U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 29-01-2014.

Ministeriële regeling · BWBR0034750

Regeling onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 16 januari 2014, nr. 4178635, houdende vaststelling van het onderwijscontroleprotocol voor de sectoren PO, VO, BVE en HO (Regeling onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013)Regeling onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 157, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra, artikel 171, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 14a, derde lid, tweede volzin, en 18, zesde lid, van het Bekostigingsbesluit WVO, artikel 5, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wet SLOA, artikel 5.2.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB en artikel 4.4, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.Bussemaker

Het protocol voor de controle door de accountant over het jaar 2013 wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Versie 16 december 2013

Dit is het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013, hierna te noemen controleprotocol

In het controleprotocol wordt aangesloten op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

De verschillen tussen de juliversie en de decemberversie worden grotendeels veroorzaakt door in de tweede helft van het jaar gepubliceerde wijzigingen in wet- en regelgeving.

In paragraaf 2.2.5 en paragraaf 3.5.1 zijn teksten opgenomen ten aanzien van nog te verwachte wijzigingen in de wet- en regelgeving. In het controleprotocol is opgenomen wat de gevolgen van een eventuele wijziging zijn voor de werkzaamheden van de instellingsaccountant.

Deze gebruiksaanwijzing heeft uitsluitend betrekking op de webapplicatie van het controleprotocol.

Het controleprotocol is beschikbaar gesteld op de website van de Inspectie van het Onderwijs en de website van DUO. Om u bij het gebruik van de webapplicatie op weg te helpen staan hieronder een aantal tips.

Voor de goede werking van de website is het noodzakelijk dat u gebruik maakt van één van de volgende internetbrowsers:

Bij het navigeren wordt gebruik gemaakt van een indeling in hoofdstukken en dit is handig bij het verwijzen naar bepaalde passages in het controleprotocol.

Het controleprotocol bestaat uit vier hoofdonderdelen:

Door te klikken op het hoofdstuk/onderwerp van uw keuze in de inhoudsopgave aan de linkerzijde van de startpagina krijgt u alle onderliggende hoofdstukken/onderwerpen te zien en kunt vervolgens weer een keuze maken uit een hoofdstuk/onderwerp van uw keuze.

Bij elk onderwerp is boven de daarop betrekking hebbende passages de datum vermeld waarop de tekst voor het laatst is gewijzigd. Deze datum wordt niet gewijzigd als het een verhoging betreft van de jaartallen in de tekst met 1 ten opzichte van het definitieve controleprotocol van het voorgaande jaar.

In het controleprotocol staan twee pagina’s met links, die u nog meer informatie geven, t.w.

Verder zijn in de tekst geregeld links opgenomen die verwijzen naar documenten of andere websites. Deze links kunt u herkennen aan de blauwe tekst op de website.

Naast de webversie wordt ook een PDF-versie van het controleprotocol beschikbaar gesteld.

De PDF-versie kunt u vinden op de startpagina van de webversie in de rubriek ‘Meer informatie’.

Voor elke onderwijssector is geregeld dat bepaalde informatie (jaarrekening en opgave van bekostigingsgegevens of over besteding van bekostiging) moet zijn voorzien van een controleverklaring. Ook is geregeld dat de minister via een ministeriële regeling aanwijzingen of voorschriften kan geven voor de controle door de instellingsaccountant. Hier is invulling aan gegeven met het controleprotocol. Het controleprotocol vormt daarmee de schakel tussen enerzijds de wet- en regelgeving en anderzijds de uit te voeren werkzaamheden door instellingsaccountants. Het geeft een toelichting op het te hanteren referentiekader, het accountantsonderzoek en de gewenste accountantsproducten.

Het controleprotocol is opgesteld naar analogie van de door de NBA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’. De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor de OCW-situatie. Waar mogelijk zijn tekstpassages uit de handreiking in dit controleprotocol overgenomen.

Het controleprotocol heeft betrekking op het volgende controleobject en onderzoeksobject:

Voor de goede orde wordt opgemerkt dat de gegevens zoals bedoeld in artikel 3, lid l van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs niet vallen onder de reikwijdte van de accountantscontrole.

*) De jaarstukken bestaan uit de jaarrekening, jaarverslag en overige gegevens, zoals bedoeld in artikel 1, lid c van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

De accountantscontrole op de jaarstukken mondt uit in een controleverklaring. Het onderzoek naar de bekostigingsverantwoording, waaronder de leerlingentelling, leidt tot een assurance-rapport. Deze aanduidingen worden in het controleprotocol gehanteerd, hoewel de term ‘accountantsverklaring’ (nog) in de OCW-wet- en regelgeving staat vermeld. De instellingsaccountant maakt voor beide producten gebruik van de in het controleprotocol opgenomen modelteksten. De instellingsaccountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de instellingsaccountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De originele ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de instellingsaccountant moet in het archief van de school/instelling worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van de NBA).

Ten aanzien van de in het controleprotocol opgenomen werkzaamheden geldt een rapportagetolerantie. De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra deze afwijkt van het standaardpercentage van 0,1%. Omdat het uitgangspunt wordt gehanteerd dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk moeten worden gecorrigeerd, beperkt de instellingsaccountant zich tot een uitzonderingsrapportage. Hiervoor gebruikt hij een rapport van bevindingen, waarin hij de aard en omvang van de geconstateerde fouten vermeldt. Het rapport van bevindingen is vormvrij. Op het aanbiedingsformulier geeft de instellingsaccountant aan dat er sprake is van een rapport van bevindingen. Het bevoegd gezag/bestuur van de school/instelling stuurt in een dergelijk geval het rapport van bevindingen samen met de controleverklaring en verantwoording naar DUO. Het bevoegd gezag/bestuur kan daarbij aangeven hoe het heeft ge(re)ageerd op de geconstateerde bevindingen. Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten wordt verwezen naar de in de hoofdstukken jaarstukken (2) en bekostigingsonderzoek (3) daarover opgenomen toelichting.

Het controleprotocol is van toepassing op de door de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Economische Zaken (EZ) bekostigde rechtspersonen in de onderwijssectoren Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO), Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (BVE) en Hoger Onderwijs (HO).

Het controleprotocol geldt ook voor subsidies die door EZ aan instellingen worden verstrekt vanuit het vakdepartementaal onderwijsbeleid. Deze subsidies worden eventueel ook verantwoord volgens hiervoor binnen EZ geldende en met de betreffende scholen en instellingen gecommuniceerde aanvullende voorwaarden.

Sector PO (1 juli 2010)

Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WPO en WEC is het controleprotocol een leidraad/regeling als bedoeld in artikel 171, lid 4 van de WPO en in artikel 157, lid 4 van de WEC.

Sector VO (1 december 2012)

Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WVO is het controleprotocol een leidraad die ingevolge de artikel 14a, lid 3 en artikel 18, lid 6 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. in een ministeriële regeling wordt vastgesteld. De WVO vermeldt in de hoofdstukken I, III en IV de bekostigingsvoorwaarden van een school.

Voor de SLOA-instellingen vloeit dit controleprotocol voort uit artikel 5, lid 5 van het Uitvoeringsbesluit Wet SLOA en is van toepassing op:

De beleidsdirectie VO is belast met de coördinatie van de subsidies van alle SLOA-instellingen. Met uitzondering van het CINOP is de beleidsdirectie VO tevens beleidsverantwoordelijk. De beleidsdirectie BVE is beleidsverantwoordelijk voor het CINOP.

Verder is de directie Kennis en Innovatie van het ministerie van EZ belast met de coördinatie van SLOA-subsidies voor wat betreft het groene onderwijs. In het controleprotocol zijn de SLOA-instellingen gerangschikt onder de sector VO.

Sector BVE (1 juli 2011)

Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WEB is het controleprotocol een leidraad, die ingevolge artikel 5.2.5, lid 1 van het Uitvoeringsbesluit WEB in een ministeriële regeling wordt vastgesteld.

Sector HO (1 juli 2013)

Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WHW is het controleprotocol een leidraad, die ingevolge van artikel 4.4, lid 2 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 in een ministeriële regeling wordt vastgesteld. Het controleprotocol voor deze sector (ex artikel 2.10a van de WHW) bevat aanwijzingen voor de controle die ten grondslag liggen aan het afgeven van de controleverklaring, zoals genoemd in artikel 2.9, lid 3 van de WHW.

Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving.

Per onderdeel van het controleobject zijn aanwijzingen opgenomen:

Voor de controle van de jaarstukken en het onderzoek naar de bekostigingsgegevens zijn verplichte teksten voor de controleverklaring(en) en assurance-rapport(en) opgenomen.

Het controleprotocol bevat:

De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ’Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS).

Voor de sector PO en VO wordt de instellingsaccountant verzocht in zijn controle en bekostigingsonderzoek over 2013 rekening te houden met de Handreiking controle en onderzoek sector PO en VO 2010.

De instellingsaccountant moet controleren of de rijksbijdrage rechtmatig is verkregen (onderzoek bekostigingsverantwoording) en besteed (controle jaarrekening).

Ten aanzien van de verkrijging van de rijksbijdrage stelt hij vast dat de in de bekostigingsverantwoording van de school of instelling opgenomen aantallen voldoen aan de eisen van rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze aantallen in overeenstemming zijn met de in de wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het gaat hier om rechtmatigheid van niet-financiële informatie. De instellingsaccountant geeft een assurance-rapport bij de bekostigingsverantwoording af.

Ten aanzien van de in de jaarstukken van de school of instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties stelt de instellingsaccountant vast dat deze voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. De financiële rechtmatigheid heeft betrekking op publieke middelen. Financiële rechtmatigheid in het algemeen houdt in dat een financiële transactie betrekking hebbende op publieke middelen waarvan de uitkomst in de jaarrekening dient te worden verantwoord in overeenstemming is met de in internationale regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen opgenomen bepalingen die de uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden.

Het controleprotocol wordt jaarlijks opgesteld en in juli en december beschikbaar gesteld.

De juliversie is uitsluitend bedoeld voor planningsdoeleinden. De decemberversie is de definitieve versie van het controleprotocol, die bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Deze publicatie geschiedt niet dan nadat het concept is besproken met vertegenwoordigers van alle betrokken partijen: accountantskantoren, NBA en koepelorganisaties. Bespreking van het concept-controleprotocol met sectororganisaties c.q. hun koepelorganisaties is mede bedoeld ter voorkoming van formuleringen die onbedoeld in het nadeel van de scholen en instellingen kunnen worden uitgelegd. Op de derde woensdag van de maand november vindt het jaarlijkse afstemmingsoverleg plaats met alle betrokkenen over de uiteindelijke tekst, die de op dat moment meest actuele stand van zaken weergeeft.

Nieuwe versies van het definitieve controleprotocol worden bij ministeriële regeling vastgesteld. De regeling wordt met de bijlage, het controleprotocol, in de Staatscourant geplaatst en wordt ook bekendgemaakt op de internetsite van de Inspectie van het Onderwijs en DUO.

De publicatie van het definitieve controleprotocol OCW/EZ 2013 vindt plaats in december 2013.

Als het nodig blijkt en het gaat om taalkundige onvolkomenheden zal OCW gaande het jaar snel aanpassingen aanbrengen in de tekst van het controleprotocol. Voor overige aanpassingen van meer ingrijpende aard wordt rekening gehouden met het feit dat het controleprotocol een stabiel document moet zijn. Deze aanpassingen worden daarom pas verwerkt in de juli- en decemberversie van het controleprotocol van het betreffende jaar.

Voor de documentatie van verrichte controlewerkzaamheden, de bevindingen en de conclusie daarbij gelden de eisen zoals genoemd in Standaard 230. Tijdens reviews is gebleken dat er onduidelijkheid bestaat over de implicatie van deze richtlijn op de aard en omvang van de documentatie van verrichte werkzaamheden bij de controle van de bekostigingsgegevens en jaarstukken van scholen en instellingen. In het controledossier van de instellingsaccountant dient per aandachtspunt van het controleprotocol minimaal aanwezig te zijn: de uitgevoerde werkzaamheden, de identificatie van het gecontroleerde stuk (opschrift, totaalsaldo) of een kopie van de laatste pagina, de bevindingen en de conclusie. Indien bijvoorbeeld proceduretests zijn uitgevoerd, dan zijn niet kopieën van de inkoopfacturen in het dossier aanwezig, maar wel een lijst met factuurnummers en van items waarop de facturen zijn gecontroleerd.

Hier vindt u (aanvullende) informatie die bij de controle en het onderzoek door de instellingsaccountant relevant is.

Wet- en regelgeving onderwijscontroleprotocol OCW/EZ

Notities Helderheid in bekostiging

Handreikingen t.b.v. de instellingsaccountant

SLOA-bijlagen

Brieven

Diversen

In dit deel van het controleprotocol staan de jaarstukken 2013 centraal. Met ‘jaarstukken’ wordt in dit controleprotocol bedoeld: de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens (artikel 1, lid c van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs).

De controleverklaring van de instellingsaccountant bij de jaarrekening betreft de getrouwheid van de grootte en de samenstelling van het vermogen en het resultaat, evenals de naleving van de wet- en regelgeving. Het oordeel omtrent de naleving van wet- en regelgeving vloeit voort uit het voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. De instellingsaccountant stelt verder vast dat het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening.

