ZBO-regeling · BWBR0034890
Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2014
Besluit:
Dit besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant geplaatst.
Amsterdam20 december 2013B.J.Bruins,Voorzitter Raad van Bestuur UWV.De normbedragen voor voorzieningen, als bedoeld in:
- –
artikelen 34a en 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,
- –
artikelen 2:22 en 2:23 van de Wet Werk en Arbeidsondersteuning Jonggehandicapten,
- –
- –
artikelen 3, 5, 6, 7, 13, 14, 15, 15a, 15b en 18 van het Reïntegratiebesluit,
- –
artikelen 3, 5, 6, 7 en 8 van het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap,
worden vastgesteld op de bedragen, genoemd in de bijlage bij dit Besluit.
In dit besluit wordt verstaan onder:
- –
Voorziening: een middel of dienst waarmee wordt beoogd om de gevolgen van ziekten en gebreken voor het vinden en verrichten van inkomensvormende arbeid of het deelnemen aan regulier onderwijs zoveel mogelijk weg te nemen.
- –
Normbedrag: de maximale vergoeding die voor de verstrekking van een dienst of middel wordt betaald.
- –
Werknemer: een werknemer in de zin van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen.
- –
Werkgever: een werkgever in de zin van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen:
- –
Jonggehandicapte: de natuurlijke persoon in de zin van artikel 2.3 of 3.2 van de Wet Werk en Arbeidsondersteuning Jonggehandicapten.
- –
Startende zelfstandige: de persoon die, anders dan in dienstbetrekking, arbeid in eigen beroep of bedrijf gaat verrichten of recentelijk is gaan verrichten, teneinde daarmee inkomen te verwerven.
- –
Personen die in aanmerking komen voor onderwijsvoorzieningen: de personen die zijn omschreven in artikel 19a lid 1 van de Wet Overige OCW Subsidies.
- –
Structureel functionele beperkingen: beperkingen ten gevolge van ziekten of gebreken die de gevraagde voorziening noodzakelijk maken en die naar verwachting tenminste een jaar tot belemmeringen bij het verrichten van inkomensvormende arbeid zullen leiden.
- –
Beperking bij het volgen van onderwijs: ziekten en gebreken die er toe leiden dat een leerling of student van het regulier onderwijs naar verwachting ten minste drie maanden belemmeringen zal ondervinden bij het deelnemen aan onderwijs.
De kilometervergoedingen volgens de normbedragen C221, C25-I en C25-V worden verstrekt op basis van de woon- werkafstand of woon-schoolafstand, volgens de ANWB-routeplanner ‘snelste route’, op basis van volledige postcodes en per enkele reis afgerond naar boven.
De aftrek van de eigen bijdrage, genoemd in de normbedragen C26-I en C26-II, wordt op dezelfde wijze vastgesteld als in het eerste lid.
Vergoeding volgens het normbedrag C31 wordt verstrekt als de cliënt niet meer dan 100 meter kan lopen en voor iedere verplaatsing buitenshuis gebruik moet maken van een taxi.
De combinatievergoeding volgens het normbedrag C34 wordt verstrekt als de cliënt voor het leefvervoer niet uitsluitend is aangewezen op een taxi, maar voor een deel ook gebruik kan maken van ander en goedkoper vervoer.
De uurvergoeding volgens de normbedragen E17-I en E17-III wordt uitsluitend verstrekt voor feitelijke dienstverlening en bij een minimale inzet van:
- a.
één lesuur in onderwijssituaties tussen 08:00 en 18:00 uur op basis van de werkelijke lengte in minuten, of
- b.
één kwartier in alle overige voorkomende situaties.
Afronding van de te vergoeden getolkte tijd vindt per opdracht en locatie per etmaal plaats naar boven op hele kwartieren.
De in het eerste lid bedoelde uurvergoeding wordt als volgt verhoogd in geval van buitengewone werktijden:
Maandag t/m vrijdag: | 0.00 uur tot 6.00 uur: | 140% |
6.00 uur tot 8.00 uur: | 120% | |
8.00 uur tot 18.00 uur: | 100% | |
18.00 uur tot 22.00 uur: | 120% | |
22.00 uur tot 24.00 uur: | 140% | |
Zaterdag: | 0.00 uur tot 6.00 uur: | 140% |
6.00 uur tot 22.00 uur: | 130% | |
22.00 uur tot 24.00 uur: | 140% | |
Zondag/feestdag: | 0.00 uur tot 24.00 uur: | 145% |
Opdrachten buitenland: | alle dagen,uren en tijdstippen: | 100% |
Voor opdrachten in het onderwijs wordt de uurvergoeding als volgt gedifferentieerd in percentages van de normbedragen E17-I en E17-III.
