Ministeriële regeling · BWBR0035035
Sanctieregeling Centraal-Afrikaanse Republiek 2014
Gelet op Verordening 224/2014 van de Raad van de Europese Unie van 10 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek (Pb 2014, L70);
Gelet op Besluit 2013/798/GBVB van de Raad van 23 december 2013 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek (Pb 2013, L51);
Gelet op artikel 2, tweede lid, en artikel 3 van de Sanctiewet 1977;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken,F.C.G.M.TimmermansHet is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, 5, eerste en tweede lid, 11, eerste lid, en 12 van Verordening 224/2014 van de Raad van de Europese Unie van 10 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek (Pb 2014, L70).
Een verbod als bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing in gevallen waarin artikel 5, vierde lid, 6, 7, 8, 9 of 10 van Verordening 224/2014 van toepassing is.
Vervallen
De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 6, 7, 8, 9, 10, eerste lid, en 11, eerste lid, van Verordening 224/2014 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 6, 7, 8, 9 en 11 van Verordening 224/2014 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.
Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Centraal-Afrikaanse Republiek 2014.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.