Het begrip omvangsbasis geeft aan tegen welke omvang (bedrag) het percentage goedkeuringstolerantie moet worden afgezet, bijvoorbeeld een bepaalde geldstroom of post in de verantwoording. De te hanteren omvangsbases bij de controle van de jaarstukken zijn afhankelijk van de te controleren massa: de totale publieke middelen en bestedingen van de (geoormerkte) aanvullende subsidies/bekostiging.

Bij zijn oordeelsvorming over de naleving van de wet- en regelgeving streeft de instellingsaccountant naar een hoge mate van zekerheid. De instellingsaccountant richt zijn controle daartoe zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen onjuistheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties.

Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent.

Voor de strekking van de controleverklaring gelden de volgende toleranties:

De tolerantie is van toepassing op het oordeel over de financiële rechtmatigheid en de overige rechtmatigheid, tenzij sprake is van een specifieke controletolerantie.

In het controleprotocol worden geen toleranties meer voorgeschreven voor de getrouwheid. Vanuit OCW is een maximale tolerantie van 2% van het totaal van de baten en 5% van het balanstotaal aanvaardbaar. Het is de verantwoordelijkheid van de instellingsaccountant om deze te bepalen met inachtneming van hetgeen hierover in NV COS is opgenomen.

Voor elke post gelden voor de foutevaluatie bij de oordeelvorming de goedkeuringstoleranties op jaarrekeningniveau zoals opgenomen in de tolerantietabel.

Voor alle in het controleprotocol genoemde posten, exclusief de hieronder opgenomen posten, geldt een standaard rapportagetolerantie van 0,1% (van de totale publieke middelen). De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden aan OCW in het Rapport van Bevindingen. Zie verder omgaan met fouten.

Voor de volgende posten/onderwerpen geldt een specifieke controletolerantie (CT) en rapportagetolerantie (RT):

De fouten die bij deze controlewerkzaamheden worden geconstateerd worden door de instellingsaccountant ook betrokken in de foutevaluatie bij de oordeelvorming bij de jaarrekening als geheel.

In geval op grond van RJO artikel 3h geconsolideerde jaarverslaggeving van meerdere bevoegde gezagen gezamenlijk plaatsvindt dienen alle controle en rapportage toleranties in dit hoofdstuk toegepast te worden op de enkelvoudige/gesegmenteerde verslaglegging van het instandhoudingniveau (d.w.z. op het niveau van één bevoegd gezag).

Van een fout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde controle is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet in overeenstemming is met één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de naleving van de wet- en regelgeving betreft. Saldering van fouten is daarom niet toegestaan.

Van een onzekerheid in het onderzoek is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Bijvoorbeeld als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de wet- en regelgeving. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de instellingsaccountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.

Het uitgangspunt is dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk door de school/instelling moeten worden gecorrigeerd. Ten aanzien van fouten, die betrekking hebben op rechtmatigheid geldt dat correctie veelal niet mogelijk is omdat de besteding reeds plaats heeft gevonden.

Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten geldt voor de accountantscontrole van de jaarstukken:

In het controleprotocol is op het hoogste niveau het referentiekader opgenomen. Met betrekking tot een aantal posten en/of stromen is in dit controleprotocol ook een aantal specifieke criteria opgenomen die voortvloeien uit de wet- en regelgeving.

De beroepsvoorschriften voor instellingsaccountants zoals opgenomen in de Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS) zijn altijd onderdeel van de controlecriteria.

De instellingsaccountant stelt vast dat de school of de instelling de aanwijzingen heeft verwerkt en/of de correcties heeft opgevolgd waarover DUO eerder met de school of de instelling heeft gecorrespondeerd in een jaarlijkse brief. Indien de aanwijzingen niet zijn verwerkt en/of de correcties niet zijn opgevolgd dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

Schoolbesturen in het PO hebben in veel gevallen hun administratie uitbesteed aan een administratiekantoor (AK). In mindere mate geldt dit ook voor VO-scholen. De AK’s verrichten ten behoeve van deze schoolbesturen en de onder hen ressorterende scholen veelal de financiële, personele en salarisadministratie en vervaardigen de jaarrekening van de besturen. De scholen leveren daartoe hun primaire vastleggingen (inkoopfacturen, mutaties ten aanzien van in- en uitdiensttredingen en andere mutaties in salarissen) aan de AK’s, de AK’s verrichten hierop controle op o.a. deugdelijkheid en autorisatie en verwerken deze. Op onder andere deze controles en op verwerkingscontroles van AK’s steunen instellingsaccountants bij de controle van de bekostigingsgegevens en de jaarstukken.

Bij de toepassing van risicoanalyse bij de accountantscontrole dient de instellingsaccountant voor het bepalen van de aard en omvang van het risico van een afwijking van materieel belang onder andere kennis te verkrijgen van de entiteit en haar omgeving. Onder de entiteit wordt hier, ook in geval van een AK-gerichte aanpak, de organisatie van de school en het schoolbestuur verstaan. De interne beheersingsomgeving wordt in geval van een AK-gerichte aanpak op het niveau van een administratiekantoor (en niet per afzonderlijk schoolbestuur) ingericht. De instellingsaccountant toetst daarom op dit niveau of hij kan steunen op de getroffen maatregelen van interne beheersing. (Een en ander hoeft niet te betekenen dat iedere afzonderlijke school in de systeemcontrole dient te worden betrokken). Bij de toetsing van de maatregelen van IB dient hij rekening te houden met verschillen in de zogenaamde ‘service level agreement’ tussen het AK en de individuele besturen. Ook dient hij na te gaan of de controle van het AK alle rechtmatigheidsaspecten van het controleprotocol raakt. Indien dit niet het geval is zal de instellingsaccountant ook andere controles (dan gericht op het AK) moeten verrichten.

Ongeacht het ingeschat risico van een afwijking van materieel belang en ongeacht de keuze voor hetzij een bestuurgerichte, hetzij een AK-gerichte controleaanpak dient de instellingsaccountant gegevensgerichte werkzaamheden op te zetten en uit te voeren voor elke transactiestroom, post van de jaarrekening en elk onderdeel van de toelichting op de jaarrekening van materieel belang.

Bij de SLOA-instellingen wordt met jaarstukken bedoeld: Het financieel verslag als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (SLOA) dat bestaat uit het verrekenformulier voorschotten en een activiteitenverslag. Het financieel verslag is onderdeel van de jaarrekening en gaat vergezeld van een vergelijking tussen de uitgaven en inkomsten die aan de projecten verbonden zijn in de periode waarop het financieel verslag betrekking heeft. Het financieel verslag beoogt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie en gaat vergezeld van een afschrift van de jaarrekening van de aanvragende instelling betreffende het kalenderjaar of eventueel kalenderjaren waarop het financieel verslag betrekking heeft.

De ’Regeling jaarverslaggeving onderwijs’ is niet van toepassing op de SLOA-instellingen.

Ook de ‘Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010’ is niet van toepassing op de SLOA-instellingen. Deze instellingen hebben als referentiekader het gestelde in de Wet SLOA, het Uitvoeringsbesluit Wet SLOA en de Handleiding subsidiëringmodel Wet SLOA. Naast de Handleiding subsidiëringmodel WSLOA geldt er een aantal algemene bepalingen voor instellingen die omvangrijke gesubsidieerde activiteiten uitvoeren. De instellingsaccountant stelt vast dat deze bepalingen zijn gevolgd. De hiermee verband houdende minimale controlewerkzaamheden zijn hieronder opgesomd.

Volgens artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Wet SLOA is het controle-object het financieel verslag dat onderdeel uitmaakt van de jaarrekening. Minimale controlewerkzaamheden zijn opgenomen ten aanzien van:

De overige in dit controleprotocol opgenomen minimale controlewerkzaamheden zijn voor de instellingsaccountant van de SLOA-instelling niet van toepassing.

De verslaggevingscriteria vloeien voornamelijk voort uit de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, maar in een aantal gevallen kan ook andere wet- en regelgeving bepalingen bevatten over de wijze waarop een school/instelling verslag doet. De rechtspersoon richt de jaarstukken in op basis van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Voor de instellingsaccountant vormt de regeling een verslaggevingscriterium. De instellingsaccountant stelt vast dat de jaarstukken aan de Regeling jaarverslaggeving onderwijs voldoen.

Voor de zorginstellingen met onderwijscomponent zijn de afspraken uit de brief van 15 mei 2009 met kenmerk 113787 ten aanzien van de jaarverslaggeving van toepassing. Voor instellingen voor Jeugd en Opvoedhulp waaraan bekostigd onderwijs vanuit het ministerie van OCW is verbonden zijn de afspraken uit de brief van 25 april 2012 met kenmerk 389858 van toepassing.

In het geval de onderwijsinstelling over derivaten beschikt, stelt de instellingsaccountant vast dat RJ290 is gevolgd. Hierbij relevante documenten betreffen indien de instelling kostprijshedge-accounting onder RJ290 heeft toegepast RJ Uiting 2013-4 ‘Kostprijshedge-accounting onder RJ290’ en de NBA-handreiking 1000 Speciale overwegingen bij het controleren van financiële instrumenten.

Op de balanspost Vreemd Vermogen op lange termijn kunnen in de onderwijssectoren VO, BVE en HO ook Rijksgegarandeerde leningen voorkomen. De scholen/instellingen die ultimo 2013 rijksgegarandeerde leningen hadden, ontvangen begin 2014 een geactualiseerde specificatie van de rijksgegarandeerde leningen ultimo 2013.

Op nieuwe leningen wordt geen rijksgarantie verleend, in verband met de decentralisatie van de huisvestingsverantwoordelijkheid. De instellingsaccountant controleert de juistheid en volledigheid van de specificatie van rijksgegarandeerde leningen ultimo 2013 (die van DUO is ontvangen) en de mutaties gedurende 2013. Eventuele correcties worden aangebracht op de specificatie van DUO. Correcties voor Wageningen Universiteit dienen op de specificatie van EZ te worden aangebracht. De specificatie wordt gewaarmerkt door de instellingsaccountant en meegezonden met het formulier ‘Aanbieding jaarstukken 2013’. De wijzigingen die de instellingsaccountant heeft aangebracht, brengt DUO tot uitdrukking op het overzicht ultimo 2014. Daarnaast stelt de instellingsaccountant vast of in de jaarrekening 2013 een correcte specificatie is opgenomen van de rijksgegarandeerde geldleningen ultimo 2013.

Aanvullende verslaggevingscriteria: RJO artikel 3e, RJ 660.305.

Voor deze post geldt een specifieke controle- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting en zie Tolerantietabel voor de betreffende specifieke controle- en rapportagetolerantie).

De instellingsaccountant stelt vast dat de opgave van het bedrag van de bezoldiging voor de bestuurders juist en volledig is. Volgens de regeling jaarverslaggeving onderwijs artikel 3e, zijn de verplichtingen, bedoeld in artikel 383 c van Titel 9 Boek 2 BW, van toepassing. Dit betekent voor de betreffende scholen/instellingen in alle sectoren dat zij een opgave op naamsniveau moeten doen van alle bestuurders en gewezen bestuurders.

Indien dit niet het geval is, geeft de instellingsaccountant een ander dan goedkeurend getrouwheidsoordeel af en vermeldt hij de ontbrekende informatie in zijn verklaring.

Aanvullende verslaggevingscriteria: WNT (in het bijzonder artikel 1.7, lid 2, artikel 4.1, lid 1 en 2, artikel 4.2, lid 1 tot en met 6 en artikel 7,5)

Voor deze post geldt een specifieke controle- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting en zie Tolerantietabel voor de betreffende specifieke controle- en rapportagetolerantie).

Voor de toepassing van de specifieke controletolerantie wordt een onderscheid gemaakt tussen de volledigheid en juistheid van het aantal personen/functies waarvoor informatie in de jaarrekening opgenomen moet worden en de volledigheid en juistheid van de kosten voor die betreffende persoon/functie. Daarnaast wordt nog een categorie interim functionarissen/inhuur op grond van artikel 4.2 lid 2 onder c WNT onderscheiden.

Ten aanzien van de volledigheid en juistheid van het aantal personen/functies (op grond van artikel 4.1 WNT en het personeel/functies met een aanstelling of dienstverband op grond van artikel 4.2 WNT) geldt een controletolerantie van 0%. De instellingsaccountant stelt aan de hand van de administratie van de school/instelling integraal vast of de opgave in de toelichting van de jaarrekening van de school/instelling op grond van de WNT volledig en juist is ten aanzien van de opgenomen personen en functies.

Ten aanzien van de volledigheid en juistheid van het aantal interim functionarissen/inhuur op grond van artikel 4.2 lid 2 onder c WNT geldt een controle tolerantie van 1%. Voor de toepassing van deze controletolerantie van 1% dient als omvangsbasis het totaal van de personele lasten met een maximum van € 500.000. De instellingsaccountant stelt aan de hand van de administratie van de school/instelling vast of de opgave in de toelichting van de jaarrekening van de school/instelling op grond van WNT artikel 4.2 voor interim functionarissen/inhuur met inachtneming van de controletolerantie volledig en juist is ten aanzien van de opgenomen personen en functies.

Ten aanzien van de volledigheid en juistheid van de opgenomen kosten per persoon/functie geldt een controletolerantie van 3%. Voor de toepassing van deze controletolerantie van 3% dient als omvangsbasis het relevante (sectorale) WNT bezoldigingsmaximum dat van toepassing is voor de betreffende persoon/functie. De controletolerantie bedraagt minimaal € 3.000 per persoon/functie.

De instellingsaccountant stelt, aan de hand van de administratie van de school/instelling met inachtneming van de specifieke controletolerantie van 3% vast of de opgave van de kosten per persoon/functie in de toelichting van de jaarrekening van de school/instelling op grond van de WNT juist en volledig is.

Indien de opgenomen personen en functies niet volledig en juist zijn dan geeft de instellingsaccountant een ander dan goedkeurend getrouwheidsoordeel af en vermeldt hij de ontbrekende informatie in zijn verklaring.

Indien het verslaggevingsdocument niet voldoet (WNT artikel 5.2, lid 1 onder a en lid 2) dan meldt de instellingsaccountant dit met het formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van DUO.

Aanvullende verslaggevingscriteria:

Notities Helderheid, Handreiking voor de inrichting van onderwijskundige publiek-private arrangementen (d.d. 25 maart 2011, kenmerk 285339 sector bve en kenmerk 282532 sector ho); Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010 artikel 2; WPO artikel 17c, lid 1 onder e en artikel 171, lid 1 onder a; WEC artikel 28i, lid 1 onder e en artikel 157, lid 1 onder a; WVO artikel 24 e1, lid 1 onder e en artikel 103, lid 1 onder a; WEB artikel 2.5.4; WHW artikel 9.8, lid 1, 9.51, lid 2, 10.3d en 11.6; Regeling subsidie regionale expertisecentra in verband met de pakketmaatregel AWBZ 2009 artikel 8, lid 2 en Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs artikel 26.

Algemeen 1 december 2013

Met betrekking tot het jaarverslag stelt de instellingsaccountant vast dat:

Ultimo 2013 wordt nog een wijziging in de RJO verwacht, waarin aanwijzingen worden opgenomen voor de zogenaamde continuïteitsparagraaf. Ter invulling hiervan wordt per sector een specifieke set met afspraken gemaakt, die wordt vastgelegd in een brief. Indien deze voorschriften inderdaad nog van toepassing zijn voor het verslagjaar 2013 worden daarbij werkzaamheden van de instellingsaccountant gevraagd.

De instellingsaccountant stelt in dat geval vast dat de set van gegevens op basis van de RJO en de brief van de Minister in het jaarverslag van de instelling zijn opgenomen.

Ten aanzien van rapportering is hetgeen aan het einde van deze paragraaf is opgenomen ook op deze bepaling van toepassing.

Specifieke elementen (1 juli 2013)

Rapportering (1 december 2010)

De instellingsaccountant neemt, indien niet voldaan is aan de wettelijke bepalingen een tekstpassage hieromtrent op in de controleverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.

De volgende wet- en regelgeving valt onder de reikwijdte van het oordeel van de instellingsaccountant over de financiële rechtmatigheid:

De overige van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zoals de belastingwetgeving valt dus buiten het kader voor de financiële rechtmatigheid. Deze overige wet- en regelgeving neemt de instellingsaccountant wel mee in zijn werkzaamheden ten aanzien van de getrouw beeld verklaring in het kader van Standaard 250. Het belang van wet- en regelgeving bij de controle van financiële overzichten.

Voor aanbestedingen die boven de Europese drempelbedragen vallen gelden de gebruikelijke controle- en rapportage toleranties. Voor de aanbestedingen onder de Europese drempelbedragen geldt een groeimodel. Voor 2013 geldt een kwalitatieve tolerantie voor aanbestedingen onder de Europese drempelbedragen. Hiermee wordt bedoeld dat de instellingsaccountant de AO/IB rondom deze aanbestedingen beoordeelt en daarover rapporteert in de management letter en/of het accountantsrapport (dit is niet de uitzonderingsrapportage, zoals in paragraaf 1.1.3 genoemd) aan de RvT en/of het bestuur.

Toelichting Kader Financiële Rechtmatigheid OCW/EZ wet- en regelgeving

Het kader bevat bepalingen (gehele regelingen of individuele (delen van) artikelen) uit de wet- en regelgeving van OCW en EZ voor onderwijsinstellingen.

Opgenomen zijn bepalingen die de uitkomsten van de financiële transactie beïnvloeden. Deze bepalingen geven aan welke uitgaven (en incidenteel: inkomsten) zijn toegestaan.

Het kader vervangt voor de scholen en instellingen niet de gehele wet- en regelgeving. Beoogd is om volledig te zijn, maar het abusievelijk niet opnemen van een bepaling betekent niet dat een school of instelling zich er niet aan hoeft te houden. Wel betekent het dat de instellingsaccountant bij zijn controle kan uitgaan van het kader. Slechts als de instellingsaccountant kennis krijgt van het niet naleven van relevante en materiële, niet opgenomen, bepalingen dient de instellingsaccountant in overeenstemming met de beroepsvoorschriften (Standaard 240 en Standaard 250) te handelen.

Het kader bevat dus niet:

De bepalingen vallen uiteen in de volgende categorieën:

Als er sprake is van algemene bepalingen voor toegestane uitgaven, dan zijn ook de bepalingen opgenomen die de algemene bepalingen beperken, doch niet de bepalingen die een verruiming bieden. Als een instellingsaccountant vast kan stellen (positieve controle) dat de verruimende bepaling van toepassing is, kan hij de uitgaven of inkomsten alsnog goedkeuren.

Soms wordt in een opgenomen bepaling verwezen naar een andere bepaling (artikel). Die is voor de overzichtelijkheid van het kader dan niet opgenomen.

Niet voor alle bepalingen die zijn opgenomen in het kader zijn expliciet minimale werkzaamheden opgenomen. Van de instellingsaccountant wordt verwacht dat hij zijn controle in het kader van de financiële rechtmatigheid zo inricht, dat hij met inachtneming van de gegeven controletolerantie tot een oordeel over de financiële rechtmatigheid kan komen.

Aanvullend controlecriterium: Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010.

De instellingsaccountant stelt vast dat aan artikel 3, lid 2, 3 en 4 van de Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010 is voldaan.

De instellingsaccountant stelt vast dat er geen rijksmiddelen zijn gebruikt voor huisvestingsvoorzieningen waar de gemeente verantwoordelijk voor is, tenzij de uitgave aan een huisvestingsvoorziening aanvullend is en bekostigd is uit de reserve die vóór invoering van lumpsum (1 augustus 2006) is opgebouwd.

Zie ook de brieven PO/B&S/121802, PO/B&S/198180 en PO/B&S/214997.

Aanvullend controlecriterium: academische ziekenhuizen: artikel 2.12 van de WHW.

Dit controlepunt geldt alleen voor universiteiten, waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden. De universiteit die ondersteund wordt door het academisch ziekenhuis bij het verzorgen van geneeskundig onderwijs en onderzoek, krijgt hiervoor een rijksbijdrage toegekend. De instellingsaccountant controleert of deze bijdrage onverwijld aan het academisch ziekenhuis is doorbetaald.

Aanvullend controlecriterium: artikel 2.7.1 tot en met artikel 2.7.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB.

De instellingsaccountant stelt vast dat er overeenstemming bestaat tussen:

De instellingsaccountant stelt vast dat de leerlingen/deelnemers waarvoor LGF-subsidie wordt verkregen, ook daadwerkelijk zijn ingeschreven op de school/ instelling en daar het onderwijs daadwerkelijk volgen.

In de praktijk blijkt dat scholen in het administratieve proces niet consequent de toegevoegde letters van de CvI-beschikking verwijderen, waardoor er geen overeenstemming is met de subsidiebeschikking. Dit kan tot gevolg hebben dat de instellingsaccountant ten onrechte leerlingen/deelnemers als niet-LGF leerling aanmerkt. Instellingsaccountants mogen ervan uitgaan dat wanneer de cijfers van de CvI-nummers op genoemde documenten overeenkomen, er sprake is van dezelfde leerling/deelnemer.

Aanvullend controlecriterium: Verantwoording van de kenniscentra inzake de verkrijging en de besteding van de bekostiging voor leer- werktrajecten in het vmbo voor de schooljaren 2011/2012 en 2012/2013.

Dit controlepunt geldt alleen voor de kenniscentra die subsidie hebben ontvangen in het kader van de regeling houdende de vaststelling van de bekostiging van kenniscentra voor leer-werktrajecten in het vmbo.

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Algemeen (1 december 2013)

De instellingsaccountant stelt op grond van de bekostigings/subsidievoorwaarden/subsidieverplichtingen vast dat de (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidie met bestedingsverplichting rechtmatig is besteed. Voor nog te besteden (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidies uit voorgaande jaren blijven de aanwijzingen uit voorgaande controleprotocollen van kracht (overzicht wet- en regelgeving). In alle gevallen zijn de aanwijzingen in de individuele subsidiebeschikkingen ten aanzien van verantwoorden leidend.

Voor deze post geldt een specifieke controle- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting en zie Tolerantietabel voor de betreffende specifieke controle- en rapportagetolerantie).

Het totaalbedrag van de bestedingen van de geoormerkte aanvullende bekostiging/subsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties voor de controle van de bestedingen moeten worden toegepast. De instellingsaccountant richt zijn controle zodanig in dat hij een redelijke mate van zekerheid kan verkrijgen dat geen onrechtmatige bestedingen voorkomen met een belang dat groter is dan 3% van de totale bestedingen van de (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidies in het betreffende controlejaar.

Als deze tolerantie wordt overschreden, maar de tolerantiegrens voor de jaarrekeningcontrole niet, dan heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. Zie voor een nadere toelichting Algemeen. Het kan eventueel voor de school/instelling wel consequenties hebben voor terugbetalingsverplichtingen, zoals uit de desbetreffende regeling blijkt.

Als de instellingsaccountant bestedingen constateert die in strijd zijn met de subsidievoorwaarden dan wel bekostigingsvoorwaarden/subsidieverplichtingen en deze hebben mogelijk invloed op de totale omvang van de (geoormerkte) aanvullende subsidies/bekostiging, dan moet de school/instelling deze corrigeren. Indien de instellingsaccountant constateert dat de bekostiging niet rechtmatig is, dan ziet de instellingsaccountant erop toe dat de school/instelling dit corrigeert.

Indien de correctie niet plaatsvindt dan neemt de instellingsaccountant dat op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Omgaan met fouten.

Ten aanzien van onderstaande geoormerkte subsidies schrijft het controleprotocol specifieke minimale controlewerkzaamheden voor.

Besteding in 2013 van geoormerkte subsidies met een bestedingsverplichting op basis van de Wet SLOA (1 december 2012)

Aanvullend controlecriterium: Uitvoeringsbesluit Wet SLOA.

De instellingsaccountant stelt vast dat de geoormerkte subsidies van OCW en EZ rechtmatig zijn besteed. Onder geoormerkte subsidies worden subsidies verstaan die het ministerie van OCW en EZ hebben verstrekt op basis van de wet SLOA. Er zijn derhalve specifieke rechtmatigheideisen die worden gesteld aan de besteding.

Indien uit de toewijzingsbrief blijkt dat de projecten in het verslagjaar moeten worden afgerekend of dat eventuele overschotten moeten worden gerestitueerd aan OCW en EZ, dan stelt de instellingsaccountant vast of afrekening of restitutie reeds heeft plaatsgevonden en/of de gespecificeerde schulden aan OCW en EZ in de jaarrekening zijn verantwoord.

Gaat het om subsidies of vergoedingen, die voor meerdere jaren zijn verstrekt, dan is het gebruikelijk de eindverantwoording daarvan op te nemen in het jaar waarin de activiteiten zijn afgerond dan wel moeten zijn afgerond.

De instellingsaccountant controleert de voorschotten op het verrekenformulier en ziet erop toe dat de school/instelling de noodzakelijke correcties aanbrengt, ook als bij deze correcties de tolerantiegrens niet wordt overschreden. Vervolgens waarmerkt de instellingsaccountant het verrekenformulier ter identificatie.

NWO-subsidies (1 juli 2010)

Naast OCW verstrekt ook de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) subsidies aan de universiteiten. Onder deze subsidies worden ook begrepen de subsidies van Technologiestichting STW (STW) en ZonMw. De financiële verantwoording over deze subsidies vindt plaats via de jaarrekening van de universiteit. Op grond van een akkoord gesloten tussen VSNU, NWO en de vereniging Sectie Gezondheidsfondsen (SGF) kunnen ook de subsidies van de gezondheidsfondsen aangesloten bij deze vereniging op deze wijze worden verantwoord. Bij de controle van deze subsidies gelden dezelfde bepalingen en controletoleranties, zoals vermeld in deze paragraaf voor de besteding van geoormerkte aanvullende subsidies. De controlecriteria vloeien voort uit de afzonderlijke subsidiebeschikkingen.

De instellingsaccountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van deze subsidiegelden. In afwijking van hetgeen is opgenomen in Accountantsproducten/rapportering, stuurt de instelling, indien van toepassing, een rapport van bevindingen naar de NWO.

Uitbesteding en contractactiviteiten voor derden (1 juli 2010)

Aanvullend controlecriterium: EU verdrag oneerlijke concurrentie.

Uitbesteding

De instellingsaccountant stelt vast dat bij de uitbesteding de kosten en tegenprestatie schriftelijk zijn vastgelegd in een contract/overeenkomst. Tevens stelt de instellingsaccountant vast dat de uitbestede activiteit(en) passen binnen de wettelijke taakuitvoering van de instelling.

Contractactiviteiten voor derden

Overheidsgelden mogen niet zodanig worden aangewend dat er oneerlijke concurrentie ontstaat. Van de instellingsaccountant wordt geen marktonderzoek verlangd. Wel stelt hij vast dat minimaal een kostendekkend tarief is berekend.

Notitie Helderheid BVE (Publieke middelen in private activiteiten) (1 juli 2010)

Voor het aanwenden van publieke middelen voor private activiteiten gelden de voorwaarden, zoals die zijn opgenomen in de notitie Helderheid BVE, gepubliceerd in het gele katern 18/19 2004. Voor verdere uitleg van de toegestane aanwending en verantwoording van publieke middelen voor private activiteiten wordt verwezen naar de brief met kenmerk HO/CBV/05/22162 die staatssecretaris Rutte op 20 juli 2005 aan de Tweede Kamer heeft gezonden en de brief van 24 februari 2009 met kenmerk BVE/stelsel/104878. De instelling heeft een proces ingericht om vast te stellen of niet-gesubsidieerde of niet bekostigde activiteiten een meerwaarde hebben voor de publieke activiteiten in de zin van de door de staatssecretaris van Onderwijs omschreven wijze (Tweede Kamer 28 248, nr. 84). De instellingsaccountant stelt vast dat de instelling heeft voldaan aan de in Notitie Helderheid en de brief aan de Tweede Kamer van 20 juli 2005 opgenomen voorwaarden ten aanzien van de aanwending van publieke middelen in private activiteiten.

Notitie Helderheid HO (Publieke middelen in private activiteiten) (1 juli 2010)

Voor het aanwenden van publieke middelen voor private activiteiten gelden de voorwaarden, zoals opgenomen in de notitie Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs d.d. 29 augustus 2003 en in de notitie ‘Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs’ d.d. 27 augustus 2004. Voor verdere uitleg van de toegestane aanwending en verantwoording van publieke middelen voor private activiteiten wordt verwezen naar de brief met kenmerk HO/CBV/05/22162 die de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 20 juli 2005 aan de Tweede Kamer heeft gezonden. De instelling heeft een procedure ingericht om vast te stellen of niet bekostigde activiteiten een meerwaarde hebben voor de publieke activiteiten in de zin van in de brief van 20 juli 2005 van de de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de tweede kamer omschreven wijze (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 28 248, nr. 84).

De instellingsaccountant stelt vast dat de instelling heeft voldaan aan de in Notitie Helderheid en de brief aan de Tweede Kamer van 20 juli 2005 opgenomen voorwaarden ten aanzien van de aanwending van publieke middelen in private activiteiten.

Omvang werkzaamheden in de sector PO en VO (1 december 2011)

De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier.

Bij de uitvoering van de risicoanalyse neemt de instellingsaccountant in acht hetgeen is opgenomen in het onderwerp ‘Steunen op de werkzaamheden van een AK.’

De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere de Standaard 240. In de hierna beschreven controleaanpak wordt uitgegaan van een voor een school of REC normaal laag inherent risico. Als er sprake is van verhoogd inherent risico past de instellingsaccountant de omvang van de werkzaamheden aan. Daarnaast heeft de risicoanalyse als doel om tot een uitspraak te komen of de instellingsaccountant bij zijn verdere werkzaamheden kan steunen op de aanwezige interne beheersingsmaatregelen (IB).

De werkzaamheden verricht door een administratiekantoor kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van het administratiekantoor maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.

Om tot een uitspraak over de kwaliteit van de IB te komen dient de instellingsaccountant werkzaamheden te verrichten. Deze werkzaamheden bestaan uit:

Bovenstaande werkzaamheden sluiten niet uit hetgeen in Standaard 330 (De wijze van inspelen door de accountant op ingeschatte risico’s) is opgenomen ten aanzien van gebruikmaken van controle-informatie die tijdens vorige controles is verkregen.

Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoeksdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.

Indien de instellingsaccountant tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB verricht hij daarnaast nog de volgende minimale werkzaamheden:

De instellingsaccountant moet het gestelde in Standaard 520 Cijferanalyses in bovenstaande werkzaamheden betrekken.

Overig sector PO (1 juli 2013)

Kaderbesluit rechtspositie PO

Aanvullende controlecriteria: Kaderbesluit Rechtspositie PO, Regeling formalisering bijlagen, verschillende berekeningswijzen en percentages in het Kaderbesluit Rechtspositie PO.

De instellingsaccountant controleert of de PO-school het kaderbesluit naleeft. Hierbij neemt de instellingsaccountant als actuele norm mee de wijzigingen van het kaderbesluit, zoals die in de ‘Regeling formalisering bijlagen, verschillende berekeningswijzen en percentages in het Kaderbesluit Rechtspositie PO’

Wachtgelden PO (1 december 2010)

Specifieke controlecriteria: artikel 137, 138 en 139 van de WPO en artikel 131, 132 en 133 van de WEC, Regeling achterwege laten vermindering van de bekostiging bij niet-herbenoeming ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemers primair onderwijs regeling, Regeling betreffende aftrekposten WBO, ISOVSO en WVO.

Voor deze post geldt een specifieke controle- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting en zie Tolerantietabel voor de betreffende specifieke controle- en rapportagetolerantie).

De instellingsaccountant controleert of het bevoegd gezag de bepalingen over voorrang bij benoemingen (eigenwachtgelderbepalingen) naleeft.

Als deze bepalingen niet worden nageleefd controleert de instellingsaccountant of op de bekostiging in mindering gebracht is: de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat is benoemd met voorbijgaan aan de eigenwachtgelderbepalingen of aan personeel dat gebruik maakt van een regeling voor onvrijwillige werkloosheid of taakvermindering.

De instellingsaccountant stelt in geval van vacatures waarvoor een (toekomstige) ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemer (‘eigen wachtgelder’) beschikbaar is, vast dat:

De instellingsaccountant controleert of het bevoegd gezag de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat langer dan 1 jaar anders dan wegens vervanging onafgebroken, met een onderbreking van een week of minder, dan wel met een of meer onderbrekingen gedurende een schoolvakantie, in een gelijksoortige functie in tijdelijke dienst verbonden is geweest aan een school van het bevoegd gezag op de bekostiging in mindering heeft gebracht.

De instellingsaccountant controleert of het bevoegd gezag rekening houdt met de vermindering op de bekostiging van de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet, die DUO Zoetermeer uitvoert in het kader van de instroom van de werkloosheidsuitkeringen. Deze vermindering op de bekostiging is niet van toepassing, indien het Participatiefonds heeft ingestemd met het ten laste van het Participatiefonds brengen van de kosten van uitkeringen of suppleties als bedoeld in de eerste volzin.

De instellingsaccountant moet de toepassing van bovenstaande procedures jaarlijks integraal controleren. Als blijkt dat een bevoegd gezag zich niet aan de wachtgeldregelgeving heeft gehouden, neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld inAccountantsproducten/rapportering.De instellingsaccountant vermeldt de financiële gevolgen van het niet-naleven van de wachtgeldbepalingen.

Documenten:

De Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds (email helpdesk@vfpf.nl of telefoon: 045 579 3953) kan op verzoek een overzicht verstrekken van voormalig personeel dat een ontslaguitkering geniet. Dit overzicht kan als hulpmiddel dienen de uitkeringsgenietenden te traceren die langer dan een jaar direct voorafgaand aan hun uitkering onafgebroken in dienst waren bij het bestuur.

De instellingsaccountant voert een cijferbeoordeling uit op de materiële kosten, in relatie tot de begroting en de jaarrekening van het voorgaande jaar. Bij sterke fluctuaties en ongebruikelijke saldi controleert de instellingsaccountant met detailstukken. De cijferbeoordeling vindt plaats op bestuursniveau.

Bij bovenstaande werkzaamheden moet de instellingsaccountant hetgeen in Standaard 520 Cijferanalyses is opgenomen betrekken.

Aanvullend controlecriterium: Brief Transparantie declaraties en declaratievoorschriften van 25 november 2011 met kenmerk 337429.

Voor deze post geldt een specifieke controle- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting en zie Tolerantietabel voor de betreffende specifieke controle- en rapportagetolerantie).

Het totaalbedrag van de declaraties (voor de gehele organisatie) vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties voor de controle van de declaraties moeten worden toegepast. De instellingsaccountant richt zijn controle zodanig in dat hij een redelijke mate van zekerheid kan verkrijgen dat geen vergoedingen voorkomen met een belang dat groter is dan 5% van de totale omvang van de declaraties(vergoedingen), die niet in overeenstemming zijn met de voor de gehele organisatie geldende declaratievoorschriften.

Als deze tolerantie wordt overschreden, maar de tolerantiegrens voor de jaarrekeningcontrole niet, dan heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. Zie voor een nadere toelichting Algemeen.

Aanvullend controlecriterium: WNT (in het bijzonder artikel 1.6, 2.1, 2.2, 2.3, 2.10, 2.11, 7.3 en 7.9), Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren (artikel 3).

Voor deze post geldt een specifieke controle- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting en zie Tolerantietabel voor de betreffende specifieke controle- en rapportagetolerantie).

De instellingsaccountant stelt integraal vast a.d.h.v. de gecontroleerde opgave in de jaarrekening van de instelling dat de opgave de vastgestelde maxima en toegestane bezoldigingen voor topfunctionarissen niet overschrijdt. Indien van toepassing (WNT artikel 5.2 lid 1 onder b) dan maakt de instellingsaccountant de gevraagde melding met het formulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van DUO.

Indien sprake is van overschrijding van de toegestane maxima en toegestane bezoldigingen dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

Aanvullend controlecriterium: Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010.

Voor het onderwerp ao/ib geldt een specifieke controle- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting). Het voorschrijven van een controle- en rapportagetolerantie verhoudt zich lastig tot werkzaamheden van de instellingsaccountant die zijn gericht op het vaststellen van elementen van administratieve organisatie en interne beheersing. In dit geval wordt hiermee bedoeld dat de instellingsaccountant ongeacht de materialiteit vaststelt dat de school/instelling de hieronder bedoelde vastlegging toereikend heeft uitgevoerd. Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

De instellingsaccountant stelt vast dat aan artikel 3, lid 1 van de Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010 is voldaan.

Aanvullend controlecriterium: Regeling visueel gehandicapte leerlingen WVO en deelnemers WEB 2010–2012.

Voor dit onderwerp geldt een specifieke rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting en zie Tolerantietabel voor de betreffende specifieke controle- en rapportagetolerantie). De instellingsaccountant controleert of in de administratie van de school/instelling de verklaring van de medisch specialist voor de desbetreffende leerling(en)/deelnemer(s) aanwezig is en dat de leerling/deelnemer op 1 oktober 2012 is ingeschreven en daadwerkelijk onderwijs volgt op de school/instelling.

Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

Aanvullende controlecriteria:

Voor dit onderwerp geldt een specifieke rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting en zie Tolerantietabel voor de betreffende specifieke controle- en rapportagetolerantie). De instellingsaccountant stelt vast dat de verklaring omtrent het gedrag – met inachtneming van de controletolerantie – is opgenomen in het personeelsdossier voor alle personeelsleden in loondienst bij het bevoegd gezag of de instelling, waarvoor dit wettelijk vereist is. Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering. Hierin vermeldt de instellingsaccountant het aantal ontbrekende verklaringen omtrent het gedrag per categorie personeel (directie in de sector PO,EC en VO), onderwijsgevend personeel (alle sectoren), onderwijsondersteunend personeel (alle sectoren) en overig personeel (sector BVE) per school of onderwijsinstelling(BRIN-nummer) en de reden voor het ontbreken van de verklaringen.

Aanvullend controlecriterium: Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

Voor dit onderwerp geldt een specifieke rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting en zie Tolerantietabel voor de betreffende specifieke controle- en rapportagetolerantie).

De instellingsaccountant stelt, aan de hand van de op 1 oktober 2013 verstrekte opgave vast dat de hierin opgenomen gegevens ten aanzien van het aantal studenten zoals bedoeld in artikel 2, lid 2 juist zijn. Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

Aanvullend controlecriterium: Brief Transparantie declaraties en declaratievoorschriften van 25 november 2011 met kenmerk 337429.