- a.
in wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs: 105%
- b.
in het middelbaar (beroeps) onderwijs: 100%
- c.
in het lager onderwijs: 95%
De in het eerste lid genoemde percentages worden alleen gewijzigd na overleg met het ministerie van OCW.
Onder reisvergoeding wordt verstaan de vergoeding van de gereden kilometers, die als werktijd van de dienstverlener wordt beschouwd, tezamen met de fiscaal toegestane norm onkostenvergoeding per kilometer.
De reisvergoedingen volgens de normbedragen E17-A1 en E17-A3 worden verstrekt op basis van de aantallen werkelijk gereisde kilometers, verkregen volgens de ANWB-routeplanner ‘snelste route’, op basis van volledige postcodes en per enkele reis afgerond naar boven.
De vergoeding, bedoeld in het tweede lid, wordt verstrekt bij een reisafstand op basis van minimaal één verschil in postcode en van maximaal 80 kilometer per enkele reis.
In afwijking van het derde lid worden meer kilometers dan 80 kilometer per enkele reis vergoed indien wordt aangetoond dat van het benodigde type tolk er te weinig op redelijke afstand van de opdrachtlocatie woonachtig zijn. Indien de opdracht in een van de gebieden met de met name in de toelichting genoemde postcodes plaatsvindt, kan een reisvergoeding op basis van maximaal 110 kilometer per enkele reis worden toegekend.
Ten aanzien van cliënten, die doof en blind of doof en zeer slechtziend zijn, geldt geen maximum voor het aantal te reizen kilometers. Het is toegestaan dat de dienstverlener binnen redelijke grenzen extra kilometers rijdt voor het ophalen en/of thuisbrengen van deze cliënt.
Voor groepsgewijze toepassingen en opdrachten in het buitenland wordt afgeweken van de vergoedingen als bedoeld in artikel 5 eerste en tweede lid, en artikel 7 en wordt op basis van maatwerk een passende vergoeding verstrekt.
Indien er sprake is van teamtolken, waarbij maximaal twee tolken tegelijkertijd voor één cliënt optreden, wordt tot 150% van het geldende normbedrag per team vergoed, uit te keren als 75% per tolk.
De voorwaarden hiervoor zijn:
- a.
de opdrachtduur is langer dan twee klokuren;
- b.
van tevoren staat vast dat gedurende de opdracht geen (tolk)pauzes mogelijk zijn;
- c.
van tevoren staat vast dat het achtereenvolgens inzetten van verschillende tolken niet mogelijk is;
- d.
de opdrachtduur wordt niet onderbroken door lunchpauzes of koffiepauzes (de laatste van een kwartier of langer);
- e.
informatie over de aard van de opdracht bij de aanvraag wordt gevoegd om verificatie mogelijk te maken.
Voor opdrachten, die in het buitenland plaatsvinden, wordt geen teamtolkvergoeding verstrekt.
Een aanvraag voor vergoeding van tolkopdrachten als bedoeld in het eerste en tweede lid dient zo vroeg mogelijk en in ieder geval uiterlijk drie weken voorafgaand aan de datum van uitvoering te zijn ingediend.
Lid 1 t/m 4 zijn niet van toepassing op de tolkdiensten die worden verleend aan de personen die doof en blind of doof en slechtziend zijn als bedoeld in artikel 7, vijfde lid.
Onder tolk op afstand wordt verstaan de gediplomeerde tolk die vanuit een eigen werklocatie tolkdiensten verleent aan een gebruiker, die op zijn eigen locatie dan wel op een derde locatie van de tolkdiensten gebruik maakt.
Voor de tolk op afstand als bedoeld in het zesde lid wordt de uurvergoeding E 17-I gehanteerd. Een extra vergoeding van 30% boven de uurvergoeding E 17-1 voor voorbereiding en afronding van de opdracht wordt in aanvulling op de uurvergoeding verstrekt. De tolk op afstand kan naast de uurvergoeding E 17-I ook de reisvergoeding E17-AI in rekening brengen. Beide aanvullende vergoedingen naast de uurvergoeding E 17-1 worden niet verstrekt.
Een opdracht, die aantoonbaar binnen 24 uur voor het afgesproken tijdstip van uitvoering wordt geannuleerd, wordt voor 50% van de geldende norm vergoed.
Indien de oorzaak van de annulering aan de tolk moet worden toegeschreven, wordt geen vergoeding verstrekt.
