Ministeriële regeling · BWBR0035224
Stimuleringsregeling energieprestatie huursector
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onderdeel e, en 4, eerste lid, onderdelen d en e, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 4, derde lid, 6, vierde lid, 8, eerste en tweede lid, 11, 20 en 23, vierde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister voor Wonen en Rijksdienst,S.A.BlokIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
verhuurder: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een of meer voor verhuur bestemde woningen in eigendom heeft;
- b.
woningcorporatie: een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;
- c.
maximale huurgrens: het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van Wet op de huurtoeslag;
- d.
woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag met een huurprijs onder de maximale huurgrens, tenzij het een woning betreft waarin het een huurder niet is toegestaan om zijn hoofdverblijf te hebben en met uitzondering van een woning die onzelfstandige woonruimte is;
- e.
energieklasse: een energieklasse als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Regeling energieprestatie gebouwen, zoals die vóór 1 januari 2015 luidde;
- f.
energieprestatiecertificaat: een energieprestatiecertificaat als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen, zoals dat vóór 1 januari 2015 luidde;
- g.
energie-index: het cijfer dat het energieverbruik aangeeft op basis van de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van een woning en dat is vastgesteld en afgegeven door een bedrijf met een geldig NL-EPBD procescertificaat en volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, delen 00 en 01, zoals vastgesteld op 31 augustus 2011, inclusief het wijzigingsblad, zoals vastgesteld op 5 juni 2014, en eventueel latere wijzigingen;
- h.
minister: de minister voor Wonen en Rijksdienst;
- i.
Kaderbesluit: het Kaderbesluit BZK-subsidies;
- j.
DAEB-Vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C 9380), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving.
De minister verstrekt aan woningcorporaties en andere verhuurders subsidie ten behoeve van de verbetering van de energieprestatie van woningen.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van € 395.000.000 voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2017.
Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Wanneer subsidie voor 1 januari 2018 wordt vastgesteld op een lager bedrag dan waarvoor de subsidie is verleend, is het daarmee vrijvallende bedrag beschikbaar voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling. Dit bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Een verhuurder kan op grond van deze regeling in totaal ten hoogste een bedrag van € 7.500.000 aan subsidie aanvragen.
Onverminderd artikel 4, derde lid, van het Kaderbesluit en in afwijking van artikel 6, vierde lid, van het Kaderbesluit kan op grond van deze regeling ook subsidie worden verstrekt, indien de activiteiten, bedoeld in artikel 2, uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd.
Indien de verhuurder een woningcorporatie is
- 1.
bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 1,81 of hoger, maar ten hoogste 2,10, dan wel met energieklasse D voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20: € 2.000;
- 2.
bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 2,11 of hoger, maar ten hoogste 2,40, dan wel energieklasse E:
- a.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40: € 2.000;
- b.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20: € 2.600;
- a.
- 3.
bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 2,41 of hoger, maar ten hoogste 2,70, dan wel met energieklasse F:
- a.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40: € 2.600;
- b.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20: € 3.500;
- a.
- 4.
bedraagt de subsidie bedraagt per woning met een energie-index van 2,71 of hoger dan wel met energieklasse G:
- a.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40: € 3.500;
- b.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20: € 4.500.
- a.
Indien de verhuurder geen woningcorporatie is
- 1.
bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 1,81 of hoger, maar ten hoogste 2,10 dan wel met energieklasse D voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20: € 2.000;
- 2.
bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 2,11 of hoger, maar ten hoogste 2,40, met energieklasse E:
- a.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40: € 2.000;
- b.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20: € 2.600;
- a.
- 3.
bedraagt de subsidie per woning met een energie-index heeft van 2,41 of hoger, maar ten hoogste 2,70, dan wel met energieklasse F:
- a.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,80: € 2.000;
- b.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40: € 2.600;
- c.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20: € 3.500;
- a.
- 4.
bedraagt de subsidie per woning met een energie-index van 2,71 of hoger dan wel met energieklasse G:
- a.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,80: € 2.600;
- b.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,40: € 3.500;
- c.
voor het realiseren van een energie-index van ten hoogste 1,20: € 4.500.
- a.
Een aanvraag tot subsidieverlening wordt uiterlijk 31 december 2017 ingediend met gebruikmaking van een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.