Voor dit onderwerp geldt een specifieke controle- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting). Het voorschrijven van een controle- en rapportagetolerantie verhoudt zich lastig tot werkzaamheden van de instellingsaccountant die zijn gericht op het vaststellen van elementen van administratieve organisatie en interne beheersing. In dit geval wordt hiermee bedoeld dat de instellingsaccountant ongeacht de materialiteit vaststelt dat de school/instelling de hieronder bedoelde vastlegging toereikend heeft uitgevoerd. Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

De instellingsaccountant stelt vast dat de instelling voor de gehele organisatie geldende voorschriften heeft met betrekking tot te declareren vergoedingen.

Algemeen (1 december 2012)

Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een andere dan een goedkeurende verklaring afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Het feit dat hij een andere dan een goedkeurende verklaring heeft afgegeven moet hij vermelden op het zogenoemde Aanbiedingsformulier, dat bij de indiening van de jaarrekening bij DUO moet worden gebruikt.

Ook geeft de instellingsaccountant op het Aanbiedingsformulier aan of er een afzonderlijk rapport van bevindingen is opgesteld.

Als de instellingsaccountant een andere dan een goedkeurende verklaring afgeeft, dan sluit hij voor wat betreft de oordeelsparagraaf aan bij de teksten van hoofdstuk 1 van de ‘Controle en Overige Standaarden’ deel Voorbeeldteksten), uitgegeven door de NBA.

Indien het bevoegd gezag rijksbekostiging ontvangt voor meerdere sectoren op grond van meerdere wetten, dan wordt in de controleverklaring verwezen naar de wetten, op grond waarvan dan een jaarrekening aan het Ministerie wordt verstrekt.

Sector PO (1 juli 2013)

Goedkeurende controleverklaring: jaarrekening PO zelfstandige scholen, REC’s en CDen van samenwerkingsverbanden(1a)

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2013 van ... (naam entiteit) te ... (statutaire vestigingsplaats) gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2013 en de staat van baten en lasten over 2013 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 171, lid 4 van de Wet op het primair onderwijs respectievelijk artikel 157, lid 4 van de Wet op de expertisecentra*). Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel betreffende de jaarrekening

Naar ons oordeel**) geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ... (naam entiteit) per 31 december 2013 en van het resultaat over 2013 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2013 voldoen in alle van materieel belang zijnde aspecten aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen

Ingevolge artikel 2:393, lid 5 onder e en f van het BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 van het BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392, lid 1 onder b tot en met h van het BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391, lid 4 van het BW. Tenslotte vermelden wij dat het jaarverslag voldoet aan de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.2.5 Jaarverslag van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk

.... (naam accountant)

*) Opnemen in de verklaring hetgeen van toepassing is op het betreffende bestuur.

**) Indien niet wordt voldaan aan de WNT/RJ660.305 vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.

Sector PO (scholen zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid) (1 juli 2013)

Goedkeurende controleverklaring: jaarrekening PO gemeentelijke scholen (1b)

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2013 van de gemeentelijke scho(o)l(en) voor primair onderwijs zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid van gemeente ... (naam gemeente) gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2013 en de staat van baten en lasten over 2013 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Verantwoordelijkheid van het College van Burgemeester en Wethouders

Het College van Burgemeester en Wethouders van gemeente ...(naam gemeente) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Het College van Burgemeester en Wethouders is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het College van Burgemeester en Wethouders is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 171, lid 4 van de Wet op het primair onderwijs respectievelijk artikel 157, lid 4 van de Wet op de expertisecentra*). Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel betreffende de jaarrekening

Naar ons oordeel**) geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de gemeentelijke scho(o)l(en) voor primair onderwijs zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid van gemeente ... (naam gemeente) per 31 december 2013 en van het resultaat over 2013 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2013 voldoen in alle van materieel belang zijnde aspecten aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen

Ingevolge artikel 2:393, lid 5 onder e en f van het BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 van het BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392, lid 1 onder b tot en met h van het BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391, lid 4 van het BW. Tenslotte vermelden wij dat het jaarverslag voldoet aan de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.2.5 Jaarverslag van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk

.... (naam accountant)

*) Opnemen in de verklaring hetgeen van toepassing is op het betreffende College.

**) Indien niet wordt voldaan aan de WNT/RJ660.305 vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.

Sector VO (1 juli 2013)

Goedkeurende controleverklaring: jaarrekening VO zelfstandige scholen (2a)

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2013 van ... (naam bevoegd gezag) te ... (statutaire vestigingsplaats) gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2013 en de staat van baten en lasten over 2013 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag

Het bevoegd gezag van de scho(o)l (en) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Het bevoegd gezag is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bevoegd gezag is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 18, lid 3 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bevoegd gezag van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel betreffende de jaarrekening

Naar ons oordeel*) geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ... (naam bevoegd gezag) per 31 december 2013 en van het resultaat over 2013 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2013 voldoen in alle van materieel belang zijnde aspecten aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen

Ingevolge artikel 2:393, lid 5 onder e en f van het BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 van het BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392, lid 1 onder b tot en met h van het BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391, lid 4 van het BW. Tenslotte vermelden wij dat het jaarverslag voldoet aan de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.2.5 Jaarverslag van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk.

.... (naam accountant)

*) Indien niet wordt voldaan aan de WNT/RJ660.305 vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.

Sector VO (gemeentelijke scholen) (1 juli 2013)

Goedkeurende controleverklaring: jaarrekening VO gemeentelijke scholen (2b)

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2013 van de gemeentelijke scho(o)l(en) voor voortgezet onderwijs zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid van gemeente ... (naam gemeente) gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2013 en de staat van baten en lasten over 2013 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag

Het bevoegd gezag van de scho(o)l (en) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Het bevoegd gezag is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bevoegd gezag is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 18, lid 3 van het Bekostigingsbesluit W.V.O. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bevoegd gezag van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel betreffende de jaarrekening

Naar ons oordeel*) geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de gemeentelijke scho(o)l(en) voor voortgezet onderwijs zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid van gemeente ... (naam gemeente) per 31 december 2013 en van het resultaat over 2013 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2013 voldoen in alle van materieel belang zijnde aspecten aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen

Ingevolge artikel 2:393,lid 5 onder e en f van het BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 van het BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392, lid 1 onder b tot en met h van het BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391, lid 4 van het BW. Tenslotte vermelden wij dat het jaarverslag voldoet aan de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.2.5 Jaarverslag van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk

.... (naam accountant)

*) Indien niet wordt voldaan aan de WNT/RJ660.305 vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.

Sector VO (SLOA-instellingen) (1 juli 2013)

Goedkeurende controleverklaring: jaarrekening SLOA-instellingen (2c)

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2013 van ........(naam bevoegd gezag) te ....(statutaire vestigingsplaats) gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2013 en de geconsolideerde en enkelvoudige winst-en-verliesrekening over 2013 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen, waaronder het financiële verslag.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het BW. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle en op grond van artikel 5, lid 2 en 3 van het uitvoeringsbesluit wet SLOA (STB 1999, 37). Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel betreffende de jaarrekening

Naar ons oordeel*) geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van .... (naam bevoegd gezag) per 31 december 2013 en van het resultaat over 2013 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2013 voldoen in alle van materieel belang zijnde aspecten aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen

Ingevolge artikel 2:393, lid 5 onder e en f van het BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 van het BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392, lid 1 onder b tot en met h van het BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391, lid 4 van het BW.

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk

.... (naam accountant)

*) Indien niet wordt voldaan aan de WNT/RJ660.305 vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.

Sector BVE (1 juli 2013)

Goedkeurende controleverklaring: jaarrekening BVE (3a)

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2013 van ... (naam entiteit) te ... (statutaire vestigingsplaats) gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2013 en de staat van baten en lasten over 2013 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 2.5.3, lid 4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel betreffende de jaarrekening

Naar ons oordeel*) geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ... (naam entiteit) per 31 december 2013 en van het resultaat over 2013 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2013 voldoen in alle van materieel belang zijnde aspecten aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen

Ingevolge artikel 2:393. lid 5 onder e en f van het BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 van het BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392, lid 1 onder b tot en met h van het BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391, lid 4 van het BW. Tenslotte vermelden wij dat het jaarverslag voldoet aan de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.2.5 Jaarverslag van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk

.... (naam accountant)

*) Indien niet wordt voldaan aan de WNT/RJ660.305 vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.

Sector HO (1 juli 2013)

Goedkeurende controleverklaring: jaarrekening HO (4a)

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2013 van ... (naam entiteit) te ... (statutaire vestigingsplaats) gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2013 en de staat van baten en lasten over 2013 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 2.9, lid 3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidcriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel betreffende de jaarrekening

Naar ons oordeel*) geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ... (naam entiteit) per 31 december 2013 en van het resultaat over 2013 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2013 voldoen in alle van materieel belang zijnde aspecten aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen

Ingevolge artikel 2:393, lid 5 onder e en f van het BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 van het BW is opgesteld, en of de in artikel 2:392, lid 1 onder b tot en met h van het BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391, lid 4 van het BW. Tenslotte vermelden wij dat het jaarverslag voldoet aan de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.2.5 Jaarverslag van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk

.... (naam accountant)

*) Indien niet wordt voldaan aan de WNT/RJ660.305 vervalt de optie van een goedkeurend getrouwheidsoordeel.

De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de bekostiging/rijksbijdrage en zijn in de sectoren BVE en HO ook van belang bij het verstrekken van studiefinanciering. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van deze bekostigingsgegevens vaststelt. Hij geeft daarover een afzonderlijk assurance-rapport af.

Krachtens de onderwijswetgeving wordt een accountantsverklaring bij de bekostigingsgegevens gevraagd. Door de wijziging van het verklaringenstelsel geeft de instellingsaccountant vanaf 2007 echter niet langer een accountantsverklaring af bij de bekostigingsgegevens maar een assurance-rapport. Deze rapportagevorm wordt gebruikt als andere aspecten dan alleen de getrouwheid van de financiële informatie moeten worden getoetst en als het andere informatie dan historische financiële informatie betreft, zoals bij de bekostigingsgegevens het geval is. Voor een assurance-rapport is COS 3000 leidend, waarbij OCW bepaalt dat het assurance-rapport hetzelfde zekerheidsniveau dient te verschaffen als voorheen de accountantsverklaring. Assurance-opdrachten die leiden tot een assurance-rapport moeten aan vergelijkbare kwaliteitseisen voldoen als assurance-opdrachten die leiden tot een controleverklaring.

In dit controleprotocol wordt voor elke sector in een afzonderlijk gedeelte in gegaan op de meest relevante wet- en regelgeving en het onderzoek van de bekostigingsgegevens. Aan het einde van elk onderdeel is de tekst van het af te geven goedkeurende assurance-rapport opgenomen.

Voor het omgaan met geconstateerde fouten met betrekking tot de rechtmatigheid geldt voor het accountantsonderzoek van de bekostigingsgegevens dat fouten die invloed kunnen hebben op de hoogte van de rijksbijdrage OCW/EZ moeten worden gecorrigeerd door de school/instelling. Als deze fouten niet door de school/instelling (kunnen) worden gecorrigeerd dan informeert de instellingsaccountant het bevoegd gezag/bestuur en het interne toezichthoudende orgaan hierover conform de geldende beroepsvoorschriften en handelt als volgt:

Het is de verantwoordelijkheid van de school/instelling in de sectoren VO, BVE (exclusief de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven) en HO om de bekostigingsgegevens voorzien van een goedkeurend assurance-rapport bij DUO vestiging Groningen in te dienen. DUO vestiging Groningen accepteert alleen goedkeurende assurance-rapporten. DUO vestiging Groningen kan en zal geen interpretatie doen van de gestuurde gegevens. Niet-goedkeurende assurance-rapporten en/of die niet voldoen aan de eisen van dit controleprotocol, worden door DUO vestiging Groningen teruggestuurd naar de school/instelling. De school/instelling is ervoor verantwoordelijk dat er alsnog binnen de gestelde termijn een assurance-rapport wordt ingestuurd dat voldoet aan de eisen van dit controleprotocol.

De scholen in de sector PO en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven sturen het assurance-rapport naar DUO vestiging Zoetermeer.

Als de instellingsaccountant een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft of een eventueel separaat rapport van bevindingen moet hij dat duidelijk aangeven op de aanbiedingsbrief bij het assurance-rapport en het aanbiedingsformulier dat bij de indiening van de bekostigingsgegevens bij DUO moet worden gebruikt. Daarbij worden alle fouten, onjuistheden en onzekerheden opgenomen die van invloed (kunnen) zijn op de totale omvang van de door OCW dan wel EZ verstrekte en/of te verstrekken bijdragen. Indien van toepassing, dan dient per bevinding het burgerservicenummer (of onderwijsnummer), correspondentienummer, de opleidingscode (element-, CREBO- of CROHO code) en een toelichting te worden opgenomen.

Tot slot wordt opgemerkt dat bij het ontbreken van een tijdig ingediend goedkeurend assurance-rapport voor de betreffende scholen/instellingen het sanctiebeleid van toepassing is.

Het controleprotocol PO is een leidraad/regeling als bedoeld in artikel 171, lid 4 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en in artikel 157, lid 4 van de Wet op de Expertisecentra (WEC).

