Wijzigingen Officiële bron
Document Omlijning 006.1 Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek Versie 1.0Document Omlijning 006.1 Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek Versie 1.0

Het Besluit register deskundige in strafzaken heeft het College gerechtelijk deskundigen van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) de taak gegeven de registratie-eisen voor elk deskundigheidsgebied te specificeren.

Voorafgaand aan het vastleggen van de specifieke registratie-eisen, heeft het College NRGD elk deskundigheidsgebied gedefinieerd met het doel de volgende personen duidelijkheid te verschaffen.

Het deskundigheidsgebied 'Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek’ behelst het onderzoek naar draagbare wapens (verder: ‘wapens’). Het begrip wapen omvat zowel de vuurwapens (en de daarvoor geschikte eenheidspatronen) als de niet-vuurwapens1 die in staat zijn om één of meerdere projectielen (soms ‘kogels’ genoemd) gericht te versnellen of louter om een knal te produceren. Vuurwapens maken gebruik van een chemisch proces door de ontsteking van een kruitlading en zijn voorzien van een ontbrandingskamer en een loop. De niet-vuurwapens maken gebruik van een natuurkundig proces, bijvoorbeeld door de expansie van gasdruk of door veerkracht. Een eenheidspatroon is munitie waarvan (de) projectiel(en), de kruitlading en het slaghoedje gecombineerd worden in een huls. Schietincidenten met andere munitie dan eenheidspatronen (bijvoorbeeld zwartkruit, slaghoedje en projectiel gescheiden) zijn niet uitgesloten.

Het deskundigheidsgebied beoogt het wapentechnisch onderzoek, het identificeren van de vuurwapens die gebruikt werden bij een schietincident, alsook de technische reconstructie van het schietincident zelf.

Het Schotrestenonderzoek, Explosies en Explosieven-onderzoek, het deskundigheidsgebied Pathologie en het deskundigheidsgebied Toetsing Wet Wapens en Munitie vallen buiten dit deskundigheidsgebied.

Binnen het deskundigheidsgebied worden de volgende disciplines onderscheiden:

Per discipline zijn verschillende vragen relevant. Een overzicht van de meest voorkomende vragen is gegeven in Annex 1.

Algemeen: een deskundige Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek identificeert, typeert, classificeert en beschrijft draagbare vuurwapens en de daarvoor bestemde munitie volgens de Wet Wapens en Munitie.

Vergelijkend kogel- en hulsonderzoek

Bij het vergelijkend kogel- en hulsonderzoek wordt onderzoek verricht naar microscopisch kleine, mechanische beschadigingen (wapensporen) op munitiedelen (kogels en hulzen) en patronen. Deze sporen ontstaan bij het schieten of doorladen met een vuurwapen. De sporen zijn kenmerkend voor het gebruikte vuurwapen en hebben daardoor een sterk discriminerend karakter.

Door wapensporen in kogels, hulzen en patronen onderling te vergelijken kunnen verbanden worden vastgesteld tussen elk van de onderzochte munitiedelen onderling en/of tussen die munitiedelen en een vuurwapen. Een bijzondere vorm van vergelijkend kogel- en hulsonderzoek is een vergelijking van gevonden munitiedelen tegen een grotere verzameling van opgeslagen kogels en hulzen afkomstig van verschillende schietincidenten.

Tijdens het vergelijkend kogel- en hulsonderzoek herkent de deskundige relevante wapensporen en vergelijkt deze met behulp van een daarvoor uitgeruste vergelijkingsmicroscoop. De gevonden overeenkomsten en verschillen worden geregistreerd en geïnterpreteerd. Hieruit volgt een uitspraak of de verkregen resultaten passen bij de hypothese dat munitiedelen uit hetzelfde vuurwapen afkomstig zijn of dat één bepaald vuurwapen is gebruikt of juist niet.