In afwijking van artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit bevat de aanvraag in ieder geval de volgende gegevens en verklaringen:
- a.
het adres, de postcode en het huisnummer en toevoeging van elke woning ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd;
- b.
per woning de bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geregistreerde energie-index, waarvan de opnamedatum niet meer dan zes maanden ligt voor de datum van de aanvraag tot subsidieverlening, alsmede de opnamedatum van die energie-index;
- c.
per woning de met de subsidie in ieder geval te realiseren energie-index;
- d.
een verklaring waaruit blijkt dat iedere woning ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd in ieder geval tot de datum van subsidievaststelling een woning is als bedoeld in artikel 1, onderdeel d;
- e.
een verklaring waaruit blijkt dat voor geen van de woningen ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd reeds subsidie is aangevraagd op grond van deze regeling;
- f.
een verklaring waaruit blijkt dat de verhuurder van de woning of woningen ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd een woningcorporatie is of een andere verhuurder;
- g.
indien de verhuurder van de woning of woningen ten behoeve waarvan subsidie wordt aangevraagd een andere verhuurder is dan een woningcorporatie, een verklaring waaruit blijkt dat niet meer subsidie is ontvangen of wordt aangevraagd dan op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening ten hoogste kan worden verstrekt;
- h.
indien van toepassing, het L-nummer van de aanvrager;
- i.
indien van toepassing, het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken; en
- j.
het bankrekeningnummer waarop het subsidiebedrag dient te worden overgemaakt.
Een aanvraag kan betrekking hebben op meerdere woningen.
Per woning kan slechts eenmaal subsidie op grond van deze regeling worden aangevraagd.
Indien voor een woning een energieprestatiecertificaat beschikbaar is waarvan de opnamedatum niet meer dan zes maanden ligt voor de datum van de aanvraag tot subsidieverlening, kan de aanvraag in plaats van de gegevens, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, voor die woning de energieklasse bevatten, die is opgenomen in het energieprestatiecertificaat. In dat geval bevat de aanvraag tevens de opnamedatum die op het energieprestatiecertificaat vermeld staat.
Wanneer door de verlening van een subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt de aanvraag voor die subsidie op een wachtlijst geplaatst.
Wanneer het subsidieplafond is bereikt of wanneer een aanvraag ingevolge het eerste lid op een wachtlijst is geplaatst, worden nieuwe aanvragen op volgorde van binnenkomst op de wachtlijst geplaatst.
Van plaatsing op de wachtlijst wordt aan de aanvrager mededeling gedaan.
De termijn, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het Kaderbesluit wordt voor de duur van de periode waarop de aanvraag op de wachtlijst is geplaatst opgeschort.
De aanvraag of de aanvragen die bovenaan de wachtlijst staat of staan wordt of worden in behandeling genomen, zodra op grond van artikel 3, derde lid, voldoende bedrag beschikbaar is om de subsidie te verlenen.
Wanneer onvoldoende bedrag beschikbaar is, neemt de minister in afwijking van het vijfde lid de aanvraag die bovenaan de wachtlijst staat op verzoek van en in overleg met de aanvrager in behandeling. In dat geval kan de subsidie slechts worden verleend voor zover daardoor het subsidieplafond niet wordt overschreden of voor zover er een bedrag beschikbaar is op grond van artikel 3, derde lid. Het deel van de aanvraag waarvoor geen subsidie verleend kan worden omdat het daarvoor beschikbare bedrag onvoldoende is, blijft op de wachtlijst staan.
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
per woning in ieder geval de energie-index te realiseren, die in de beschikking tot subsidieverlening voor die woning is genoemd; en
- b.
uiterlijk 24 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening per woning zorg te dragen voor registratie van een nieuwe energie-index bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
De woningcorporatie administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEB-vrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de activiteiten, bedoeld in artikel 2 op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie.
In afwijking van artikel 7 geldt voor een verhuurder aan wie subsidie is verleend vóór 1 januari 2015, dat hij verplicht is per woning:
- a.
een energie-index te realiseren van ten hoogste 1,80, voor zover hij op grond van de beschikking tot subsidieverlening voor die woning ten minste energieklasse C dient te realiseren;
- b.
een energie-index te realiseren van ten hoogste 1,40, voor zover hij op grond van de beschikking tot subsidieverlening voor die woning ten minste energieklasse B dient te realiseren;
- c.
een energie-index te realiseren van ten hoogste 1,20, voor zover hij op grond van de beschikking tot subsidieverlening voor die woning ten minste energieklasse A dient te realiseren; en
- d.
uiterlijk 24 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening een energie-index bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland te laten registreren.