Het controleprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 172, lid 1 van de WPO en artikel 158, lid 1 van de Wet op de Expertisecentra. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Hiermee wordt tevens het sluitstuk van het toezicht verankerd. Het onderzoek betreft de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform de WPO en de WEC; deze gegevens kunnen ook voor andere beleidsdoeleinden worden gebruikt.

Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens PO is van toepassing op (artikel 1 van de WPO):

Hierna worden de eerste drie categorieën ‘de scholen’ genoemd en de laatste categorie ‘de REC’s’.

De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit:

De wet- en regelgeving is terug te vinden op www.overheid.nl

In februari 2014 ontvangt het bevoegd gezag van een school of een REC een brief van DUO over de informatie-uitwisseling met DUO. Het is noodzakelijk dat de instellingsaccountant op de hoogte is van de inhoud van deze brief.

De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af.

De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.

De voor de bekostiging relevante soorten gegevens van de scholen betreffen:

De voor de bekostiging relevante gegevens van de REC’s betreffen:

Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:

Bij de scholen

Bij de Regionale Expertise Centra

Gewogen Gemiddelde Leeftijd leraren 1-10-2013

Bij het onderzoek op de juistheid van de geregistreerde leeftijden en betrekkingsomvang van de leraren die voor de GGL van belang zijn, stelt de instellingsaccountant op niveau van het bevoegd gezag vast dat:

Naast bovengenoemde werkzaamheden zal de instellingsaccountant ook werkzaamheden moeten verrichten om de juistheid van de betrekkingsomvang en de juistheid van de opgenomen leeftijd vast te stellen. Hiervoor kan de instellingsaccountant steunen op werkzaamheden, die hij al verricht heeft in het kader van de jaarrekeningcontrole, waarbij wel rekening gehouden moet worden met de specifieke onderzoekseisen voor de bekostiging en de afwijkende controletolerantie.

Het bevoegd gezag van de school kan ervoor kiezen om het onderzoek op de juistheid van de berekening van de GGL door de instellingsaccountant te laten ondersteunen door een third party mededeling (TPM) over de juistheid van de berekening door het salarispakket.

Op basis van de bevindingen van de instellingsaccountant brengt het bevoegd bezag op het formulier ‘gewogen gemiddelde leeftijd’ voor de peildatum 1 oktober 2013 correcties aan. De gegevens over de gewogen gemiddelde leeftijd worden begin 2014 op de site van DUO vestiging Zoetermeer onder instellingsinformatie bij bekostigingsinformatie beschikbaar gesteld. Alleen het gecorrigeerde overzicht wordt door de instellingsaccountant gewaarmerkt. Het bevoegd gezag zendt voor elke school het overzicht GGL, de gewaarmerkte en de niet-gewaarmerkte overzichten uiterlijk 1 juli 2014 in.

Overzicht Geregistreerde Telgegevens REC’s

De instellingsaccountant stelt op niveau van het bevoegd gezag vast dat:

Algemeen (1 december 2011)

De assurance-rapporten voor PO en REC’s worden opgesteld op bestuursniveau (niveau bevoegd gezag). De aan het oordeel ten grondslag liggende bevindingen moeten echter herleidbaar zijn tot op schoolniveau.

Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000 vanaf paragraaf 51 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van de NBA.

Goedkeurend assurance-rapport PO (1 juli 2013)

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens voor scholen voor Primair Onderwijs (1c)

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage 2014, afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de Minister van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Aan: Opdrachtgever

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de opgave(n) (waarvan bijgevoegd en gewaarmerkt voor het(de) volgende BRIN nummer(s) ....*) van de bekostigingsgegevens van ... (naam bevoegd gezag) te ... (zetel bevoegd gezag) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2014, als bedoeld in artikel 69, lid 1 van de wet op het primair onderwijs respectievelijk artikel 70, lid 1 van de Wet op de expertisecentra**) juist weergeeft (weergeven). Deze bekostigingsgegevens betreffen de gegevens van leraren vermeld op het formulier ‘Gewogen Gemiddelde Leeftijd’ per 1 oktober 2013. De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de scho(o)l(en). Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de bekostigingsgegevens.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de opgave(n) van de bekostigingsgegevens, de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2014 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer in overeenstemming met het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

Ons assurance-rapport is uitsluitend bestemd voor de school, DUO en het Ministerie van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam accountant

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

*) = passage tussen haakjes opnemen als de instellingsaccount correcties heeft aangebracht op een gedeelte van de opgave(n), die derhalve meegezonden dienen te worden.

**) Opnemen in de verklaring hetgeen van toepassing is op het betreffende bestuur.

Goedkeurend assurance-rapport REC (1 juli 2013)

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens van Regionale expertisecentra (REC) (1d)

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage 2014, afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de Minister van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Aan: Opdrachtgever

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de (bijgevoegde, door ons gewaarmerkte*) opgave(n) van de bekostigingsgegevens van ... (naam) ... met brinnummer .... te ... (zetel) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2014, als bedoeld in artikel 71a van de wet op de expertisecentra, juist weergeeft (weergeven). Deze bekostigingsgegevens betreffen voor de bekostiging van het schooljaar 2014–2015 het aantal bevestigende beoordelingen vermeld op het Overzicht Geregistreerde Telgegevens op peildatum 1 oktober 2013. De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van het expertisecentrum. Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot onderzoek of beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de bekostigingsgegevens.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de opgave(n) van de bekostigingsgegevens, de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2014 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer in overeenstemming met het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

Ons assurance-rapport is uitsluitend bestemd voor het expertisecentrum, DUO en het Ministerie van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam accountant

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

*) = passage tussen haakjes opnemen als de instellingsaccount correcties heeft aangebracht en de opgave(n) derhalve dienen te worden meegezonden.

Het controleprotocol VO wordt conform artikel 14a, lid 3 en artikel 18, lid 6 van het Bekostigingsbesluit WVO vastgesteld bij ministeriële regeling. Het controleprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 14a, lid 2 van het Bekostigingsbesluit WVO. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Hiermee wordt tevens het sluitstuk van het toezicht verankerd. Het onderzoek betreft de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform de WVO; deze gegevens kunnen ook voor andere beleidsdoeleinden worden gebruikt.

Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens VO is van toepassing op de in artikel 5 van de WVO vermelde schoolsoorten:

De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit:

De wet en regelgeving is terug te vinden op www.overheid.nl

De procedure ten aanzien van de bekostigingsgegevens en de uitwisseling van informatie met DUO is beschreven in de ‘Handleiding BRON Voortgezet Onderwijs’ en in het ‘stappenplan assurance-rapport’, deze zijn te vinden op de website van DUO.

In 2014 zal het mogelijk zijn voor de instelling om een goedkeurend assurance-rapport digitaal aan DUO aan te leveren via de beveiligde site van DUO. Zie hiervoor de ‘Werkwijze digitaal aanleveren assurance-rapporten’ op de website van DUO. Deze informatie zal in december 2013 beschikbaar worden gesteld.

In februari 2014 ontvangt het bevoegd gezag van een school een brief van DUO over de informatie-uitwisseling met DUO. Het is noodzakelijk dat de instellingsaccountant op de hoogte is van de inhoud van deze brief.

Bij onderzoeken bekostigingsgegevens van AOC’s

Het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) in een AOC wordt geheel bekostigd op grond van de WEB, overeenkomstig artikel 2.3.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB. In tegenstelling tot het BVE- onderwijs wordt voor het vbo in een AOC uitgegaan van de teldatum t-1.

Voor het onderzoek van de gegevens van een vbo en mavo binnen een AOC gelden de onderzoeksitems van de sector VO.

De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af.

De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.

Het voor de bekostiging relevante soort gegeven van de scholen betreft:

Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:

Bij de scholen

De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier.

De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere de Standaard 240. In de hierna beschreven onderzoeksaanpak wordt uitgegaan van een voor een school normaal laag inherent risico. Als er sprake is van verhoogd inherent risico past de instellingsaccountant de omvang van de werkzaamheden aan. Daarnaast heeft de risicoanalyse als doel om tot een uitspraak te komen of de instellingsaccountant bij zijn verdere werkzaamheden kan steunen op de aanwezige interne beheersingsmaatregelen (IB).

De werkzaamheden verricht door een administratiekantoor of een interne controle-afdeling van de school kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van het administratiekantoor of de interne controle- afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.

Om tot een uitspraak over de kwaliteit van de IB te komen dient de instellingsaccountant werkzaamheden te verrichten. Deze werkzaamheden bestaan uit:

Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoeksdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.

Steunen op IB

Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de aanwezige IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegevens) beperken tot:

Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIET de bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.

Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).

Niet steunen op IB

Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of bij een gegevensgerichte onderzoeksaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.

In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoeksdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:

Algemene werkzaamheden scholen

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Leerlingen per 1-10-2013

Van de ingeschreven leerlingen per 1 oktober 2013, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Afronding van het onderzoek en bepaling van het controlegetal

Indien de school elektronische accountantsmutaties heeft aangeleverd moet het assurance-rapport zijn voorzien van het ‘aanbiedingsformulier accountantsmutaties VO’, zie de website van DUO. Indien van toepassing waarmerkt de instellingsaccountant ook het ‘registratieformulier ‘verzuim en/of ontbrekende (tijdige) indicatiestelling’.

Het wordt aan de instellingsaccountant overgelaten in welke mate de accountantsmutaties worden onderzocht. Hij zal hierbij de normen die voor dit werk bestaan, dienen te volgen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat hij, als het aantal mutaties in de honderden loopt, deze niet allemaal onderzoekt, maar alleen een steekproef. Hij dient zelf te bepalen hoe groot die moet zijn, hierbij rekening houdend met de tolerantie van 2% per soort bekostigingsgegeven. De instellingsaccountant stelt de juiste en volledige verwerking vast van de mutaties die hij zelf heeft opgedragen. Daarnaast stelt de instellingsaccountant de juistheid van het controlegetal vast.

Het controlegetal is op te vatten als een soort waarmerk van het bestand met inschrijvingsgegevens. Het wordt berekend door het totaliseren van de inhoud van de bekostigingsrelevante gegevens van alle inschrijvingen voortgezet onderwijs in het schooljaar 2013/2014 (van 1 augustus 2013 tot en met 31 juli 2014) die in de BRON-foto aanwezig zijn.

De berekening van het controlegetal is beschreven in het programma van eisen (PVE), dat u kunt vinden op de website van DUO.

Algemeen (1 december 2010)

Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000 vanaf paragraaf 51 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van de NBA.

Goedkeurend assurance-rapport VO (1 juli 2013)

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens (2d)

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage 2014 afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de Minister van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Aan: Opdrachtgever

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de opgave van de controletotalen van ... (naam vo-school met brinnummer) ... te ... (zetel) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2014, als bedoeld in artikel 96d van de WVO juist weergeeft. Deze bekostigingsgegevens zijn op de datum van het assurance-rapport opgenomen in BRON en betreffen de stand op 1 oktober 2013. De opgave is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school. De opgave sluit met een controlegetal van .......... Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de controletotalen in de opgave.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de opgave van de controletotalen de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2014 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer in overeenstemming met het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

Ons assurance-rapport is uitsluitend bestemd voor de school, DUO en het Ministerie van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam accountant

Het controleprotocol bve wordt conform artikel 2.5.7a van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en krachtens artikel 5.2.5 van het Uitvoeringsbesluit WEB vastgesteld bij ministeriële regeling. Het controleprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 2.2.4, lid v van de WEB. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Hiermee wordt tevens het sluitstuk van het toezicht verankerd. Het onderzoek betreft de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform het Uitvoeringsbesluit WEB; deze gegevens kunnen ook voor andere beleidsdoeleinden worden gebruikt.

Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens bve is van toepassing op (artikel 1.1.1 van de WEB):

Hierna worden de eerste vier categorieën ‘de onderwijsinstellingen’ genoemd en de laatste categorie ‘de KBB’s’.

De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit:

De wet- en regelgeving is terug te vinden op www.overheid.nl

De procedure ten aanzien van de bekostigingsgegevens en de uitwisseling van informatie is beschreven in de ‘Handleiding BRON Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie’, deze is te vinden op de website van DUO.

In 2014 zal het mogelijk zijn voor de instelling om een goedkeurend assurance-rapport digitaal aan DUO aan te leveren via de beveiligde site van DUO. Zie hiervoor de ‘Werkwijze digitaal aanleveren assurance-rapporten’ op de website van DUO. Deze informatie zal in december 2013 beschikbaar worden gesteld.

Bij onderzoeken bekostigingsgegevens van AOC’s

De hier beschreven werkwijze en onderzoeksitems gelden onverkort voor het BVE deel van de AOC’s.

Het voorbereidend beroepsonderwijs in een AOC wordt geheel bekostigd op grond van de WEB, overeenkomstig artikel 2.3.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB. In tegenstelling tot het BVE- onderwijs wordt hier uitgegaan van de teldatum t-1.

Voor het onderzoek van de gegevens van een VMBO en MAVO binnen een scholengemeenschap AOC – VO, zoals bedoeld in artikel 2.6 van de WEB, gelden de onderzoeksitems van de sector VO.