Onder geannuleerde tijd wordt ook verstaan de tijd die de opdracht korter heeft geduurd dan oorspronkelijk was geboekt. Dit verschil moet tenminste vijftien minuten hebben bedragen. Verrekening vindt plaats in hele kwartieren. Het totaal van getolkte tijd en geannuleerde tijd mag de oorspronkelijk overeengekomen duur van de opdracht, te bepalen volgens artikel 5 eerste lid, niet overtreffen.
De reisvergoeding van volledig geannuleerde opdrachten wordt niet verstrekt. Deze regel geldt ook in de situatie dat het bericht van de annulering de tolk te laat of in het geheel niet heeft bereikt.
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2014.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014.
Code | Beschrijving | Toelichting | t/m | Vanaf | Werk* | Onderwijs** |
31-12-2013 | 1-1-2014 | |||||
ALGEMENE NORMBEDRAGEN | ||||||
Drempelbedrag voorzieningen | ||||||
B11 | Drempelbedrag waar beneden geen vergoeding wordt verleend. | Voorzieningen die minder dan dit bedrag kosten, worden niet vergoed. Meerdere aangevraagde voorzieningen die ieder minder kosten dan het drempelbedrag kunnen worden opgeteld en vergoed. | € 128,00 | € 128,– | X | X |
(kostenbedrag inclusief BTW) | € 128,00 geldt vanaf 1-7-2013 | |||||
Referentieauto | ||||||
C18-II | Normbedrag referentieauto | Een referentieauto is een gemiddeld type auto standaard voorzien van faciliteiten. | € 21.500,00 | € 21.500,00 | X | X |
(aanschafbedrag inclusief BTW) | ||||||
C18-III | Eigen bijdrage verzekeringskosten bij noodzakelijke aanschaf van een auto boven de kosten van de referentieauto | Dit maandelijkse bedrag wordt op de feitelijke maandelijkse kosten in mindering gebracht (eigen bijdrage). | € 93,25 | € 94,30 | X | X |
C18-IV | Eigen bijdrage motorrijtuigenbelasting bij noodzakelijke aanschaf van een auto boven de kosten van een referentieauto | Dit maandelijkse bedrag wordt op de feitelijke maandelijkse kosten in mindering gebracht (eigen bijdrage). | € 32,85 | € 33,25 | X | X |
Inkomensgrenzen voor vervoersvoorzieningen voor het woon- werk en het privé vervoer | ||||||
C20-I | Inkomensgrens woon- werk en privé vervoer | Deze inkomensgrens geldt niet voor het woon- schoolvervoer. Boven deze inkomensgrens is geen vergoeding mogelijk behalve voor (rolstoel)taxi. Hiervoor is soms vergoeding mogelijk. | € 36.000,00 | € 36.400,00 | X | X |
C20-III | Inkomensgrens woon- werk en privé vervoer als in één gezin meer vervoersvoorzieningen nodig zijn | Deze inkomensgrens geldt niet voor het woon- schoolvervoer. | € 54.000,00 | € 54.600,00 | X | X |
Kilometervergoeding bruikleenauto van Welzorg | ||||||
C22 | Kilometervergoeding bruikleenauto | Deze vergoeding is bedoeld voor de brandstofkosten van een auto. De eigen bijdrage gaat hier nog wel vanaf. | € 0,13 | € 0,13 | X | X |
Kilometervergoeding voor auto’s in eigen bezit | ||||||
C25-I | Personenauto | Dit is een vergoeding voor het bezit en gebruik van een eigen auto. De eigen bijdrage gaat hier nog wel vanaf. | € 0,47 | € 0,48 | X | X |
C25-V | Bestelauto/busje | Dit is een vergoeding voor het bezit en gebruik van een eigen bestelauto of busje. De eigen bijdrage gaat hier nog wel vanaf. | € 0,59 | € 0,60 | X | X |
Algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer | ||||||
C26-I | Algemeen gebruikelijke kosten woon- werkvervoer per kilometer | Gemiddelde kosten van één kilometer openbaar vervoer in Nederland die op het woon- werkvergoeding in mindering wordt gebracht. Dit bedrag is de eigen bijdrage. | € 0,14 | € 0,14 | X | |
C26-II | Algemeen gebruikelijke kosten woon- werkvervoer per kilometer boven de inkomensgrens C20-I en C20-III | De kosten zijn gelijk aan de kosten van het bezit en gebruik van een eigen auto. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de (rolstoel) taxikosten of de kosten van speciale auto's | € 0,47 | € 0,48 | X | |