Voor zover subsidie is verleend vóór 1 januari 2015 wordt de beschikking tot subsidieverlening gewijzigd met inachtneming van het eerste lid.
Bij verstrekking van een subsidie op grond van deze regeling van minder dan € 25.000 wordt toepassing gegeven aan artikel 16, tweede lid, onder b, van het Kaderbesluit.
Bij verstrekking van een subsidie op grond van deze regeling van meer dan € 25.000 zijn de regels inzake een subsidie van minder dan € 25.000 van toepassing, met dien verstande dat toepassing wordt gegeven aan artikel 16, tweede lid, onder b, van het Kaderbesluit.
In afwijking van artikel 23, tweede en derde lid, van het Kaderbesluit worden geen voorschotten uitgekeerd.
In de beschikking tot subsidieverlening wordt het jaar vermeld waarin de subsidie zal worden betaald.
De subsidie voor een woning wordt, behoudens in de situaties, bedoeld in het tweede en derde lid, op € 0 vastgesteld, indien voor die woning niet voldaan is aan de verplichtingen, genoemd in artikel 7 of 7a.
Indien de verhuurder een woningcorporatie is, wordt de subsidie voor een woning vastgesteld op:
- a.
€ 2.000, indien voor die woning een energie-index is gerealiseerd van 1,21 of hoger, maar ten hoogste 1,40, en het een woning betreft die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 2,10 of hoger, maar niet hoger dan 2,40, dan wel energieklasse E, en waarvoor in de beschikking tot subsidieverlening een te realiseren energie-index van ten hoogste 1,20 is genoemd;
- b.
€ 2.600, indien voor die woning een energie-index is gerealiseerd van 1,21 of hoger, maar ten hoogste 1,40, en het een woning betreft die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 2,41 of hoger, maar niet hoger dan 2,70, dan wel energieklasse F, en waarvoor in de beschikking tot subsidieverlening een te realiseren energie-index van ten hoogste 1,20 is genoemd;
- c.
€ 3.500, indien voor die woning een energie-index is gerealiseerd van 1,21 of hoger, maar ten hoogste 1,40, en het een woning betreft die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 2,71 of hoger dan wel energieklasse G, en waarvoor in de beschikking tot subsidieverlening een te realiseren energie-index van ten hoogste 1,20 is genoemd.
Indien de verhuurder geen woningcorporatie is, wordt de subsidie voor een woning vastgesteld op:
- a.
€ 2.000, indien voor die woning een energie-index is gerealiseerd van 1,21 of hoger, maar ten hoogste 1,40, en het een woning betreft die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 2,10 of hoger, maar niet hoger dan 2,40, dan wel energieklasse E, en waarvoor in de beschikking tot subsidieverlening een te realiseren energie-index van ten hoogste 1,20 is genoemd;
- b.
€ 2.000, indien voor die woning een energie-index is gerealiseerd van 1,41 of hoger, maar ten hoogste 1,80, en het een woning betreft die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 2,41 of hoger, maar niet hoger dan 2,70, dan wel energieklasse F, en waarvoor in de beschikking tot subsidieverlening een te realiseren energie-index van ten hoogste 1,40 is genoemd;
- c.
€ 2.600, indien voor die woning een energie-index is gerealiseerd van 1,21 of hoger, maar ten hoogste 1,40, en het een woning betreft die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 2,41 of hoger, maar niet hoger dan 2,70, dan wel energieklasse F, en waarvoor in de beschikking tot subsidieverlening een te realiseren energie-index van ten hoogste 1,20 is genoemd;
- d.
€ 2.600, indien voor die woning een energie-index is gerealiseerd van 1,41 of hoger, maar ten hoogste 1,80, en het een woning betreft die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 2,71 of hoger dan wel energieklasse G, en waarvoor in de beschikking tot subsidieverlening een te realiseren energie-index van ten hoogste 1,40 is genoemd;
- e.
€ 3500, indien voor die woning een energie-index is gerealiseerd van 1,21 of hoger, maar ten hoogste 1,40, en het een woning betreft die ten tijde van de subsidieaanvraag een energie-index had van 2,71 of hoger dan wel energieklasse G, en waarvoor in de beschikking tot subsidieverlening een te realiseren energie-index van ten hoogste 1,20 is genoemd.
De minister kan van artikel 9 afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De betaling van de subsidie geschiedt na 31 december 2017 en niet eerder dan nadat er sprake is van een vaststelling van de subsidie.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2014 en vervalt op 1 juli 2019.
Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling energieprestatie huursector.