De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af.

De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.

De voor de bekostiging relevante soorten gegevens van de onderwijsinstellingen betreffen:

De voor de bekostiging relevante gegevens van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (KBB’s) betreffen:

Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:

Bij de onderwijsinstellingen

Bij de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

De telling leerbedrijven en de controle hierop door de instellingsaccountant is niet van toepassing op het kenniscentrum voor beroepsonderwijs en bedrijfsleven van EZ, omdat EZ maar één kenniscentrum heeft, t.w. Aequor. Aequor ontvangt van EZ een budget dat niet is gebaseerd op het aantal erkende leerbedrijven.

De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier.

De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere de Standaard 240 en de notitie ‘Helderheid in de bekostiging Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie 2004’. In de hierna beschreven onderzoeksaanpak wordt uitgegaan van een voor een onderwijsinstelling of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven normaal laag inherent risico. Als er sprake is van verhoogd inherent risico past de instellingsaccountant de omvang van de werkzaamheden aan. Daarnaast heeft de risicoanalyse als doel om tot een uitspraak te komen of de instellingsaccountant bij zijn verdere werkzaamheden kan steunen op de aanwezige interne beheersingsmaatregelen (IB).

De werkzaamheden verricht door een interne controle afdeling van de instelling kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van de interne controle afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.

Bekostigde deelnemers aan maatwerktrajecten worden niet gezien als een homogene massa. De instellingsaccountant dient daarom bij instellingen die maatwerktrajecten verzorgen en materieel van omvang zijn hier specifiek aandacht aan te besteden.

Om tot een uitspraak over de kwaliteit van de IB te komen dient de instellingsaccountant werkzaamheden te verrichten. Deze werkzaamheden bestaan uit:

Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoeksdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.

Steunen op IB

Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de aanwezige IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegevens) beperken tot:

Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIET de bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.

Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).

Niet steunen op IB

Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of bij een gegevensgerichte onderzoeksaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.

In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoeksdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:

Algemene werkzaamheden onderwijsinstellingen

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Deelnemers beroepsonderwijs per 1-10-2013

Van de ingeschreven deelnemers per 1 oktober 2013, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Deelnemers beroepsonderwijs per 1-2-2014

Van de ingeschreven deelnemers per 1 februari 2014, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Indien de geselecteerde deelnemer pas ná 1 oktober 2013 is ingeschreven of bij de telling 1 oktober 2013 niet mocht worden bekostigd, stelt de instellingsaccountant alsnog vast dat:

Afgegeven diploma’s beroepsonderwijs in 2013

Van de afgegeven diploma’s in 2013, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Deelnemers vavo per 1-10-2013

Van de ingeschreven vavo deelnemers per 1 oktober 2013, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Afgegeven diploma’s vavo in 2013

Van de afgegeven diploma’s in 2013, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Afgegeven certificaten en cijferlijsten vavo in 2013

Van de vakken, waarin de deelnemer met goed gevolg examen heeft afgelegd in 2013, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Afronding van het onderzoek en bepaling van het controlegetal beroepsonderwijs

Indien de instelling elektronische accountantsmutaties heeft aangeleverd moet het assurance-rapport zijn voorzien van het ‘aanbiedingsformulier accountantsmutaties BVE’, zie de website van DUO.

Het wordt aan de instellingsaccountant overgelaten in welke mate de accountantsmutaties worden onderzocht. Hij zal hierbij de normen die voor dit werk bestaan, dienen te volgen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat hij, als het aantal mutaties in de honderden loopt, deze niet allemaal onderzoekt, maar steekproefsgewijs. Hij dient zelf te bepalen hoe groot die moet zijn, hierbij rekening houdend met de tolerantie van 2% per soort bekostigingsgegeven. De instellingsaccountant stelt de juiste en volledige verwerking vast van de mutaties die hij zelf heeft opgedragen. Daarnaast stelt de instellingsaccountant de juistheid van het controlegetal vast.

Het controlegetal beroepsonderwijs is op te vatten als een soort waarmerk van het bestand met inschrijvingsgegevens. Het wordt berekend door het totaliseren van de inhoud van de bekostigingsrelevante gegevens van alle inschrijvingen beroepsonderwijs in het studiejaar 2013/2014 (van 1 augustus 2013 tot en met 31 juli 2014) die in de BRON-foto aanwezig zijn.

De berekening van het controlegetal is beschreven in het programma van eisen (PVE), deze is te vinden op de website van DUO.

Afronding van het onderzoek vavo

Het vavo beschikt niet over elektronische accountantsmutaties en een controlegetal. De instellingsaccountant verricht voor het vavo de werkzaamheden zoals opgenomen in dit hoofdstuk van het controleprotocol.

In plaats van het controlegetal neemt de instellingsaccountant het nummer van de actuele BRON-foto, waarop het bekostigingsonderzoek is uitgevoerd op in het assurance-rapport, op de wijze zoals in de voorbeeld tekst is opgenomen.

Algemene werkzaamheden kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven De instellingsaccountant stelt vast dat:

Telling register leerbedrijven per 1 oktober 2013

Ten behoeve van de vaststelling van de juistheid van de opgaven van het aantal erkende leerbedrijven per 1 oktober 2013 stelt de instellingsaccountant vast dat:

Algemeen (1 december 2010)

Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000 vanaf paragraaf 51 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van de NBA.

Goedkeurend assurance-rapport BVE (1 december 2013)

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens van ROC’s, AOC’s, Vakinstellingen, de instituten voor doven en de Hogescholen, die deeltijd BOL in het mbo verzorgen (3b).

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage beroepsonderwijs 2015(bij AOC’s toevoegen: voor het BVE en de rijksbijdrage 2014 voor het VO) (indien van toepassing toevoegen: en de rijksbijdrage vavo 2015) afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de Minister van onderwijs, cultuur en wetenschap (bij AOC’s: het ministerie van Economische Zaken).

Aan: Opdrachtgever

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de opgave(n) van de controletotalen van ... (naam bve-onderwijsinstelling) met brinnummer ... te ... (zetel) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2015 als bedoeld in artikel 2.2.1, lid 1 en artikel 2.2a.1 lid 1*) van de wet educatie en beroepsonderwijs, (bij AOC’s: en de rijksbijdrage 2014 voor het VO) juist weergeeft (weergeven). De bekostigingsgegevens beroepsonderwijs betreffende de deelnemersgegevens op de peildata 1 oktober 2013 en 1 februari 2014 evenals de diplomagegevens over het kalenderjaar 2013 zijn op de datum van het assurance-rapport opgenomen in BRON. De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de instelling. De opgave(n) beroepsonderwijs sluiten met een controlegetal van ......... betreffende de actuele BRON-foto (nummer........) van DUO (bij AOC’s: voor het BVE en ........ voor het VO). De bekostigingsgegevens vavo*) betreffende de deelnemersgegevens op de peildata 1 oktober 2013 evenals de diploma- en certificaatgegevens over het kalenderjaar 2013 zijn op de datum van het assurance-rapport opgenomen in BRON. De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de instelling. De opgave(n) vavo*) sluit(en) aan bij de actuele BRON-foto (nummer ........) van DUO. Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave(n) geen afwijkingen van materieel belang bevat(ten). Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de controletotalen in de opgave(n).

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft(geven) de opgave(n) van de controletotalen de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van (bij AOC: respectievelijk de rijksbijdrage 2014 en) de rijksbijdrage beroepsonderwijs 2015 en de opgave(n) vavo in de actuele BRON-foto (nummer ... van DUO) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage vavo 2015*) in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer in overeenstemming met het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

Ons assurance-rapport is uitsluitend bestemd voor de instelling, DUO en het Ministerie van OCW (bij AOC: en het Ministerie van EZ) en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door derden.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam accountant

*) Alleen van toepassing in geval van vavo bekostiging.

Goedkeurend assurance-rapport kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven (1 juli 2013)

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (3c).

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage 2015 afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de Minister van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Aan: Opdrachtgever

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de gewaarmerkte opgave(n) van het aantal leerbedrijven, zoals vermeld op het formulier ‘Telling leerbedrijven peildatum 1 oktober 2013’ van ... (naam kenniscentrum) ... te ... (zetel) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2015, als bedoeld in artikel 2.4.1 van de wet educatie en beroepsonderwijs, juist weergeeft (weergeven). De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van het kenniscentrum. Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave(n) geen afwijkingen van materieel belang bevat(ten). Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de controletotalen in de opgave(n).

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de opgave(n) van het aantal leerbedrijven per 1 oktober 2013 de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2015 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer in overeenstemming met het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

Ons assurance-rapport is uitsluitend bestemd voor de instelling, DUO en het Ministerie van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam accountant

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

Het controleprotocol HO wordt conform artikel 2.10a van de WHW en krachtens artikel 4.4 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 vastgesteld bij ministeriële regeling. Het controleprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring conform artikel 4.4, lid 1 van het UWHW 2008) bij de bekostigingsgegevens die nodig zijn voor uitvoering van de WHW, de WSF 2000, het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Hiermee wordt tevens het sluitstuk van het toezicht verankerd. Het onderzoek betreft de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, daarnaast worden gegevens in het onderzoek betrokken, die ook voor andere beleidsdoeleinden worden gebruikt.

Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens sector HO is van toepassing op de in artikel 1.8 van de WHW genoemde bekostigde instellingen, waaronder begrepen de conform het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 bekostigde Transnationale Universiteit Limburg.

De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit:

De wet- en regelgeving is terug te vinden op www.overheid.nl

Een belangrijk deel van deze gegevens worden ontleend aan het BasisRegister onderwijs (BRON) dat wordt beheerd door DUO. De procedures ten aanzien van de levering en registratie van de gegevens in, en de uitwisseling van informatie hierover met DUO zijn beschreven in het ‘Programma van Eisen HO-instellingen’; deze is te vinden op de website van DUO.

De gegevens uit BRON van DUO die benodigd zijn voor het bekostigingsonderzoek worden door DUO geleverd in de vorm van een Overzicht BekostigingsOnderzoek (OBO). Deze wordt gemaakt op aanvraag (via het Zakelijk Portaal van DUO) van de instelling. Daags na de aanvraag wordt de OBO klaargezet op het zakelijk portaal. De instelling krijgt hiervan een bericht.

Indien de instellingsaccountant constateert dat er mutaties moeten worden uitgevoerd op de gegevens in BRON, dan moet de instelling deze via de reguliere weg aanleveren aan DUO.

Na het doorvoeren van alle gevraagde mutaties moet de instelling opnieuw een OBO opvragen. Deze wordt dan geleverd met een lijst met verschillen tussen de nieuwe en vorige OBO. De instellingsaccountant stelt vast dat de mutaties juist en volledig zijn doorgevoerd en keurt de nieuwe OBO goed. De goedkeuring wordt geleverd in de vorm van een assurance-rapport. Het assurance-rapport vermeldt welke OBO (van welke datum) is gebruikt.

Peilperiode

Het onderzoek naar de bekostigingsgegevens voor HO wordt uitgevoerd over de volgende peilperiode: 1 oktober 2012 tot en met 30 september 2013. Dit is de peilperiode die op het moment van definitief maken van dit controleprotocol in het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 staat. In januari 2014 wordt dit besluit nog met terugwerkende kracht gewijzigd waarbij de peilperiode wordt aangepast naar 2 oktober 2012 tot en met 1 oktober 2013. Na aanpassing van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, moet in dit controleprotocol uitgegaan worden van de nieuwe wettelijke peilperiode. Deze moet dan ook in de tekst van het assurance-rapport worden aangepast. Waar gesproken wordt over peilperiode wordt deze periode bedoeld. Indien wordt afgeweken van deze periode, dan is dit specifiek aangegeven.

De gegevens inzake inschrijvingen en graadverleningen bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage en zijn daarnaast van belang voor de uitvoering van de WHW, de WSF 2000 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van deze gegevens vaststelt. Deze gegevens worden voor een belangrijk deel ontleend aan BRON; daarnaast wordt een aantal gegevens afzonderlijk door instellingen voor hoger onderwijs opgegeven. De instellingsaccountant geeft een assurance-rapport af over de registraties in BRON en de afzonderlijke opgaven door de instellingen.

De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.

De relevante soorten gegevens voor instellingen voor hoger onderwijs betreffen:

Gelet op deze gegevens, vormt het object van onderzoek van de instellingsaccountant:

Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:

Voor de betekenis van de door DUO uitgevoerde controles en eventuele signalen bij de verwerking van de studentgegevens in BRON wordt verwezen naar het Programma van Eisen Instellingen HO (beschikbaar via de site van DUO).

Indien Studielink een verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat de maatregelen en procedures ter waarborging van de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking door of namens de Stichting Studielink voldoen aan de gestelde normen kan de instellingsaccountant, indien en voor zover aanmeld-, inschrijf- en betalingsgegevens via Studielink worden verstrekt aan de instelling, bij de beoordeling van de juistheid van de gegevens uitgaan van een correcte werking en aflevering van de gegevens door Studielink. Indien de bedoelde verklaring niet aanwezig is kan de instellingsaccountant volstaan met een disclaimer in het assurance-rapport.