Vervoerskostenvergoeding voor privé-kilometers | ||||||
C31 | Taxikostenvergoeding | Indien ook een vergoeding is gegeven voor het woon- werkvervoer. De vergoeding kan niet separaat worden aangevraagd. Het betreft een vast jaarlijks bedrag. | € 3.855,00 | € 3.900,00 | X | X |
C32 | Vergoeding voor visueel gehandicapten | Indien ook een vergoeding is gegeven voor het woon- werkvervoer. De vergoeding kan niet separaat worden aangevraagd. Het betreft een vast jaarlijks bedrag. | € 1.927,00 | € 1.948,00 | X | X |
C33 | Rolstoeltaxikostenvergoeding | Indien ook een vergoeding is gegeven voor het woon- werkvervoer. De vergoeding kan niet separaat worden aangevraagd. Het betreft een vast jaarlijks bedrag. | € 4.713,00 | € 4.765,00 | X | X |
C34 | Combinatievergoeding (taxi + overig vervoer) | Indien ook een vergoeding is gegeven voor het woon- werkvervoer. De vergoeding kan niet separaat worden aangevraagd. Het betreft een vast jaarlijks bedrag. | € 1.718,00 | € 1.737,00 | X | X |
Begeleidingskosten | ||||||
C71 | Vergoeding reiskosten begeleider per jaar | Jaarlijkse vergoeding als de arbeidsgehandicapte klant niet zelf kan reizen en de begeleider een deel niet samen kan reizen (bijv. de terugweg). | € 833,00 | € 842,00 | X | X |
VOORZIENINGEN VOOR INTERMEDIAIRE DIENSTVERLENING | ||||||
E17-I | Uurvergoeding geregistreerde tolk gebarentaal of schrijftolk (bedrag exclusief BTW) | Registratie van tolk op www.stichtingrtg.nl | € 51,48 | € 52,05 | X | X |
E17-III | Uurvergoeding communicatieassistent en overige intermediaire dienstverlener (bedrag exclusief BTW | Bedrag verhoogd naar € 19.05 op 1 juli 2013 | € 19,05 | € 19,27 | X | X |
E17-A1 | Reisvergoeding geregistreerde doventolk per kilometer (bedrag exclusief BTW) | € 0,67 | € 0,68 | X | X | |
E17-A3 | Reisvergoeding communicatieassistent en overige intermediaire dienstverlener per kilometer (bedrag exclusief BTW | Inclusief vergoeding voor gereisde werktijd; reisvergoeding voor student-tolk is vervallen. | € 0,30 | € 0,30 | X | X |
MEENEEMBARE VOORZIENINGEN | ||||||
G22-I | Computer/laptop/tablet (één maal per 4 jaar) (bedrag inclusief BTW) | De vergoeding is gericht op een middel zonder aanpassingen. | € 750,00 | € 783,00; afwijkingen mogelijk | X | X |
BRUIKLEENVERSTREKKING | ||||||
I12 | Een voorziening wordt in bruikleen verstrekt als deze meer kost dan het vastgestelde bedrag. | In geval van bruikleen kunnen additionele kosten als onderhoud en reparatie door UWV worden vergoed. | € 3.477,00 | € 3.515,00 Contractuele uitzonderingen mogelijk | X | X |
(beneden dit bedrag verstrekking in eigendom) | ||||||
JOBCOACHING/PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING (alleen werkvoorziening) | ||||||
Q1 | Uurvergoeding voor jobcoaching/ persoonlijke ondersteuning | Voor vergoedingen die zijn toegekend vóór 1-9-2012 geldt tot 1-3-2013 een bedrag van € 78,70 per uur. | € 73,30 | € 74,11 | X | |
(Bedrag exclusief BTW) | ||||||
NORMBEDRAGEN VOOR STARTENDE ZELFSTANDIGEN | ||||||
Z1 | Inkomensgrens startende zelfstandigen 3 jaar na de start. | Op basis van het gemiddelde jaarinkomen van de voorgaande drie arbeidsjaren wordt vastgesteld of de zelfstandige nog in aanmerking komt voor vergoeding van voorzieningen. Het gemiddelde jaarinkomen mag dan niet hoger zijn dan het normbedrag Z1. | € 80.478,00 | € 81.122,00 | X | |
Z2 | Vergoeding kosten begeleiding startende zelfstandigen vóór en ná de start. | € 3.621,00 | € 3.650,00 | X | ||
(bedrag vergoeding incl.BTW) | ||||||
Z3 | Voorbereidingskrediet startende zelfstandige | Dit bedrag is bestemd voor oriënterende activiteiten van de starter zoals netwerkcontacten en vakbeurzen. De indexering van het bedrag Z3 volgt de jaarlijkse indexering van het starterskrediet door SZW. | € 2.832,00 | € 2.855,00 | X | |
(bedrag vergoeding incl.BTW) |