Beleidsregel · BWBR0034515

Besluit Fiscaal Bestuursrecht

Wijzigingen Officiële bron
Besluit Fiscaal BestuursrechtBesluit Fiscaal Bestuursrecht

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit vervangt het Besluit fiscaal bestuursrecht, van 13 juli 2011, nr. BLKB2011/1087M, en enkele andere besluiten op het gebied van het fiscale bestuursrecht. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de teksten redactioneel aan te passen en te actualiseren.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag18 december 2013De staatssecretaris van Financiën,F.H.H.Weekers

In dit besluit heb ik mijn beleid dat ziet op het fiscale bestuursrecht neergelegd. Ook wordt aandacht besteed aan enkele civielrechtelijke aspecten. Dit besluit bevat enkele goedkeuringen met toepassing van de zogenoemde hardheidsclausule (zie artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen). Naast redactionele wijzigingen is het volgende toegevoegd of aangepast ten opzichte van het besluit van 13 juli 2011, nr. BLKB2011/1087M:

Een rechtsvraag kan ook opkomen bij vooroverleg. Vooroverleg is een overleg tussen de inspecteur enerzijds en de belanghebbende of zijn vertegenwoordiger anderzijds, dat leidt tot een standpuntbepaling van de inspecteur over de wijze waarop het recht in een specifiek geval moet worden toegepast. De inspecteur loopt daarmee vooruit op de heffing of de uitvoering van andere aan de inspecteur opgedragen taken. Het specifieke geval kan zowel al verrichte als voorgenomen (rechts)handelingen betreffen.

De inspecteur kan afzien van het horen voorafgaand aan het vaststellen van een belastingaanslag (zie artikel 4:12 van de Awb). De inspecteur neemt evenwel bij correcties van aangiften zo veel mogelijk vooraf contact op met de belanghebbende.

Titel 9.1 van de Awb regelt de klachtafhandeling door bestuursorganen. De directeur die is aangewezen als inspecteur of ontvanger behandelt klachten die gaan over gedragingen van zijn medewerkers. Klachten over gedragingen van medewerker van andere organisatieonderdelen van de Belastingdienst worden door deze organisatieonderdelen zelf behandeld. Als daartoe aanleiding is, stemt het organisatieonderdeel de behandeling af met de inspecteur onder wie de belanghebbende ressorteert.

De instemming om een belastingaanslag te formaliseren met toepassing van artikel 64 van de AWR laat onverlet de mogelijkheid om:

Er is een Landelijk coördinator civiele heffingsprocedures (hierna: de coördinator). Als een inspecteur overweegt een belastingplichtige of een derde in een civiele heffingsprocedure te doen dagvaarden, raadpleegt hij de coördinator. Ook als een inspecteur zelf in een civiele heffingsprocedure wordt gedagvaard, neemt hij onverwijld contact op met de coördinator. In beide gevallen draagt de coördinator zorg voor de verdere procedure, zo nodig na raadpleging van DGBel en zoveel als mogelijk in overleg met de inspecteur.

De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.