De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie hierover vast in zijn dossier.

De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere de Standaard 240 en de notitie ‘Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs’. In de hierna beschreven onderzoeksaanpak wordt uitgegaan van een voor een onderwijsinstelling normaal laag inherent risico. Als er sprake is van verhoogd inherent risico past de instellingsaccountant de omvang van de werkzaamheden aan. Daarnaast heeft de risicoanalyse als doel om tot een uitspraak te komen over de vraag of de instellingsaccountant bij zijn verdere werkzaamheden kan steunen op de aanwezige interne beheersingsmaatregelen (IB).

De werkzaamheden verricht door een interne controle afdeling van de instelling kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van de interne controle afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.

Om tot een uitspraak over de kwaliteit van de IB te komen dient de instellingsaccountant werkzaamheden te verrichten. Deze werkzaamheden bestaan uit:

Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoeksdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.

Steunen op IB

Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de aanwezige IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegevens) beperken tot:

Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIET de bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.

Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).

Niet steunen op IB

Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of in het geval de instellingsaccountant kiest voor een gegevensgerichte onderzoeksaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.

In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoeksdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:

Algemene werkzaamheden

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Beoordeling van inschrijvingen in de peilperiode (HO)

Voor wat betreft inschrijvingen gedurende de peilperiode (HO) stelt de instellingsaccountant vast dat:

Voor wat betreft de Transnationale Universiteit Limburg voert de instellingsaccountant deze onderzoeken uit op de opgave van inschrijvingen met een Nederlandse nationaliteit en op de inschrijvingen met de niet-Belgische nationaliteit. Conform het Verdrag tussen Nederland en Vlaanderen over de Transnationale Universiteit Limburg, wordt het aantal studenten dat niet de Nederlandse of Belgische nationaliteit beschikt naar rato van de verhouding Nederlandse en Belgische studenten toegerekend aan Nederland. Voor dit aandeel stelt de instellingsaccountant vast dat de studenten overigens voldoen aan de bekostigingsvoorwaarden zoals die gelden onder de bepalingen van de WHW.

Verlening van graden in de peilperiode

Voor wat betreft de graden (bachelor, master, associate degree, ongedeeld) die aan een student zijn verleend in de peilperiode stelt de instellingsaccountant vast dat:

Voor wat betreft de Transnationale Universiteit Limburg voert de instellingsaccountant deze onderzoeken uit op de opgave van het aantal in deze periode verleende graden aan studenten met een Nederlandse nationaliteit en studenten met de niet-Belgische nationaliteit. Conform het Verdrag tussen Nederland en Vlaanderen over de Transnationale Universiteit Limburg, wordt het aantal studenten dat niet de Nederlandse of Belgische nationaliteit beschikt naar rato van de verhouding Nederlandse en Belgische studenten toegerekend aan Nederland. Voor dit aandeel stelt de instellingsaccountant vast dat de studenten overigens voldoen aan de bekostigingsvoorwaarden zoals die gelden onder de bepalingen van de WHW.

Proefschriften leiden tot promoties en het verlenen van ontwerperscertificaten in 2013

De universiteiten doen afzonderlijk opgaven van het aantal proefschriften dat in 2013 heeft geleid tot een promotie en van het aantal ontwerperscertificaten dat in 2013 is uitgereikt wegens het met goed gevolg afronden van onderwijs als bedoeld in bijlage 7 bij het UWHW 2008.

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Werkzaamheden in verband met de te bepalen controlegetallen

Bij het accountantsonderzoek wordt vastgesteld dat de inhoud van de actuele OBO voldoet aan de eisen. Hierin moeten eventuele mutaties naar aanleiding van het accountantsonderzoek door de HO-instelling via de reguliere weg aan DUO worden geleverd. Na verwerking en terugmelding door DUO moet de instelling een actuele OBO opvragen. Deze wordt dan geleverd met een lijst met verschillen tussen de nieuwe en vorige OBO. De instellingsaccountant stelt vast dat de mutaties juist en volledig zijn doorgevoerd.

De instellingsaccountant stelt een assurance-rapport op bij deze actuele OBO.

In het Programma van Eisen Instellingen HO (PvE) van BRON is beschreven hoe de controlegetallen worden bepaald.

Algemeen (1 december 2010)

Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000 vanaf paragraaf 51 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van de NBA.

Goedkeurend assurance-rapport HO (1 december 2013)

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens van HO-instellingen (4b).

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens, afgegeven voor Dienst Uitvoering Onderwijs en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of indien van toepassing, de Minister van Economische Zaken.

Aan: Opdrachtgever

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte*) opgave(n) van de gegevens van ... (naam ho-instelling) met brinnummer ... te ... (zetel) de gegevens inzake inschrijvingen, graadverleningen en afsluitend examen, proefschriften*) en ontwerperscertificaten*), juist weergeeft (weergeven). Deze gegevens bestaan uit gegevens inzake inschrijvingen, graadverleningen en afsluitende examens die zijn opgenomen in BRON en worden weergegeven via een opgave van controlegetallen en betreffen de stand over de onderzoeksperiode 1 oktober 2012 tot en met 30 september 2013. Deze gegevens kunnen tevens betreffen de afzonderlijke opgave van proefschriften leidend tot een promotie onder verantwoordelijkheid van de instelling of samen met andere (bekostigde) instellingen en ontwerperscertificaten in het kalenderjaar 2013**). De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de instelling.

De opgave(n) sluit(en) met de volgende controlegetallen:

aan bij de actuele OBO (datum uit de bestandsnaam OBO) van DUO.

Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de controletotalen in de opgave(n).

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de opgave(n) van de gegevens, de gegevens in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer in overeenstemming met het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

Ons assurance-rapport is uitsluitend bestemd voor de instelling, DUO en het Ministerie van OCW of indien van toepassing, het ministerie van EZ en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam accountant

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

*) Alleen waarmerking indien geen identificatie via de controlegetallen.

**) Alleen van toepassing voor universiteiten.

Uitgangspunten (1 december 2013

De verantwoording door de instellingen voor Hoger Onderwijs over de specifieke doelsubsidies die afkomstig zijn van de Rijksoverheid waar zulks in de regelgeving of de subsidietoewijzing is aangegeven, worden opgenomen in één verantwoordingsdocument(single information): de Financiële Specifieke Rijkssubsidieverantwoording (FSR), waarbij de instellingsaccountant een controleverklaring (single audit) afgeeft.

Op grond van artikel 3. lid i van de Richtlijn Jaarverslaggeving Onderwijs is FSR verplicht.

In het rapport ‘Univers(ele) vereenvoudiging’ is in hoofdstuk 3 en in de bijlagen bij het rapport het normenkader voor de FSR opgenomen. De werking hiervan is geformaliseerd via de RJO artikel 3, lid i en het model overeenkomstig de tabel in de bijlage van de RJO. Dit normenkader vormt het uitgangspunt voor de controle door de instellingsaccountant.

FSR (1 december 2012)

De FSR bestaat uit het verantwoordingsdocument en een toelichting.

De FSR bevat:

Format FSR (1 december 2010)

De instelling verstuurt de FSR (subsidieoverzicht) jaarlijks gelijktijdig met de jaarrekening naar DUO vestiging Zoetermeer. In de bijlage bij de Regeling jaarverslaggeving onderwijs is het format voor het overzicht opgenomen. De FSR wordt zowel in papieren vorm als digitaal (EFJ) ingediend.

Het DUO stelt de FSR en controleverklaring van de instellingen elektronisch beschikbaar aan de subsidieverstrekker en overige belanghebbenden. Om deze ‘shared service’ effectief uit te kunnen voeren moet de instelling aan de volgende voorwaarden voldoen:

Onderzoeksaanpak (1 juli 2009)

De instellingsaccountant voert de volgende werkzaamheden uit.

De instellingsaccountant:

Uit de (subsidie)voorwaarden van de afzonderlijke specifieke doelsubsidies blijkt of deze via de FSR verantwoord dienen te worden. Het is de instelling en niet de instellingsaccountant die verantwoordelijk is voor de volledigheid van de FSR. Het niet opnemen van een specifieke doelsubsidie door de instelling kan consequenties hebben voor het verantwoordingstraject van die subsidie.

Voor nog te besteden subsidies uit voorgaande jaren blijven de aanwijzingen uit voorgaande controleprotocollen van kracht.

De toetsing van de gehanteerde grondslagen maakt onderdeel uit van de rechtmatigheidscontrole van de FSR.

Toleranties (1 december 2010)

Voor deze controle geldt een specifieke goedkeurings- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting). Het totaalbedrag van de bestedingen van de specifieke doelsubsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties voor de controle van de bestedingen moeten worden toegepast. De instellingsaccountant richt zijn controle zodanig in dat hij kan verklaren dat geen onrechtmatige bestedingen voorkomen met een belang dat groter is dan 1% van de totale bestedingen van de specifieke doelsubsidies.

Als deze tolerantie wordt overschreden, maar de tolerantiegrens voor de jaarrekeningcontrole niet, dan heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. Zie voor een nadere toelichting Algemeen. Het kan eventueel voor de instelling wel consequenties hebben voor terugbetalingsverplichtingen, zoals uit de desbetreffende regeling blijkt.

Als de instellingsaccountant bestedingen constateert die in strijd zijn met de subsidievoorwaarden/subsidieverplichtingen en deze hebben mogelijk invloed op de totale omvang van de specifieke doelsubsidies, dan moet de instelling deze corrigeren. Indien de instellingsaccountant constateert dat de besteding niet rechtmatig is, dan ziet de instellingsaccountant erop toe dat de instelling dit corrigeert.

Indien de correctie niet plaatsvindt dan neemt de instelling deze op in de toelichting op de FSR.

De rapportagetolerantie is 0,1% van de totale bestedingen van de specifieke doelsubsidies.

Aansluiting tussen FSR en jaarrekening (1 juli 2009)

De instellingsaccountant stelt de aansluiting vast tussen de FSR en de jaarrekening.

Accountantsproducten (1 december 2010)

De instellingsaccountant geeft een controleverklaring af over zowel de juistheid als de financiële rechtmatigheid van de specifieke doelsubsidies in de FSR.

Naast de juistheid van de FSR vallen de financiële informatie in de rapportage van de instelling over de niet-gecorrigeerde fouten en de toelichting op de gehanteerde grondslagen onder de reikwijdte van de controleverklaring.

Voor overige bevindingen maakt de instellingsaccountant gebruik van een rapport van bevindingen, waarin hij de aard en de omvang van de bevindingen opneemt. Hij hanteert daarbij de bij ‘toleranties’ opgenomen rapportagetolerantie. Hij maakt hier in ieder geval gebruik van indien:

Algemeen

De instellingsaccountant controleert alle specifieke doelsubsidies. Het controleprotocol kan minimale controlewerkzaamheden voorschrijven ten aanzien van één of meerdere met name genoemde doelsubsidies.

Goedkeurende controleverklaring bij de Financiële Specifieke Rijkssubsidieverantwoording (FSR) 2013 (5a)

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant*)

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de Financiële Specifieke Rijkssubsidieverantwoording (FSR)

Wij hebben de bijgevoegde Financiële Specifieke Rijkssubsidieverantwoording (FSR) 2013 van ... (naam instelling) te ... (statutaire vestigingsplaats) bestaande uit het verantwoordingsdocument FSR en de toelichting daarop gecontroleerd. De FSR is opgesteld door het bestuur van de instelling op basis van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs en de relevante wet- en regelgeving.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de instelling is verantwoordelijk voor het opstellen van de FSR in overeenstemming met de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de opgenomen bedragen in de FSR. Dat houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de FSR en de naleving van die relevante wet- regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de FSR op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 3, lid i van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2013. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de FSR geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de FSR. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de FSR een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de FSR van de specifieke doelsubsidies alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en van de redelijkheid van de door het bestuur van de instelling gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de FSR.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden.

Oordeel betreffende de FSR

Naar ons oordeel geeft de FSR de grootte en de samenstelling van de specifieke doelsubsidies van ... (naam entiteit) over 2013 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze FSR verantwoorde specifieke doelsubsidies over 2013 voldoen in alle van materieel belang zijnde aspecten aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

Beperking in gebruik en verspreidingskring

Wij vestigen de aandacht op punt .. in de toelichting van de FSR, waarin is uiteengezet voor welk doel de FSR is opgesteld en met welke basis voor financiële verslaggeving. Hieruit volgt dat de FSR is opgesteld voor het Ministerie van OCW**) met als doel het vaststellen van de specifieke doelsubsidies die in de FSR zijn opgenomen. De FSR hoeft derhalve niet geschikt te zijn voor andere doeleinden. Onze controleverklaring is uitsluitend bedoeld voor ... (naam instelling) en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen dan het Ministerie van OCW**)

Plaats, datum

Naam accountantspraktijk

.... (naam onafhankelijke (of bevoegde interne) accountant)

*) Hieronder valt ook de bevoegde intern accountant.

**) en de overige bij de FSR betrokken departementen. De FSR en controleverklaring worden (single information) door de instelling verzonden aan DUO en door OCW beschikbaar gesteld aan de overige betrokken departementen.