrot (Clavibacter michiganensis subspecies sepedonicus) door materialen waarmee mogelijk besmette aardappelen in contact zijn geweest te ontsmetten. Een vervolgbesmetting wordt daarmee voorkomen.

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als:

Het volgende moet in acht worden genomen:

Ontsmetting ter bestrijding van plantpathogene bacteriën op aardappelkisten, in lege bewaarplaatsen en betonvloeren, op apparatuur gebruikt bij het rooien, transporteren en verwerken van aardappelen en op handgereedschap.

Toepassen door middel van spuiten of borstelen.

De minimale inwerktijd bedraagt 5 minuten.

Dosering: 2% (200 ml middel in 10 liter water)

Veiligheidszinnen op basis van Richtlijn 1999/45/EG