Wijzigingen Officiële bron
Mandaat Autoriteit Financiële Markten per 1 januari 2014Mandaat Autoriteit Financiële Markten per 1 januari 2014

Het bestuur van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft besloten tot wijziging van de regeling van mandaat, volmacht en machtiging (hierna: het mandaat), zoals laatst gewijzigd per 1 januari 2013 (Stcrt. 27 december 2012, nr 27057). Het gewijzigde mandaat treedt in werking per 1 januari 2014.

Het bestuur heeft besloten tot mandatering van zowel het nemen van bepaalde besluiten als van de ondertekening van brieven ter bekendmaking daarvan. Daarnaast heeft het bestuur van de AFM besloten tot mandatering van uitsluitend de ondertekening van brieven ter bekendmaking van door het bestuur genomen besluiten. Het bestuur van de AFM heeft tevens volmacht verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen respectievelijk machtiging verleend tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Dit mandaat is eveneens van toepassing op het overgangsrecht.

Het mandaat betreft het minimumniveau: functionarissen in de hiërarchisch stijgende lijn mogen ook beslissen respectievelijk ondertekenen. Op www.afm.nl is het organigram van de AFM opgenomen. Ten aanzien van de bestuurders van de AFM geldt dat zij als bestuurder verantwoordelijk zijn voor meerdere afdelingen1 en elkaar onderling kunnen vervangen.

Stichting Autoriteit Financiële Markten,T.F.Kockelkoren,Bestuurder.H.W.O.L.M.Korte,Bestuurder.

In Tabel I is per (sub)taak aangegeven welke afdeling/functionaris van de AFM primair verantwoordelijk is. Tabel I moet in samenhang met Tabel II ‘processen/minimum beslisniveau’ gelezen worden. De combinatie van deze twee tabellen geeft uitsluitsel op de vraag welke functionaris van een bepaalde afdeling een besluit mag nemen. De taken zijn gekoppeld aan primair verantwoordelijke afdelingen. Dit laat onverlet dat naast de primair verantwoordelijke afdeling een andere afdeling betrokken kan zijn bij het te nemen besluit.

1Onder deze taak wordt ook verstaan ‘het beheren van rechten in deelneming in beleggingsinstellingen’

De AFM kent de volgende beslisniveaus in hiërarchische volgorde. De functionarissen zijn bevoegd (bestuur) respectievelijk gemandateerd tot het nemen van besluiten respectievelijk gerechtigd tot het verrichten van privaatrechtelijke en/of andere (rechts)handelingen.

BES: Bestuur (collectief)

IB: Individueel Bestuurder

HFD: Hoofd van een afdeling

MNG: Manager binnen een afdeling

SNR: Senior toezichthouder/Senior beleidsadviseur/Senior jurist binnen een afdeling

MDW: Medewerker binnen een afdeling

Tabel II moet in samenhang met Tabel I ‘taken/afdelingen’ gelezen worden. De combinatie van deze twee tabellen geeft uitsluitsel op de vraag welke functionaris van een bepaalde afdeling een besluit mag nemen. Het beoordelen van vergunningen is bijvoorbeeld een proces, het verlenen of intrekken van een vergunning in dat kader een concreet besluit. Een proces is gekoppeld aan een minimum beslisniveau. Bij een besluit dat door één afdeling wordt genomen (een zogenaamd unilateraal besluit), geldt altijd dit beslisniveau. Bij een besluit dat door twee of meer afdelingen wordt genomen (een zogenaamd duaal besluit), geldt dat het minimum beslisniveau door een van die betrokken afdelingen gewaarborgd moet zijn. Het minimum beslisniveau van de primaire beslisser kan één niveau afdalen indien een eventuele medebeslisser het minimumniveau waarborgt maar nooit lager dan het niveau van SNR. Omgekeerd kan een eventuele medebeslisser één niveau afdalen indien het minimum beslisniveau door de primaire beslisser wordt gewaarborgd. Ook hier geldt dat nooit lager beslist kan worden dan het niveau van SNR.

