Regeling · BWBR0034998
Regeling bekostiging personeel PO BES 2014–2015
Gelet op de artikelen 103, eerste lid, 164, vierde lid, en 166 van de Wet primair onderwijs BES en de artikelen 17, eerste lid, 18, 19, tweede lid, 20, 21 en 22 van het Besluit bekostiging WPO BES;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,S.Dekker.In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
- b.
besluit:Besluit bekostiging WPO BES;
- c.
school: school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- d.
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de wet.
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 164, eerste lid, van de wet bedraagt USD 3.075,15.
Het bedrag, bedoeld in artikel 20, van het besluit, is voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum niet hoger is dan 97 leerlingen USD 19.015,34 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op de teldatum hoger is dan 97 leerlingen USD 34.479,35.
Het bedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde artikelen van het besluit, is het bedrag, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel:
Artikel | Bedrag |
18 (zeer kleine scholen) | USD 183.581,71 |
19, tweede lid (kleine scholen voet) | USD 131.447,62 |
19, tweede lid (kleine scholen verminderingsbedrag) | USD 910,44 |
Het percentage, bedoeld in artikel 22, van het besluit, is 10,5% van de bekostiging bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.
Het percentage, bedoeld in artikel 21, van het besluit, is 8% van de bekostiging bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.
De grondslag voor de omvang van de bekostiging, bedoeld in artikel 166, van de wet is 22,7% van de bekostiging bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.
Het bevoegd gezag ontvangt bijzondere bekostiging voor zijn school of scholen in verband met de harmonisatie van de salarisschalen.
De bijzondere bekostiging bedraagt een percentage van de bekostiging berekend met inachtneming van de artikelen 2 tot en met 4.
Het percentage, bedoeld in het tweede lid, bedraagt voor de scholen op Bonaire 7,71%, voor de scholen op Sint Eustatius 12,91% en voor de scholen op Saba 19,72%.
Het bevoegd gezag ontvangt voor zijn school of scholen bijzondere bekostiging indien voor het schooljaar 2011–2012 een overgangsbudget is vastgesteld.
De bijzondere bekostiging bestaat uit het bedrag zoals dat op grond van artikel 8 van de Regeling bekostiging personeel PO BES 2011–2012 is vastgesteld voor het schooljaar 2011–2012, vermeerderd met 26,91% van dit bedrag.
Het bevoegd gezag ontvangt voor zijn school of scholen bijzondere bekostiging in verband met de doorwerking voor het schooljaar 2012–2013 van de met terugwerkende kracht afgesloten arbeidsvoorwaardenovereenkomst onderwijspersoneel Caribisch Nederland 2013–2014.
De bijzondere bekostiging bedraagt 1,5% van het bedrag dat op grond van de Regeling bekostiging personeel PO BES 2012–2013 voor dat schooljaar is ontvangen.
Het bevoegd gezag ontvangt voor zijn school of scholen bijzondere bekostiging in verband met de doorwerking voor het schooljaar 2013–2014 van de met terugwerkende kracht afgesloten arbeidsvoorwaardenovereenkomst onderwijspersoneel Caribisch Nederland 2013–2014.
De bijzondere bekostiging bedraagt 4,82% van het bedrag dat op grond van de Regeling bekostiging personeel PO BES 2013–2014 voor dat schooljaar is ontvangen.
De maandelijkse betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 9, vindt plaats op grond van de volgende percentages:
Augustus | 7,13% |
September | 7,13% |
Oktober | 7,13% |
November | 7,13% |
December | 7,15% |
Januari | 9,33% |
Februari | 9,33% |
Maart | 9,33% |
April | 9,33% |
Mei | 9,33% |
Juni | 9,33% |
Juli | 8,35% |
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2014.
Deze regeling heeft betrekking op het schooljaar 2014–2015 en vervalt met ingang van 1 augustus 2024, met dien verstande dat deze van toepassing blijft voor het tijdvak waarvoor zij gelding had.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging personeel PO BES 2014–2015.
De betaling van de bekostigingsbedragen bedoeld in de artikelen 9a en 9b vindt plaats in één termijn uiterlijk in de maand april van 2015.