Wapentechnisch onderzoek ten behoeve van de reconstructie

Bij een wapentechnisch onderzoek wordt een wapen onderzocht op deugdelijkheid, gebreken en storingen voor de reconstructie van de toedracht van een schietincident. De staat en de constructie van het wapen worden bezien in het licht van de handelingen die ermee zouden zijn uitgevoerd. Deze handelingen betreffen veelal het per ongeluk vuren tijdens gooien, vallen, slaan of worstelen.

Het wapen wordt getest op een goede werking. Het onderzoek omvat een grondige (microscopische) inspectie naar beschadigingen, slijtage of ontbrekende onderdelen. De veiligheden die aanwezig dienen te zijn worden gecontroleerd, gevolgd door schietproeven en/of experimenten waarmee de verklaarde handelingen worden nagebootst.

De deskundige is in staat door inspectie, (de)montage en fouten- en storingsanalyses vast te stellen of er een basis is voor de verklaring dat een wapen ‘zomaar’ afgaat.

Het forensisch ballistisch onderzoek

Het forensisch ballistisch onderzoek omvat alle vier fasen van de ballistiek: inwendige-, mondings- (of overgangs-), uitwendige- en doelballistiek. Met name de laatste twee zijn relevant in verband met schootsrichting, schootsafstandbepaling en de uitwerking van kogels op getroffen doelen.

Bij het forensisch ballistisch onderzoek worden experimenten uitgevoerd met als doel de door de opdrachtgever vooropgestelde hypotheses met betrekking tot het schietincident te kunnen evalueren. De vragen die gesteld kunnen worden zijn zeer verscheiden.

Uitwendige ballistiek:

Doelballistiek:

De deskundige moet in staat zijn om de nodige experimenten voor te bereiden, uit te voeren of te laten uitvoeren, en de gegevens van een significant aantal metingen (statistisch) te verwerken en te interpreteren.

Rechtsdomein: strafrecht.

Binnen de praktijk van het deskundigheidsgebied Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek kan de deskundige in aanraking komen met andere deskundigheidsgebieden, die niet tot zijn deskundigheid behoren.

De deskundige Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek is zich bewust van de mogelijkheden en beperkingen van de hieronder beschreven deskundigheidsgebieden:

Onderzoek plaats delict2

De deskundige forensisch wapen- en munitieonderzoek kan de politie ter plaatse ondersteunen en adviseren bij het zoeken, beschrijven, vastleggen, interpreteren en veiligstellen van sporen en sporendragers van schietincidenten op en rond de plaats delict (PD).

De deskundige richt zich daarbij op:

Deskundigheidsgebied Schotrestenonderzoek

Het deskundigheidsgebied Schotrestenonderzoek richt zich o.a. op de volgende onderzoeken:

Deskundigheidsgebied Pathologie

Het deskundigheidsgebied Pathologie omvat het vaststellen van de doodsoorzaak van een slachtoffer. Tevens wordt vastgesteld of de vastgestelde schotbeschadiging(en) de doodsoorzaak zijn.

Deskundigheidsgebied Explosies en Explosievenonderzoek

Het deskundigheidsgebied Explosies en Explosievenonderzoek richt zich o.a. op de volgende onderzoeken:

Doorgaans betreft het Explosies en Explosievenonderzoek andere incidenten dan schietincidenten.

Deskundigheidsgebied 006.2 Toetsing Wet Wapens en Munitie

Het deskundigheidsgebied Toetsing Wet Wapens en Munitie richt zich o.a. op de volgende onderzoeken:

Het register zal de naam van de desbetreffende deskundige vermelden als een deskundige op het gebied van 006.1 Forensisch Wapen- en Munitieonderzoek.

Deze opsomming is niet uitputtend. Ook andere vragen zijn mogelijk.

De eerste drie vragen moeten worden bezien in relatie tot het mogelijk per ongeluk afgaan van een schot of het mogelijk weigeren van een schot.

Deze opsomming is niet uitputtend. Ook andere vragen zijn mogelijk.

Deze opsomming is niet uitputtend. Ook andere vragen zijn mogelijk.