Wijzigingen Officiële bron
Forensische Pathologie Omlijning 007.1, registratie-eisen en toetsingsprocedure – versie 1.1 (Januari 2014 – Januari 2018)Forensische Pathologie Omlijning 007.1, registratie-eisen en toetsingsprocedure – versie 1.1 (Januari 2014 – Januari 2018)

In het op de Wet deskundige in strafzaken gebaseerd Besluit register deskundige in strafzaken (hierna: Brdis) heeft de wetgever het College gerechtelijk deskundigen (hierna: College) van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (hierna: NRGD) de taak gegeven om voor de registratie van aanvragers welomlijnde deskundigheidsgebieden te definiëren.

Het College omlijnt deskundigheidsgebieden met het doel duidelijkheid te verschaffen aan:

Hieronder staat de beschrijving van het deskundigheidsgebied Forensische Pathologie zoals gedefinieerd door het NRGD en de werkzaamheden die worden verricht door forensisch pathologen die zijn geregistreerd in het NRGD.

De forensisch patholoog richt zich voornamelijk op het verrichten van uitwendig en inwendig onderzoek op het lichaam van een overledene, in principe in de strafrechtelijke context.

Een forensisch patholoog verricht een sectie om antwoord te (helpen) krijgen op medisch-juridische vragen in gevallen van een (vermoedelijke) onnatuurlijke dood:1

De taak van de forensisch patholoog is:

Daarnaast is een forensisch patholoog:

Om antwoord te kunnen geven op bovengenoemde medisch-juridische vragen wordt van de forensisch patholoog verwacht dat:

Een forensisch patholoog is in staat het onderzoek samen met andere deskundigen te verrichten (bijvoorbeeld forensisch toxicologen, forensisch antropologen, forensisch odontologen of forensisch genetica) en, indien nodig, naar hen door te verwijzen.

Binnen het deskundigheidsgebied forensische geneeskunde kunnen twee praktijkgebieden worden onderscheiden:

De werkzaamheden van deze deskundigheidsgebieden overlappen elkaar enigszins, maar voor beide deskundigheidsgebieden zijn specifieke kennis en ervaring nodig waardoor deskundigen binnen deze deskundigheidsgebieden van elkaar verschillen. In beginsel vallen de werkzaamheden van klinische forensische geneeskunde buiten het deskundigheidsgebied Forensische Pathologie zoals gedefinieerd door het NRGD.

Onderstaande verwante deskundigheidsgebieden vallen eveneens buiten het deskundigheidsgebied Forensische Pathologie zoals door het NRGD gedefinieerd voor registratiedoeleinden:

Hoewel de verwante deskundigheidsgebieden buiten het deskundigheidsgebied Forensische Pathologie vallen, moet een geregistreerde forensisch patholoog kennis hebben van de beginselen van de hierboven genoemde deskundigheidsgebieden, moet hij in staat zijn de opdrachtgever goed door te verwijzen, moet hij op de juiste wijze omgaan met bemonstering in de onderzoeksketen en moet hij de bevindingen kunnen integreren in de eindconclusie van zijn deskundigenrapport.

Het register zal de desbetreffende deskundige vermelden als deskundige op het gebied van 007.1 Forensische Pathologie.

De kwaliteitseisen, geformuleerd in het tweede lid van artikel 12 van het Brdis vormen de algemene criteria waarop de toetsing door het NRGD van forensisch deskundigen is gebaseerd. Het College formuleert voor elk deskundigheidsgebied op basis van de algemene criteria specifieke eisen.

Deel II geeft de registratie-eisen voor het deskundigheidsgebied Forensische Pathologie weer waaraan de deskundige moet voldoen die een aanvraag voor (her)inschrijving in het register indient.

De registratie-eisen verschillen per type aanvrager. Het NRGD onderscheidt twee typen aanvragers: de initiële aanvrager (A) en de heraanvrager (B). De initiële aanvrager is een rapporteur die nog niet eerder geregistreerd is geweest voor het deskundigheidsgebied waar de aanvraag op ziet. De heraanvrager is een deskundige die al is geregistreerd in het NRGD, al dan niet voor beperkte duur, voor het deskundigheidsgebied waar de aanvraag op ziet.

Deze twee typen aanvragers worden voorts als volgt onderverdeeld:

De algemene, ingevolge het tweede lid van artikel 12 van het Brdis aan de te (her)registreren deskundige te stellen eisen zijn in onderstaande tekst in cursief opgenomen met een verwijzing naar de onderdelen (a t/m i). Bij de algemene eis volgen, indien van toepassing, een of meer specifieke eisen. Wanneer geen specifieke eis is aangegeven, is de desbetreffende algemene eis op zich reeds afdoende bevonden.

Het tweede lid van artikel 12 van het Brdis luidt als volgt:

Een deskundige wordt op zijn aanvraag slechts als deskundige in strafzaken in het register ingeschreven wanneer hij naar het oordeel van het College:

Zie de op de website van het NRGD gepubliceerde Gedragscode NRGD die door het College gerechtelijk deskundigen is vastgesteld.

Om te beoordelen of een deskundige voldoet aan de eisen voor het deskundigheidsgebied Forensische Pathologie en in aanmerking komt voor registratie in het NRGD, schrijft het College de volgende toetsingsprocedure voor.

De toetsing geschiedt in beginsel op basis van informatie die de aanvrager heeft verstrekt:

Voor alle deskundigheidsgebieden geldt dat de beoordeling plaatsvindt op basis van schriftelijke stukken waaronder in ieder geval zaaksrapporten en bewijsstukken, in beginsel aangevuld met een mondelinge toetsing. Van deze mondelinge toetsing wordt afgezien indien de deskundigheid van de aanvrager reeds duidelijk is gebleken uit de schriftelijke stukken.

Voor alle typen geldt dat de toetsing ook kan plaatsvinden op basis van nadere informatie zoals een onderzoek in open bronnen of andere gedetailleerde rapporten, indien dit noodzakelijk wordt geacht voor een adequate toetsing.

De toetsingswijzen voor de verschillende typen aanvragers zijn: