Ministeriële regeling · BWBR0035222
Regeling gebruik burgerservicenummer in de jeugdzorg
Gelet op artikel 2w van de Wet op de jeugdzorg, de artikelen 24 en 24b, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg en de artikelen 19, 20, 22, vijfde lid, 23 en 24 van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.J. vanRijnIn deze regeling wordt verstaan onder:
besluit:Besluit gebruik burgerservicenummer in de jeugdzorg;
BIR: Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst;
CPS-UZI-register: het Certification Practice Statement van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg inzake toegangsmiddelen ten behoeve van zorgaanbieders en indicatieorganen;
Minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
NEN 7510: NEN 7510 en de uitwerking daarvan in de NEN 7512, uitgegeven door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut;
toegangsmiddel: toegangsmiddel als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg;
wet:Wet op de jeugdzorg.
De gegevensverwerking, bedoeld in de artikelen 2r en 2v van de wet, voldoet aan de BIR voor zover zij wordt uitgevoerd door de stichtingen en aan de NEN 7510 voor zover zij wordt uitgevoerd door de jeugdzorgaanbieders.
Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 24 van het besluit verstrekt een bureau jeugdzorg of jeugdzorgaanbieder de gegevens en bescheiden, bedoeld in het CPS-UZI-register.
De aanvraag, de toekenning, het beheer, de beveiliging, het gebruik en de intrekking van een toegangsmiddel ten behoeve van een jeugdzorgaanbieder of een stichting geschieden zoals beschreven in het CPS-UZI-register.
De geldigheid van het toegangsmiddel is drie jaar gerekend vanaf de datum van uitgifte van het toegangsmiddel.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat het besluit in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik burgerservicenummer in de jeugdzorg.