Alle in het aanwijzingsbesluit genoemde functionarissen kunnen in aanmerking komen brieven te ondertekenen ter bekendmaking van een besluit met inachtneming van onderstaande. Dergelijke besluiten alsook brieven worden door twee functionarissen ondertekend. Uitzondering op de regel van dubbele ondertekening vormen:

Brieven ter bekendmaking van bestuursbesluiten kunnen worden ondertekend door een hoofd van de betrokken afdeling samen met een IB. MoU's kunnen worden ondertekend door een IB.

Brieven ter bekendmaking van een besluit dat binnen een afdeling is genomen, worden ondertekend door de beslisser en meeondertekend door de betrokken functionaris binnen de betreffende afdeling.

Brieven ter bekendmaking van een besluit dat met betrokkenheid van een andere afdeling is genomen, worden ondertekend door de primaire beslisser en meeondertekend door de medebeslisser van betrokken afdeling.

Bij afwezigheid van een beslisser mogen brieven ter bekendmaking van een besluit ondertekend worden door een andere functionaris op hetzelfde functieniveau of een functionaris die hiërarchisch één niveau onder de betreffende beslisser functioneert. De ondertekening bij afwezigheid geschiedt onder de vermelding van de naam en functie van de betreffende beslisser, de toevoeging ‘b/a’ (bij afwezigheid) en de naam van de ondertekenaar in blokletters. Ondertekening bij afwezigheid voor bestuursbesluiten geschiedt altijd op het niveau genoemd onder 5.1, te weten een hoofd tezamen met een IB.

Brieven die medeondertekend worden door de Nederlandsche Bank kunnen door medewerkers van vergelijkbaar niveau als de ondertekenaar van de Nederlandsche Bank ondertekend worden.

Door de AFM zijn medewerkers benoemd tot (assistent/plaatsvervangend) boetefunctionaris. Dit vanwege de gehanteerde functiescheiding bij boetes.

Het bestuur van de AFM beslist over het opleggen van een boete.

De beslissing tot publicatie van voorgenoemde besluiten wordt genomen door een IB.

Een besluit tot het opleggen van een boete wordt ondertekend door een IB samen met een (plaatsvervangend of assistent) boetefunctionaris, of door de (plaatsvervangend) boetefunctionaris samen met een plaatsvervangend of assistent boetefunctionaris. Het besluit om af te zien van het opleggen van een boete wordt ondertekend door de (plaatsvervangend) boetefunctionaris samen met een plaatsvervangend of assistent boetefunctionaris.

Een besluit tot publicatie van een boete wordt ondertekend door een IB samen met een (plaatsvervangend of assistent) boetefunctionaris of door de (plaatsvervangend) boetefunctionaris samen met een plaatsvervangend of assistent boetefunctionaris.

De ondertekening bij afwezigheid van de boetefunctionaris geschiedt niet lager dan het niveau dat in deze paragraaf genoemd is.

Conform het Klachtenreglement van de AFM is een (of meer dan één) medewerker benoemd tot klachtencoördinator. Brieven inzake de al dan niet gegrondverklaring van een klacht of het niet in behandeling nemen van een klacht worden mede ondertekend door de klachtencoördinator.

Voor de volmachtverlening betreffende het aangaan van externe contractuele verplichtingen namens de AFM wordt verwezen naar de procuratieregeling AFM. Deze is gepubliceerd op de website van de AFM: www.afm.nl.

Een beslising op bezwaar gerelateerd aan een heffing wordt genomen door een IB en het Hoofd JZ.

Een beslissing op een Wob-verzoek wordt genomen door de General Counsel en het Hoofd JZ. De General Counsel beslist echter samen met een Hoofd van de betreffende afdeling, indien de verzochte informatie niet aanwezig is binnen de AFM.

Met betrekking tot de Wbp worden soms verzoeken gedaan betreffende op basis van de Wbp verzamelde gegevens (daaronder worden begrepen inzageverzoeken, correctieverzoeken en het aantekenen van verzet tegen een verwerking). Beslisingen dienaangaande worden genomen op het niveau van MNG en op het bezwaar wordt beslist door een IB. Klachten over de afwikkeling van een Wbp-verzoek worden behandeld door de klachtencoördinator.

Amsterdam, 12 december 2013,